Blogs

Een aantal Amazones houdt hier een blog bij over hun leven met en na borstkanker. Je leest hier wat ze meemaken, waar ze tegenaan lopen, welke (nieuwe) inzichten ze met je willen delen, etc.

Wil je reageren op een blog? Klik dan op de titel. Je kunt alleen reageren als je bent ingelogd.

Meer weblogs vind je in het weblogarchief >>

“Om ons heen sticht iedereen zijn of haar gezin

woensdag, 28 oktober 2015

Monique is dertig als bij haar borstkanker wordt gevonden. Aanvankelijk lijkt het ‘maar’ een voorstadium, maar als bij de operatie ook een actieve tumor wordt gevonden, moet ze alsnog chemo en hormoontherapie ondergaan: ‘Samen horen we de oncoloog aan en zien onze kinderwens als sneeuw voor de zon verdwijnen. ‘

 

Hoe groot kan het contrast zijn?! Dertig jaar, eindelijk getrouwd, een huis gekocht, eindelijk financiële stabiliteit, laat het gezinnetje maar komen, wij zijn er klaar voor! Ik zie mezelf nog op het toilet zitten, plassen op een staafje in de hoop dat de test positief is. Helaas…. In plaats daarvan zit ik twee maanden later met een positieve uitslag van een biopt: borstkanker.

Van voorstadium naar actieve tumor

Ongelooflijk hoe het slechte nieuws zich dan opstapelt: er is een voorstadium van borstkanker gevonden, zodat een amputatie met directe reconstructie leek te volstaan. Helaas… de snijranden zijn niet schoon na de operatie, dus de directe reconstructie moet ongedaan worden gemaakt.  Maar wat veel erger is: er is een actieve tumor gevonden, dus moet er chemo volgen.

Maar niet alleen dat, de kanker blijkt ook hormoongevoelig. Dat betekent naast een jaar immuuntherapie ook nog vijf jaar hormoontherapie.  Samen horen we de oncoloog aan en zien onze kinderwens als sneeuw voor de zon verdwijnen.  Weg proberen, weg hoop, weg dromen, alles in het zwarte gat wat kanker heet.

Fertiliteitskliniek

De dag erna worden we met spoed doorgestuurd naar de fertiliteitskliniek. Drie weken geleden waren we nog bezig om zwanger te worden, nu zitten we een hele dag in het ziekenhuis voor vooronderzoeken en gesprekken en het zelf leren spuiten voor de hormoonbehandeling. Het wordt allemaal in één dag gepropt. En dat terwijl ik de dag erna onder het mes moet om mijn reconstructie ongedaan te laten maken.

Mijn hoofd tolt, maar we hebben geen keuze.  Ja, de keuze of we ICSI of IVF willen. Al sla je me helemaal dood, hoe ben ik nu nog in staat zo’n keuze te maken in zo’n korte tijd! ICSI schijnt bij ons de meest geschikte oplossing, dus dat doen we dan maar.  Na zo’n twee weken is het “Pasen”, de eitjes kunnen geraapt worden. Een pijnlijke punctie, maar op hoop van zegen.  Geen idee of we het ooit kunnen gebruiken, maar “better safe dan sorry”. 

De  “oogst” valt tegen. Er zijn maar drie embryo’s de vriezer in gegaan. In overleg met de behandelaren wordt de chemo uitgesteld om nog een tweede poging te doen. Helaas is mijn lichaam echt op en er groeit niets.  Na anderhalve week wordt de fertiliteitsbehandeling afgebroken, poging mislukt.  Dit was het dan. Drie embryo’s in de vriezer zijn onze enige mogelijkheid voor de rest van ons leven.

Adoptie en kraamvisites

We zijn inmiddels een jaar verder en ervaren het enorme gemis van een uitzicht op een gezinnetje. We zijn het adoptietraject ingegaan maar ook daar krijg je eigenlijk voortdurend de deksel op je neus. Elke keer opnieuw blijkt dat kanker een enorm issue is. Het kan ervoor zorgen dat je niet eens de benodigde beginseltoestemming krijgt van de Raad van de Kinderbescherming. Maar ook als je die wel krijgt, kunnen de adoptie-organisaties nog besluiten dat je onbemiddelbaar bent.

Om ons heen sticht iedereen zijn of haar gezin. In het jaar dat ik twee keer ben geopereerd en acht chemo’s heb ondergaan heb ik dertien vrienden moeten feliciteren met hun zwangerschap. De kraamvisites staan opgestapeld op een lange lijst.  Je wilt blij voor ze zijn, maar het enige wat ik nu voel is verdriet, teleurstelling en frustratie. 

Een jaar verder en ik kan nog niet volledig werken. Mijn sociale leven is een uitdaging, mijn huwelijk is een uitdaging. Mijn lichaam is geruïneerd en ik ervaar dagelijks het gemis van een gezinnetje en het uitzicht op een toekomst.  We moeten dit een plekje gaan geven en ook zonder kinderen gelukkig worden. Maar dat is erg lastig als er zoveel speelt, zoveel onzeker is en er eigenlijk ook zo weinig begrip is voor dit onderwerp.

Hoop

We hopen over vijf jaar toch misschien nog een poging te kunnen wagen om zwanger te worden, maar tot nu toe is er nog weinig bekend over hoe veilig een zwangerschap is na hormoongevoelige borstkanker en hormoontherapie.  Het zou fantastisch zijn als hier meer onderzoek naar gedaan zou kunnen worden.

 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

Ik dacht: ‘Ik ga dood’, ‘Waar is de operatiekamer?’ en ‘Hoe vertel ik het de kinderen?’

maandag, 26 oktober 2015

Leysje68 (47) hoort in  de zomer van 2011 dat ze borstkanker heeft. Ze is getrouwd en heeft twee tienerzonen. De behandelperiode is zwaar voor het hele gezin. Ook daarna zit het niet mee. Doordat Leysje niet meer aan het werk komt, moeten ze hun huis verkopen. ‘Mijn kinderen worden al op jonge leeftijd geconfronteerd met heftige dingen in het leven. Die had ik ze zo graag willen besparen.’

5 juli 2011. Na ruim een week van spanning krijgen we vandaag om 15.00 de uitslag. Zodra ik met manlief in de wachtkamer van het ziekenhuis zit, weet ik dat het foute boel is. De chirurg roept ons binnen en zegt meteen “Het is niet goed, U heeft borstkanker.”

