afbeelding van Maisa
Amazone
Lid geworden op: 31/08/2004 - 01:55
Berichten: 3835

Maisa schrijft van zich af...

dinsdag, 25 januari 2005

Al een tijdje was ik van plan om misschien een weblog te gaan bijhouden. De reden dat ik het niet eerder heb gedaan is dat ik eigenlijk, eigenlijk vind dat weblogs zijn voor Amazones die nog middenin de behandelingen zitten. Zelf schreef ik in die tijd bij Viva, dus ik weet hoe belangrijk en zinvol het kan zijn om je gevoelens onder woorden te brengen.

Ik wil met mijn weblog ook absoluut geen tijd en aandacht wegtrekken bij de Amazones die jullie steun veel harder nodig hebben dan ikzelf. En wat heb ik momenteel nou te melden? Het is druk op mijn werk en druk met de stichting. Ik ben bezig met subsidie-aanvragen voor Stichting Amazones en ik leg de laatste hand aan mijn reisverslag over Verweggistan. En nee, er is geen nieuwe man in mijn leven. De chauffeur van Goudbloks feestje was erg aardig maar meer ook niet. Wie zulke verhalen wil lezen, verwijs ik naar de verre verre toekomst. If ever. Ik had dus eigenlijk voor mezelf besloten dat weblogs leuk en zinnig zijn. Voor anderen, niet voor mij. Tot vanmorgen dus.

Vanmorgen was ik bij de internist. Ik was een jaar niet in het ziekenhuis geweest (ik baalde van al die controles) en had ook geen zelfonderzoek gedaan. Internist vond dat niet slim en hij had natuurlijk gelijk.

Het goede nieuws is dat er geen aanwijzingen zijn voor recidief, dat ik alweer drie jaar verder ben sinds de diagnose, dat mijn prognose nu aanzienlijk beter is dan toen ik ziek werd op mijn 28e en dat ik geen oedeem heb en geen vermoeidheid. Het gaat geweldig. Ik heb 4xAC gehad in 2002. Volgens de huidige consensus zou ik 6xTAC krijgen, maar goed, ik doe het aardig op de 4xAC en uiteindelijk weet je het toch nooit.

Toen kwamen we op hormoontherapie. Ik ben in 2002 begonnen aan een therapie van vijf jaar tamoxifen, gecombineerd met twee jaar zoladex. Daarvan zijn inmiddels bijna drie jaar voorbij, ik slik nu alleen nog tamoxifen. Mijn verwachting was dat ik over zou gaan op Arimidex, mede door de verhalen op dit forum. Maar mijn internist dacht hier anders over. Hij zei dat Arimidex nog geen standaard is, dat het AvL erge voorstander is van Arimidex, maar veel andere artsen niet en hij zelf was ook nog niet overtuigd. Er zijn nog geen twee-armige dubbelblinde onderzoeken gedaan naar het verschil tussen arimidex en tamoxifen. Arimidex kan, zoals het er nu naar uitziet, wel beter zijn bij Her2-positief (ik ben Her2-negatief) en bij graad3-tumoren (ik had graad 2). Hij zag voor mij dan ook geen aanleiding om over te stappen naar Arimidex. So far, so good.

Bovendien, en nu komt het, zei hij dat Arimidex alleen mogelijk is bij postmenopauzale vrouwen. Ik vroeg of dat een probleem was, want dan begin ik toch weer met zoladex? Maar hij zei dat mijn menopausale status niet helemaal duidelijk is. Misschien ben ik premenopausaal, misschien ook niet meer. In ieder geval ben ik sinds mei 2002 niet meer ongesteld geworden. Eerst natuurlijk twee jaar niet door de zoladex, maar daarna ook niet meer. En daar schrok ik erg van.