Mijn eerste drie gedachten zijn: ‘Ik ga dood’, ‘Waar is de operatiekamer, weg met dat ‘ding’’ en ‘Hoe vertel ik het de kinderen.’ Alsof de chirurg mijn gedachten kan lezen zegt hij: ‘’U hoeft niet meteen te denken dat u doodgaat, we kunnen er nog van alles aan doen.” Ik antwoord: ‘’U zegt dat ik borstkanker heb, dus ik ga dood’’. Van wat er verder nog allemaal gezegd wordt krijg ik niets meer mee. In de loop van de avond zie ik het allemaal als scenes uit een slechte B-film in mijn hoofd voorbij komen.

Thuisgekomen maakt jongste zoon (dan dertien) meteen de voordeur open. En? “Het is niet goed,” zeg ik, “Ik heb borstkanker.” Ik zie de spanning van alle onzekerheid van zijn schouders glijden. We houden elkaar stevig vast en hij zegt: ‘’Zo, nu gaan we er wat aan doen’’.

Oudste zoon (dan vijftien) moet ik boven gaan zoeken. Hij reageert totaal anders. Hij is bang, boos, en verdrietig,  en blijft maar herhalen “Dit kan niet, dit wil ik niet, dit mag niet.” Ook hem hou ik even stevig vast, maar hij is ontroostbaar, de rest van de avond zien we hem niet meer.

De zondag na de uitslag vertrekken we met ons gezin en mijn ouders voor een vakantie van twee weken naar Oostenrijk, dit wordt wonder boven wonder een zeer geslaagde trip, alleen op de terugweg wordt het zwaar, het kankerspook komt met iedere kilometer dichterbij. De dag erna zullen er onderzoeken plaats vinden om te kijken of er uitzaaiingen zijn.

Behandelingen

Dit blijkt gelukkig niet het geval. We gaan voor genezing. Wel is al bekend dat ik uitzaaiingen in mijn oksel heb voorbij de schildwachtersklier. Het behandelplan is zes maal chemo (TAC), daarna een borstsparende operatie met okselkliertoilet en vervolgens 35 bestralingen.

De jongens gaan allebei een keer mee naar de chemo. De oudste alleen en jongste met een dierbare vriendin voor het geval hij het te eng vindt. Ze vinden het allebei prettig om te kunnen zien wat er gebeurt, en dat de chemokuur op zich helemaal niet eng is. Pijnlijk voor mijn jongens is het moment dat mijn haren eraf gaan. Oudste wil me in het begin absoluut niet zien met een kaal hoofd en heeft tijd nodig om eraan te wennen.

Vier eilandjes

Tijdens de chemo raak ik verwijderd van de realiteit, ik verlies hele stukken van de werkelijkheid en leef voornamelijk in een hoekje op de bank. We drijven steeds verder uit elkaar en proberen ieder op onze eigen manier te overleven. Gelukkig krijgen we hulp van vrienden en buren die ons eten brengen en ons ondersteunen waar ze kunnen. Het wrange is dat het nu, ruim vier jaar later, nog steeds geen geheel geworden is.

Doordat ik geen betaald werk kan vinden na alle behandelingen besluiten we uiteindelijk ons huis te verkopen. Met als gevolg dat de kinderen worden weggehaald uit de vertrouwde omgeving waarin ze zijn opgegroeid. Ze worden al op jonge leeftijd geconfronteerd met heftige dingen in het leven. Die had ik ze zo graag willen besparen. Ik voel me er schuldig over. Ik hou mezelf voor dat ze hier uiteindelijk sterker van zullen worden. Maar ik had het o zo graag anders gezien.

Toch sterker

En toch... Ik had deze blog al geschreven, toen mijn man een verkeersongeluk kreeg waarbij hij een gecompliceerde schouderbreuk opliep. Na een spoedoperatie is hij gelukkig weer thuis, maar hij kan nog niet veel. Nu trekken de jongens zich aan elkaar op en blijken we als gezin toch sterker geworden. Dat geeft me het gevoel dat we in de basis toch iets goed gedaan hebben.

 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“Ik geniet van een leven zonder kinderen. Maar toch ben ik verdrietig”

woensdag, 21 oktober 2015

Emja (34) was 29 toen ze borstkanker kreeg. Na een borstsparende operatie kreeg ze chemo, bestraling en hormoontherapie. Een partner en kinderen had ze niet. Vijf jaar later vraagt ze zich af of haar kinderwens nog vervuld zal worden: “Je wilt niet op 34-jarige leeftijd er genoegen mee moeten nemen dat je geen kinderen meer kan krijgen, maar helaas heb je dat niet altijd voor het zeggen.”

Ik heb vandaag weer controle. Gewoon een routine controle bij de radiotherapeut zoals ik die twee keer per jaar heb. Het stelt niet zoveel meer voor. Maar deze keer is het anders. Mijn radiotherapeut wijst mij erop dat het al vijf  jaar na de diagnose is. Dit verrast mij. Wat een goed teken is.

Stoppen of doorgaan met hormoontherapie?

Vijf jaar na de diagnose, dat is snel gegaan. Toen ik begon met mijn behandelingen zou ik nog vijf  jaar hormoontherapie krijgen. Zou ik daar ook bijna mee mogen stoppen dan? Ik besluit de vraag te stellen. ‘Tja,’ zegt hij,  ‘Onderzoek heeft uitgewezen dat acht jaar een betere kans op genezing geeft.’ ‘Maar,’ vervolgt hij,  ‘het zal je eierstokken niet veel goeds doen.’

Ik ben nu 34 jaar en ik heb geen kinderen, maar zou ze wel nog graag willen. We besluiten het te bekijken in adjuvant online. Dat is een prognoseberekening. Hieruit blijkt dat ik 10% meer kans heb op genezing bij acht jaar hormoontherapie ten opzichte van vijf jaar. 10% meer kans op genezing! Die 10% galmt door in mijn hoofd. Hoe zou ik niet voor die 10% kunnen kiezen! 

Kinderwens

Na acht jaar hormoontherapie ben ik 38. Hoe langer je met de hormoontherapie bezig bent, hoe slechter de kans op vruchtbaarheid wordt. De radiotherapeut draait er geen doekjes om. ‘Acht jaar hormoontherapie, 38 jaar, de overgang zal je waarschijnlijk niet meer uitkomen. Daar komt nog bij  dat de verdere behandelingen (chemotherapie en bestraling) je eierstokken zo'n 15 jaar verouderen.’

En ineens realiseer ik me dat die kinderen er niet meer van gaan komen. Dit komt bij mij binnen als donder bij heldere hemel. Heb ik al die tijd mijn kop in het zand gestoken? Had ik dit niet al kunnen verwachten?
 
Begrijp me niet verkeerd. Ik heb een ontzettend leuk leven. Een leuke baan, fijne vrienden, ik voel me goed, geniet van het leven, ik sport, ik ga lekker stappen. En eerlijk, een onderzoek dat concludeert dat mensen zonder kinderen gelukkiger zijn dan mensen met kinderen, stemt me vrolijk.  Ook als ik zie hoe kinderen het leven van mijn vriendinnen verandert.

Genieten en toch verdrietig

Ik geniet van een leven zonder kinderen. En ik besef me maar al te goed hoeveel vrijheid ik heb en hoe fijn dat is. Maar toch ben ik verdrietig. Ik plaats een vrolijke post op Facebook dat ik vijf jaar na de diagnose ben en iedereen reageert alsof ik de loterij heb gewonnen. Natuurlijk is dit geweldig nieuws, maar zo voel ik me helemaal niet. Ik heb altijd de hoop gehad dat het nog wel goed zou komen. 

Natuurlijk sta je er weleens bij stil en weet je dat je kansen op kinderen zoveel kleiner zijn, maar je houdt altijd het onmogelijke voor ogen. Ik ben positief ingesteld en zolang er hoop is zal ik mijn kop niet laten hangen. Maar nu is het anders. Je weet niet hoe het is om de keuze voor kinderen niet te hebben, totdat je zeker weet dat je de keuze niet meer hebt. 

Ik weet het nu. Het gaat niet meer goed komen met mijn kinderwens en dat valt me zwaar. Wanneer je op jonge leeftijd te horen krijgt dat je kanker hebt, is dat vreselijk heftig en ga je in de overlevingsmodus, maar je staat er niet bij stil dat als je daar uit bent je te maken krijgt met lange-termijn-consequenties die van invloed zijn op de rest van je leven.

Overleven

Je wilt niet op 34-jarige leeftijd er genoegen mee moeten nemen dat je geen kinderen meer kan krijgen, maar helaas heb je dat niet altijd voor het zeggen. En als ik de keuze zou moeten maken tussen kinderen en overleven, tja, dan weet ik wel wat mijn keuze zou zijn.

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“Ik herinner me nog goed hoe verschillend mijn kinderen omgingen met de onzekerheid en angst”

maandag, 19 oktober 2015

Hannah2 heeft een zoon van twintig en twee dochters van tien en zeventien jaar.  Als ze borstkanker krijgt breekt een spannende tijd aan.  Allemaal gaan ze er op hun eigen manier mee om. ‘Weken na de operatie kon je merken dat we allemaal weer een beetje bijkwamen van alle  emoties en spanningen. Als gezin waren we dichter naar elkaar toegegroeid. ‘

 

Vandaag zie ik hem weer liggen: de envelop met het voor mij o zo bekende logo, het ziekenhuislogo. Even voel ik het kriebelen in mijn buik. Ja, ik weet dat het zover is, mijn eerste mammografie na mijn operatie.

Mijn gedachten gaan weer terug naar toen... alweer een jaar geleden. Alles trekt als een film voorbij. Hoe het begon met buikpijn en twee weken later een bultje in mijn linkerborst. Sussende woorden van de huisarts, er is niets aan de hand. Na acht weken ben ik geopereerd, mijn linkerborst is geamputeerd en mijn eierstokken zijn verwijderd.

Spanning en angst

Ik herinner me vooral die tussenliggende weken van onderzoeken en daarna het wachten… en wachten.

De spanning en de doodsangst wanneer blijkt dat ik borstkanker heb. De vraag die dan meteen in mij opkomt: 'Hoe moet het met de kinderen, mijn zoon van twintig en mijn twee dochters van zeventien en tien jaar oud?’

Hoe we als gezin veel samen gebeden hebben. Mijn man die er ieder moment voor mij was. De hulp van mijn ouders, die iedere dag klaar stonden. Hoe fijn het is om  bij een kerkelijke gemeente te horen die om je heen staat en voor je bidt.

Ik herinner me nog goed, hoe verschillend mijn kinderen omgingen met de onzekerheid en angst.

Mijn zoon die ons huis ontvluchtte en iedere dag naar zijn vriendin toe ging. "Mam, je wordt geopereerd en dan ben je gewoon weer beter."

Mijn dochter van zeventien die soms huilde en soms ook stilletjes haar gang ging. Je zag haar lijden.

Mijn jongste van tien, die, toen de meester in de klas het bericht aan de andere kinderen vertelde, direct in huilen uitbarstte. Ook kon ze niet goed meer slapen. Vele avonden heb ik bij haar in bed gelegen totdat ze uiteindelijk in slaap viel.

Weken na de operatie kon je merken dat we allemaal weer een beetje bijkwamen. Bijkwamen van al die emoties en spanningen. Als gezin waren we dichter naar elkaar toegegroeid.

Kijken naar de wond

Toen kwam het moment dat mijn meiden de wond wel wilden zien. Ze waren er aan toe. Ik vond het ook goed dat ze dit zagen. Ik  moest er niet aan denken dat ze mij per ongeluk met ontbloot bovenlijf zouden zien en daar dan erg van overstuur zouden raken.

We stonden met z'n drieën in de badkamer. Mijn wond zag er rustig uit. Mijn jongste reageert als eerste. "Oh, mam, het is gewoon een rood sneetje. Het ziet er niet eng uit.'' Oudste dochter kijkt nu ook. "Ja mam, het valt reuze mee." Snel zie ik haar weer in de spiegel kijken om haar mascara bij te werken.

Ik dring verder niets op, het heeft z'n tijd nodig. Vooral voor dochter van zeventien, die een mooie boezem heeft, is dit toch wel confronterend en dat begrijp ik heel goed.

Badpakkenjacht en weer zwemmen

Drie weken later ga ik op badpakkenjacht. Dochter van tien wil graag in de vakantie zwemmen. Ik voel een soort weerstand, maar ik zet me eroverheen. Uiteindelijk koop ik na veel passen en het zweet dik op mijn rug een mooi badpak met een nog mooier prijskaartje. Het maakt me niet uit, dit badpak gaat zeker jaren mee.

Thuis zijn ze razend benieuwd naar m'n nieuwe aanwinst. Ik pas hem meteen en het thuisfront is erg enthousiast. Ik buig me diep voorover en mijn dochters weten gelijk wat er van hen wordt verwacht. "Nee mam, je ziet echt niets." Fijn, dat is wat ik wilde horen. Ik ben blij dat we hier zo open met elkaar over zijn.

Een paar dagen later lig ik voor het eerst in het zwembad. Ik zwem… Ik voel me niet bekeken. Na wat banen gezwommen te hebben lig ik op m'n rug in het water. Ik heb voor het eerst weer gezwommen. Langzaam kijk ik naar beneden, mijn borsten… Ok, ik moet er nog aan wennen, en  of het ooit helemaal zal wennen?  Ik lig op mijn rug in het water en langzaam voel ik de tranen langs mijn wangen glijden… Niemand die het ziet met dit bad vol water. Blij ben ik, verdrietig en dankbaar. Ik voel alles door elkaar, maar…ik leef.

Vertrouwen

De envelop ligt voor me op de tafel, ik zucht. Ja, ik ga voor controle. Maar ik ga niet alleen. Mijn God heeft mij en mijn gezin het laatste jaar gedragen. Dat zal Hij ook het komende jaar doen. Hoe? Dat weet ik niet, maar ik ga voor controle met vertrouwen.

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“Mijn zoon laat me genieten van het moment, en zorgt ervoor dat ik ook de tijd neem om leuke dingen te doen!”

woensdag, 14 oktober 2015

Nedra is 36, getrouwd en heeft een zoontje van zes. Borstkanker met een jong kind in huis gaf haar extra zorgen en angsten, maar ook afleiding. ‘Het allermoeilijkste vond (en vind) ik de gedachte dat hij misschien jong zijn moeder gaat verliezen.’

Het is nu anderhalf jaar geleden dat ik hoorde dat ik borstkanker had. Mijn zoontje was toen vijf. Soms vond ik het zwaar om tijdens de behandelingen ook nog rekening met hem te houden, maar de afleiding die hij bracht in die zware periode was ook fijn.

Toen mijn man en ik net hadden gehoord dat ik borstkanker had, waren we erg in de war en emotioneel. Er komt van alles op je af: operatie, chemo, wil je nog eicellen laten invriezen en natuurlijk de angsten over sterven, die bij de diagnose kanker naar boven komen. Maar thuis zit er dan nog een mannetje, die hier niets vanaf weet en dat wil je als ouder ook liever zo laten.

Mama’s borst is ziek

Ik weet niet eens meer of wij de eerste dag al meteen iets tegen hem gezegd hebben. Ik weet wel dat ik, toen het behandelplan er was, een paar boekjes bij de bieb heb geleend. Eentje sprak me totaal niet aan, maar uit “Mama’s borst is ziek” heb ik een paar keer voorgelezen om uit te leggen dat ik chemo zou krijgen, kaal zou worden en dat mijn borst eraf zou gaan.

Mijn zoontje nam dit allemaal gewoon aan. Het raarste vond hij het nog wel dat ik al mijn haren zou verliezen, ook mijn wenkbrauwen. Ik weet nog goed dat hij zei: “Maar, dan kan je helemaal niet meer boos kijken!”.  Hier hebben we vaak met zijn allen om kunnen lachen!

Het hele kaal zijn en de borstamputatie leverde helemaal geen problemen op voor mijn zoontje. Wij hebben ook altijd duidelijk verteld dat ik kaal zou worden van de medicijnen en dat mijn borst eraf moest omdat die ziek was. Mijn zoontje heeft daar nooit gek over gedaan, hij nam het gewoon allemaal voor lief.

Chemokalender

Wel wou ik hem graag het ergste besparen, daarom heb ik nooit verteld hoe ernstig kanker kan zijn. Ook het woord kanker heb ik maar weinig gebruikt. De eerste dagen na elke chemokuur ging hij logeren, zodat het hier in huis rustig was en hij niet zag hoe beroerd ik eraan toe was na de chemo. Als hij dan weer thuis kwam, kon ik alweer op de bank zitten.

Samen hebben we een chemokalender gemaakt, met alle dagen van de chemo als een slang van bolletjes achter elkaar. De rode dagen waren dagen dat ik in bed zou liggen en hem niet naar bed kon brengen. De gele dagen voelde ik me alweer wat beter en de groene dagen konden we weer dingen samen doen. Het houvast dat zo’n kalender geeft is erg handig, zo had hij toch grip op de zaak.

Angst en zorgen

Het allermoeilijkste vond (en vind) ik de gedachte dat hij misschien jong zijn moeder gaat verliezen. ‘s Avonds voor ik naar bed ga, kijk ik altijd even hoe lief hij ligt te slapen. De eerste paar maanden na de diagnose, kreeg ik dat niet voor elkaar. De emoties sloegen dan om mijn oren en huilbuien waren het gevolg. Ik kon er gewoon niet tegen...

Nog steeds overvallen die angsten mij te pas en te onpas. Zo betrapte ik mezelf er vorige week op dat ik aan het piekeren was of mijn man extra kinderopvangtoeslag zou krijgen als ik dood was. Ik ben maar snel iets anders gaan doen om mezelf af te leiden.

Een kind leeft in het moment

Een klein kind levert je extra zorgen en angsten op. Tegelijkertijd maakt een klein kind zich doorgaans niet druk over borstkanker, en leeft gewoon echt in het moment. Ik kan mijn zoon troosten als hij valt, of gewoon lekker met hem lachen om de meest kinderachtige dingen. Hij laat me genieten van het moment, en zorgt ervoor dat ik ook de tijd neem om leuke dingen te doen!

Genieten

Ik merk dat ik veranderd ben. Soms ben ik nog erg moe en prikkelbaar, maar ik kan ook ontzettend genieten. Van het weer, van ons mooie huis, van de tuin en het allermeest van mijn man en zoontje. Als ik nu iets geks of leuks wil doen, dan doe ik het gewoon! Bijvoorbeeld op vrijdagmiddag samen met mijn zoontje AC/DC keihard aanzetten en door de keuken stuiteren. Gewoon zo’n wat-kan-mij-het-nou-schelen-mentaliteit. Heerlijk!

 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“Mama, waarom krijg jij eigenlijk zo vaak kaartjes? Jij bent toch niet jarig?”

maandag, 12 oktober 2015

Mirjam (36) is getrouwd en moeder van een kleuterzoon van bijna vier. In 2012 kreeg ze borstkanker. In 2014 bleek die uitgezaaid. ‘Hoe leg je in hemelsnaam uit aan een kind van toen twee-en-een-half jaar, dat zijn mama zo ziek is dat ze er over een tijdje niet meer zal zijn voor hem?’

 

Op mijn drieëndertigste kreeg ik de diagnose borstkanker. Ons zoontje was toen veertien maanden oud.

Na een zwaar jaar van chemo's, operatie, bestralingen en hormoontherapie leek het erop dat ik was genezen. Langzaamaan pakte ik de draad op en ging weer aan het werk. Onze toekomst lag weer open en ik hoopte zelfs héél stiekem op toch nog een tweede kindje. Ook al wist ik dat de kans heel erg klein was dat dat er nog in zou zitten vanwege de hormoontherapie.

Uitzaaiingen

Een half jaar nadat ik dacht 'klaar' te zijn met de kanker kreeg ik klachten en bleek dat ik helemaal niet genezen was; er werden uitzaaiingen geconstateerd. Genezing was überhaupt niet meer mogelijk en ik had opeens nog maar een levensverwachting van een paar jaar.

Hoe leg je in hemelsnaam uit aan een kind van toen twee-en-een-half jaar, dat zijn mama zo ziek is dat ze er over een tijdje niet meer zal zijn voor hem?

We vertelden hem dat de kankerknobbeltjes weer terug waren. En dat de dokter die dit keer niet meer weg kon halen. Daar begreep hij niets van. Ze konden het er toch wel uitzagen? Net als bij mijn ene borst? Anders wilde hij dat wel doen met zijn speelgoedzaag. Hij kon dat.

Was het maar waar...

Ik moest weer vaak naar het ziekenhuis maar verder merkte hij weinig van mijn ongeneeslijke ziekte. Wij besloten om er verder niet meer al te veel aandacht aan te besteden. Geen dingen verzwijgen maar alleen dingen bespreken die op dat moment relevant zijn en antwoorden geven als hij zelf met vragen zou komen. En dat gebeurde eigenlijk vrij weinig. Door hem werd er vooral onbezorgd en vrolijk doorgespeeld en geleefd.

Tot een paar weken geleden.

Aan de keukentafel

Heel gemoedelijk zaten we met z'n drietjes aan de keukentafel een aftelkalender te maken voor zijn vierde verjaardag. Ik hoorde een kaartje door de bus vallen en liep er naar toe. Het was voor mij bestemd dus ik opende de envelop, las het en liet hem ook aan mijn man lezen. 'Lief hoor', zei ik erbij.

'Mama, waarom krijg jij eigenlijk zo vaak kaartjes? Jij bent toch niet jarig?'
'Nou, omdat ik kanker heb en mensen willen dan even zeggen dat ze dat niet leuk vinden en dat ze aan me denken'.
'Heb jij nog stééds kanker dan??'
'Ja, dat heb ik nog steeds. Het gaat ook niet meer weg...'
'Maar dan ga je vast dood hè?'

SLIK... Héle grote slik! Dit hebben we nog nooit zo letterlijk benoemd. Ik wilde daarmee wachten totdat ik uitbehandeld ben en het einde concreter wordt of totdat hij zelf met vragen zou komen. En nu was opeens dat moment waar ik zó tegenop zag daar.

Blijkbaar heeft dit kleine potje met grote oren er meer van gehoord en begrepen dan wij dachten.

Eerlijk zijn

Wat moest ik nu? Oh ja, eerlijk zijn. Dat schijnt in deze situatie hoe hard het ook lijkt wel het beste te zijn voor kinderen. Ook voor kinderen die nog net geen vier zijn en die je de waarheid het aller- allerliefst zou willen besparen.

'Ja schat, als de medicijnen zijn uitgewerkt gaat dat wel gebeuren'.

Mijn man vluchtte snel naar het aanrecht maar ik zag zijn rode, betraande ogen heus wel.

'Maar hoe moet dat dan met papa en mij? Wie gaat er dan voor mij zorgen? Komt er dan een nieuwe mama?'
'Papa kan ook héél goed in z'n eentje voor jou zorgen. En hopelijk duurt het nog heel lang voordat mama dood gaat.'
'Oh....'

Ik hield het ondertussen ook niet meer droog, hoe hard ik het ook probeerde. In mijn hoofd (dat bijna leek te ontploffen) schreeuwde ik tegen mezelf: 'Hou je groot, blijf kalm, wees eerlijk maar maak het niet te groot en beladen voor hem'. Maar mijn hart brak. Zoals het nog nooit gebroken is.

'Dat is wel een beetje verdrietig hè?'
'Ja lieverd, dat is super verdrietig'.

Stilte en drie droevige gezichten in de keuken. Gevolgd door een dikke knuffel.

'Zullen we nu weer verder gaan met de kalender mama?'
'Dat is een goed plan! Waar waren we gebleven, eens even kijken... de woensdag...'

Dat was het moeilijkste en verdrietigste gesprek dat ik ooit in m'n leven gevoerd heb.
Ik heb er nog lang hoofdpijn van gehad.

 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“Met de kinderen van mijn zussen heb ik bewust een hechte band opgebouwd”

vrijdag, 9 oktober 2015

Bergamot (41) werd in 2007 behandeld voor borstkanker. Ze is dan 32, heeft geen partner en twijfelt of ze kinderen wil. Ze komt niet in aanmerking voor vruchtbaarheidssparende behandelingen. Na de behandelingen komt haar menstruatie weer op gang. ‘Nu had ik weer een keuze, maar nog steeds geen partner en dat is voor mij toch wel een voorwaarde.’

Als begin dertiger was het iets dat voor mij net ging spelen. Wil ik eigenlijk kinderen? Ik had er geen oergevoel bij, zoals mijn zus en sommige vriendinnen, en was net uit een best leuke, maar nergens toe leidende affaire gestapt. Als klein meisje heb ik eens gezegd desnoods alleen moeder te worden, want dan kreeg het kind mijn achternaam en mijn vader heeft alleen dochters, geen zoon om de naam door te geven. Zoet, die kinderlogica, maar niet echt serieus natuurlijk.

Fertiliteitspreservatie

Na mijn diagnose was behoud van vruchtbaarheid (‘fertiliteitspreservatie’) niet de eerste prioriteit, sterker nog, het kwam niet eens ter sprake tot bijna twee maanden later. Ik vroeg de internist er zelf naar, per email, een paar dagen na het ons consult over de aanstaande chemo waarbij de vraag langskwam of ik een partner had. ‘Nee’, zei ik naar waarheid, en toen was dat punt kennelijk ook weer afgestreept.

Maar die email, daar kreeg ik vrijwel direct antwoord op. Ja, door de chemotherapie kon ik onvruchtbaar worden, maar nee, ik kwam niet in aanmerking voor het invriezen van embryo’s via IVF (geen partner) en was te oud voor het invriezen van een eierstok (want dat deden ze maar tot 30 jaar). Ook injecties om mijn eierstokken plat te leggen vóór de chemotherapie, waar ik op internet iets over gelezen had, raadden ze af, daar was nog nauwelijks onderzoek naar gedaan en wie weet was het zelfs wel slecht voor mijn overlevingskansen.

Chemo en toch weer ongesteld

Ik heb me er dus bij neergelegd en ben begonnen met de kuren. Na anderhalve maand werd ik nog een keer sputterend ongesteld. Ook leuk als je net een weekend weg bent en in de Franse supermarkt op zoek moet naar tampons. Na afloop van de kuren wachtte ik acht maanden tot mijn eerste ongesteldheid. Net toen ik naar de huisarts wilde stappen om te vragen of die iets kon bespeuren in mijn hormoonwaarden kon de rode vlag uit. Ik heb het uitgebreid gevierd. Nu had ik weer een keuze, maar nog steeds geen partner en dat is voor mij toch wel een voorwaarde. Juist omdat ik weet dat je zomaar pech kunt hebben vond ik het niet te verantwoorden om te vroeg of alleen een kind te krijgen. Dat is te kwetsbaar.

Geen kinderen, wel tante

Nu ben ik een jonge veertiger zonder kinderen, maar met de kinderen van mijn zussen heb ik bewust een hechte band opgebouwd. Ik ben die tante die tijdens een familieuitje meegaat naar de speeltuin terwijl de andere volwassenen aan tafel blijven. Of die met een glimlach een pasgeboren neefje in slaap wiegt ook al krijg ik er een lamme arm van. En elke zomer plannen we samen de vakantie.

De manier waarop mijn artsen het onderwerp kinderwens vermeden heeft me dwarsgezeten en ik ben daarom ook heel blij dat er tegenwoordig meer aandacht aan besteed wordt. Uiteindelijk denk ik niet dat ik zonder borstkanker wel kinderen had gekregen, maar ik wil wel graag iedere jonge vrouw met (borst)kanker wijzen op de mogelijkheden en hen vooral op het hart drukken niet overhaast te starten met behandelen, maar ook een eventuele kinderwens en fertiliteitspreservatie mee te nemen in het behandelplan. Na(ast) patient ben je vooral nog vrouw.

Nuttige links:
www.borstkankerenkinderwens.nl
www.nnf-info.nl
 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“De angst mijn jongens niet groot te zien worden doet bijna fysiek pijn”

woensdag, 7 oktober 2015

An-77 (38) was net 36 toen ze borstkanker kreeg. Haar zoontjes waren drie en vijf. De ziekte werpt een schaduw over haar tot dan toe zorgeloze moederschap. Na een heftige periode staat ze nu weer midden in het leven, weliswaar met een zware rugzak en een vervelende schaduw. Maar je weet nu wel dat je ALLES  aan kan, zolang je er niet dood van kan gaan…’

 

Vóór de borstkanker-orkaan door ons leven raasde, leefden wij op een grote roze wolk. Of eigenlijk blauwe wolk, want we mochten twee zonen krijgen. Het leven lachte ons toe.

We zouden een zorgeloos doorsnee-gezin zijn. Een leuk huis in een leuke wijk. Trampoline in de tuin. De jongens naar allerlei clubjes brengen en een huis vol vriendjes. Alle dagen lol. Geen zorgen. Hooguit af en toe bedenken dat onze ouders ouder worden en afvragen hoe lang we nog van ze mogen genieten. Vooruit plannen. Fantaseren over toekomstige vakanties, de jongens als tieners, onszelf als gepensioneerde oma en opa. De jongste voor het eerst naar het school, schoolkamp, eindmusical. Het moederschap lijkt één groot feest en ik heb zo’n zin om mijn jongens op mijn eigen manier groot te krijgen!

Na de diagnose

En dan donder je keihard van die blauwe wolk in 2013, vlak voor Sinterklaas. “U heeft een agressieve tumor van acht cm met uitzaaiingen naar de oksel. En u bent erg jong. We maken ons grote zorgen.” De witte jassen zeggen alleen maar dingen die ik niet wil horen.

De jongste (toen drie), die niets snapt van het verdriet na de diagnose, trekt woedend de zwarte-pieten-slingers van de muren. Mijn pruik wordt op een onbewaakt moment getransformeerd tot getoupeerde knuffel. Oudste (toen vijf) roept vrolijk en blij dat hij kanker heeft, met zijn t-shirt op zijn hoofd. De slaapkamer in het leuke huis wordt ons hoofdkwartier tijdens de chemo. We kijken samen veel films in het grote bed. Op het nachttafeltje liggen de boeken ‘Grote boom is ziek’  en ‘Hallo allemaal, mijn moeder die is kaal!’.

De vakantie-en toekomstplannen gaan in de ijskast. De jongste breng ik naar zijn eerste schooldag met een pruik op mijn hoofd. En het is nog maar de vraag of ik bij die eindmusical zal kunnen zijn. Mijn zoontjes voeren met veel enthousiasme experimenten uit op de nieuwe, gevoelloze borsten. Ik moet mijn ogen dichtdoen en zij prikken erin tot ik (tevergeefs) wat voel. Het grootbrengen van de kinderen op mijn eigen manier wordt me afgepakt. Het fantaseren is gedaan.

Brieven aan mijn jongens

Ik heb het gevoel met één been in mijn graf te staan. Vanuit mijn chemo-bed regel ik belangrijke dingen voor een toekomst waarvan ik misschien geen deel meer zal uitmaken. Tijd genoeg hiervoor, tijdens het bijkomen van de zware kuren. Elke donderdag krijg ik mijn portie wondermiddelen door het infuus en elk daaropvolgend weekend lig ik uren te wachten in bed tot het vergiftigde gevoel verdwenen is. Mijn man gaat dan op pad met de kinderen. Dat is het fijnste voor iedereen.

Ik maak voor beide jongens een e-mail account aan en stuur ze lange brieven. Over wat ik zo leuk aan ze vindt, over mooie momenten die we samen meemaken, herinneringen en foto’s. Ik instrueer mijn man dat hij ze op hun twaalfde verjaardag het wachtwoord van deze mailaccounts mag geven. Dan krijgen ze een schat aan brieven en foto’s van hun moeder. Het geeft me rust om alles op te schrijven wat ik ze wil vertellen.

Alles tot in de puntjes geregeld

In mijn smartphone maak ik een notitie met al mijn wachtwoorden voor manlief. Dat maakt de zaken makkelijker voor hem wanneer nodig. Ook mijn begrafenis leg ik tot in detail vast. Van muzieknummers tot de kleur rouwkaarten. Van de mensen die ik er absoluut wél en niet bij wil hebben tot het entertainment achteraf. Dat scheelt weer een hoop gedenk en geregel voor mijn naasten.

Bij de notaris regelen we ook alles tot in de puntjes. Testament, voogdij en andere zaken. De toekomst van onze jongens is nu ook op papier verzekerd en dat geeft rust.

Af en toe denken we terug aan het leven van vóór de borstkanker-tornado. Dat lijkt zo ver weg. De wereld draait door, wij staan er naast en kijken ernaar. Hadden wij het steeds zo druk? Hadden we vaak haast? Maakten we ons druk om kleine dingen? Het gewone leven lijkt verder weg dan ooit.

Kankervrij, verwerking en angst

Na zeven maanden behandelen word ik kankervrij verklaard. Kankervrij zijn betekent echter niet dat je genezen bent. De prognose is door het succes van de chemo stukken gunstiger geworden. Ik sta weer aan de goede kant van de lijn.

Vervolgens dient het hoofdstuk ‘verwerking’ zich aan. Ik schrijf van me af op mijn blogpagina. Ik ga trainen voor de Dam-tot-damloop ten gunste van Pink Ribbon. Ik word actief bij de Amazones. Ik spam Facebook met borstkanker-gerelateerde posts. Ik vraag aandacht voor borstkanker. Hiermee hoop ik te bereiken dat de vele vrouwen in mijn omgeving alert(er) zullen worden op hun eigen borsten en hen een hoop ellende bespaard kan blijven.

Bij de verwerking hoort ook ANGST. Angst om alsnog het onderspit te moeten delven tegen de ziekte. Angst voor uitzaaiingen. Angst om mijn jongens niet groot te zien worden. Die angst doet bijna fysiek pijn. Het snijdt door je hart en doet soms je adem stokken. En déze angst is precies datgene wat een schaduw werpt over het moederschap. Zo had ik me het niet voorgesteld! Ik heb geen kinderen op de wereld gezet om een paar jaar later afscheid van ze te moeten nemen!

Borstkanker is nog steeds doodsoorzaak nummer één bij vrouwen onder de veertig. Eén op de vier vrouwen die borstkanker krijgt, overlijdt uiteindelijk aan de ziekte. Natuurlijk ben je angstig!

Niet iedereen snapt helaas deze angst. Dat levert ergernis en irritatie langs mijn kant op. Van uitspraken zoals ‘Probeer het los te laten’, ’Ik kan ook onder een tram terechtkomen’  of ‘Het heeft geen zin in het verleden te blijven hangen’, gaan mijn weelderig terug gegroeide haren recht overeind staan. Deze uitspraken getuigen van onwetendheid en gebrek aan kennis over de ziekte. Dáár is op zich niets mis mee, met het luidop uitspreken ervan wél. Het leven met kanker als je schaduw is al vervelend genoeg, de ongevraagde adviezen kan ik missen als kiespijn.

Weer midden in het leven

Opeens besef je dat je al een paar uur niet aan borstkanker gedacht hebt. Je racet weer van de judoclub naar het zwembad. Je gaat in het weekend zélf leuke dingen ondernemen met je gezin. De boeken op de nachttafel zijn weer sprookjesboeken. Je durft weer een vakantie te plannen. Je gaat weer naar de kapper en ligt in bikini op het strand. Je doet weer mee! Je bent weer een happy family. Je wandelt met je gezin weer midden door het leven, weliswaar met een zware rugzak en een vervelende schaduw. Maar je weet nu wel dat je ALLES  aan kan, zolang je er niet dood van kan gaan…

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

“Mijn kinderen hebben me er doorheen gesleept zonder dat ze dat beseffen”

maandag, 5 oktober 2015

Wiep (31) heeft een partner en twee kleine kinderen. Toen ze stopte met borstvoeding geven aan de jongste bleef er een bult voelbaar in haar borst. Na twee maanden ging ze naar de huisarts. Na een mammografie, echo en punctie volgde de uitslag: borstkanker. Ze kreeg chemotherapie en daarna een dubbelzijdige amputatie. Binnenkort start ze met bestralingen.  ‘Ik kan alleen maar hopen dat de borstkanker weg is en weg blijft. En ondertussen leven zoals ik nog nooit geleefd heb.’

 

Op 6 februari 2015 kreeg ik te horen kreeg dat ik borstkanker had.  Als je me hiervoor had gevraagd wat het belangrijkste was in mijn leven, had ik geantwoord: mijn kinderen. Nu zeg ik: mijn kinderen zijn mijn leven.

Automatische piloot

Voordat ik kanker had leefde ik op de automatische piloot. Ik zorgde voor de kinderen, deed de dagelijkse dingen, werkte, bracht bezoekjes aan familie of vrienden. Dit was mijn leven en ik beschouwde het allemaal als vanzelfsprekend, zonder dat ik er bij stil stond hoe belangrijk het is. Hoeveel geluk je eigenlijk hebt als je dit mag meemaken.

Tot ik kanker kreeg. De eerste weken waren het afschuwelijkst.  Door alle onderzoeken en  onzekerheid, en de gruwelijke angst waardoor je bij ieder pijntje denkt dat je een uitzaaiing hebt en dus niet meer beter wordt. Er spookte van alles door mijn hoofd. Zie ik mijn jongste wel twee worden? Kan ik mijn oudste van drie-en-een-half straks wel naar de basisschool brengen? Wat als het erfelijk is, zoals de chirurg dacht vanwege mijn jonge leeftijd? Heb ik zelf deze jongens op de wereld gezet en blijken ze straks via mij deze verschrikkelijke ziekte ook te kunnen krijgen?

Bob de Bouwer en piraten

Mijn kinderen zijn mijn alles. Ze hebben me hier doorheen gesleept zonder dat ze dit zelf beseffen. Met hun luchtigheid en ook omdat ik ze me nog nodig hebben. Ze kunnen nog niet alles zelf, dus help ik ze met naar de wc gaan en met eten, en stop ze in bad. Gewoon, de dagelijkse dingen.

Ze brachten me afleiding met hun opmerkingen of gedrag op momenten dat ik piekerde over nare dingen of me niet lekker voelde door de chemo. Ze waren bijna de enigen die niet met me over kanker praatten. Voor je kinderen ben je gewoon hun moeder en niet iemand die ziek is.

Zoals die keer dat de huisarts langs kwam. We wisten het net. De oudste liep naar de keuken en kwam terug met een pollepel, om de dokter weg te jagen. Over zulke lelijke dingen praten met zijn moeder, daar was hij niet van gediend.

Of hoe de jongste lekker ging staan swingen op Bob de Bouwer. Die had ik maar weer eens aangezet, omdat ik mezelf niet vooruit kreeg, moe als ik was van de chemo. Eigenlijk voelde ik me schuldig dat ik ze alweer televisie liet kijken.

En die keer dat we mijn hoofd kaal gingen scheren. Eerst heb ik mijn man gekortwiekt, en daarna mijn jongens, met de tondeuse, zoals we normaal ook doen. Daarna heeft mijn man mij gedaan. “Lekker koel hoor mamma, voor als het zomer wordt,” was het commentaar.

Toen ik mutsjes ging dragen wilde de oudste dit ook. We deden alle twee een sjaaltje op en hij vond dat we op piraten leken. We bespraken wat piraten dan eigenlijk deden. Volgens hem was dat vechten met zwaarden in een boot. Dus speelden we samen piraatje op het grote bed als boot en met kleerhangers als zwaarden.

Ik leef

Hoe naar deze ziekte ook is, het heeft me ondanks alles ook wat opgeleverd. Nog nooit heb ik zo sterk het besef gehad dat ik leef. Dat ik geluk heb met mijn jongens en de mensen om me heen. Dat ik geluk heb met wat ik allemaal met ze mag meemaken.

Dat betekent niet dat ik altijd met een stralend humeur rondloop. Mijn beide borsten zijn pas geamputeerd. Als ik dan, zoals nu, net even 350cc wondvocht heb laten weghalen, ben ik niet het zonnetje in huis. Zeker niet als ik meteen daarna weer achter een klein, lief, maar ook best eigenwijs peutertje met drang tot ontsnappen aan moet rennen. Een  peutertje dat een jaar geleden nog borstvoeding kreeg. Uit de borsten die nu er niet meer zijn.

De angst blijft. Ik kan alleen maar hopen dat de borstkanker weg is en weg blijft. En ondertussen leven zoals ik nog nooit geleefd heb. Met de mensen van wie ik hou, en van wie ik het allermeeste hou, mijn kinderen.

 

 

 

 

 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

Oproep themablogs 2015 - Borstkanker en kinderen

donderdag, 1 oktober 2015

Borstkanker en kinderen - Deel je verhaal

Je bent jong en je hebt borstkanker. Maar je bent ook moeder van opgroeiende kinderen. Of je bent (nog) geen moeder, maar hebt wel een kinderwens. Misschien ben je zwanger geworden ná borstkanker of ben je kinderloos dóór borstkanker.

Borstkanker en kinderen. Het is een thema dat in vele vormen door het leven van jonge borstkankerpatiënten kan lopen.

Dit jaar staat oktober borstkankermaand in het teken van jonge vrouwen met borstkanker. Net als eerdere jaren, creëren de Amazones een blogpodium waarop jonge vrouwen hun verhaal kunnen doen.

Heb jij een verhaal te vertellen rond ‘Borstkanker en kinderen’? Doe dan mee aan de oktoberthemablogs op www.de-amazones.nl.

Onderwerpen waar je aan kunt denken:

  • Borstkanker in het gezin: Hoe praat je erover met je kinderen? Wat doet het met je gezinsleven? Hoe ga je om met angst je kinderen niet te zien opgroeien?
  • Borstkanker en kinderwens: Wat doet borstkanker met jouw kinderwens? Hoe ga je om met uitstel of zelfs afstel van je kinderwens? Of met dilemma’s rond spoed-IVF of invriezen embryo’s?
  • Uitgezaaide borstkanker: Hoe leg je je kind uit dat je niet meer beter wordt? Herinneringen maken, praten over straks als jij er niet meer bent, hoe pak je dat aan?

Het zijn maar een paar mogelijkheden. Ook andere onderwerpen zijn natuurlijk welkom. Misschien heb je nog een heel ander idee.

Een blog schrijven

Voel je je aangesproken door een of meer van bovenstaande thema’s? Of heb je nog een heel ander verhaal rond kinderen en borstkanker? Wil je je hart luchten over het onderwerp?

Dan kun je een eenmalig themablog schrijven van 500-800 woorden. Dat kan anoniem door een nickname te gebruiken. De blogs worden in de loop van oktober op deze plek gepubliceerd. Ze worden verder onder de aandacht gebracht via de nieuwsbrief Amazine en onze twitter- en facebookpagina's.

Aanmelden

Meld je aan met een mailtje naar weblog.amazones@gmail.com (graag voor 8 oktober).

Voordat je weblog wordt geplaatst zal er een eindredacteur naar kijken. Niet om inhoudelijk dingen te veranderen, want het is natuurlijk jouw persoonlijke verhaal, maar met het oog op de lengte, leesbaarheid en eventuele taal- of spelfouten.

 

 

 

Lid geworden op: 30/09/2015 - 15:44
Offline
Berichten: 0

Pagina's

Webloggers