Ik was natuurlijk extreem jong toen ik kanker kreeg: 28. Het voordeel daarvan is dat ik, als ik het allemaal overleef, ook nog jong ben: net 34 als de hormoontherapie afgerond is. In het begin was ik vooral bezig met zelf overleven. En ik was als de dood voor hormonen. Al had ik het moeilijk met (‘toekomst, kinderwens’), ik snapte ook wel waarom ze mijn cyclus tijdelijk platlegden. Daarna ging mijn relatie uit en was zwangerschap ook niet het eerste waar ik mee bezig was. Bij tamoxifen mag je niet eens zwanger worden, omdat het schadelijk is voor het ongeboren kind. En ook nu heb ik niet eens een vader voor mijn kind en ik weet natuurlijk niet eens of ik zwanger [i]kan[/i] worden. Maar goed, op mijn 34e, 35e zou het misschien nog kunnen. Eentje dan, geen drie of vier, who cares. Voordat ik begon met hormoontherapie was ik NIET in de overgang, dat is toen getest. Maar nu moest het vanmorgen van de internist opnieuw getest worden om te bepalen of ik pre- of postmenopauzaal ben. Ik heb dus bloed afgegeven.

En nu zit ik flink in de rats. Want ik kan wel lekker dromen over ‘ooit nog een kind’, maar misschien wordt dat nu met die bloedtest in een klap de bodem ingeslagen. En dan ben ik zelfs mijn dromen kwijt. Ik roep altijd wel stoer dat ik ‘wel kinderen leen’ als ik ze niet zelf kan krijgen, alleen roep ik dat wel met het idee dat het bij mij misschien ooit nog wel kan. Ik filosofeer over namen voor Little Maisa. En over wat ik haar ga leren. (Dat ik een zoon zou kunnen krijgen komt eigenlijk nooit in me op.)

Ik hoor dinsdag de uitslag. Die dag heb ik cursus en word ik tijdens een college gebeld. Andere tijd kan wel, maar dan wordt het donderdag. Nee doei, bel me dan maar in de les… Met het risico dat ik niet meer terugkom als de uitslag niet is wat ik wil.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Dank jullie wel voor de reacties, hier op het forum en in de privéberichten. Ik voel me vandaag wel weer wat beter. Het is inderdaad afwachten. Ik hou me nu vast aan het verhaal van de andere internist, die zei dat chemo de overgang met tien jaar vervroegt. Dus rond mijn 40e zou dat dan zijn. En na de chemo wees de bloedtest uit dat van de overgang geen sprake was. In twee jaar zoladex heb ik nul eitjes verbruikt :P , dus eigenlijk zal er niet veel veranderd zijn sinds 2002. Denk ik. Hoop ik.

Ik heb vrijwel geen overgangsverschijnselen, en al had ik ze... Bijwerkingen van tamoxifen zijn o.a. 'zweten en opvliegingen' en 'onregelmatige menstruatie of zelfs totale onderdrukking van de menstruatie bij vrouwen voor de overgang'. Ja, zo weet je het toch nog niet...

Op spannende verhalen zullen jullie moeten wachten: ik ben dit weekend naar een EU-hoofdstad waar het -6 is en een dik pak sneeuw ligt. Nee, het is niet Amsterdam 8)

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

IK BEN PREMENOPAUZAAL!!!!!!
Geen twijfel mogelijk :D, zei de arts . Ik weet niet of de waarden (LH of zo) hoog of laag horen te zijn, maar hoe dan ook: IK BEN NIET IN DE OVERGANG :D :D :D :D :D :D .

Ben net terug uit Wenen, superleuk gehad, moet nog douchen (vieze nachttrein :? ) en lunchen, straks college tot 21 uur. Ik probeer vanavond weer te posten.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

OK, nu wat meer tijd. Ik kwam rond de middag terug na een treinreis van 14 uur, collega zou ook bij mij douchen, want ze had geen tijd om eerst nog naar Rotterdam te gaan voordat we naar de les moesten. Zij ging nog ff een boodschap doen en toen was ik even alleen thuis. En ik dacht 'de uitslag van morgen is er misschien vandaag al wel'. Ik bel gewoon het ziekenhuis... Alles beter dan morgen in de les gebeld te worden. Dus ik heb het secretariaat van oncologie gevraagd en gezegd dat ik wilde weten of de uitslag er al was. Toen werd ik doorverbonden met de arts. Ik schrok, want toen dacht ik dat het fout was :? . Maar goed, hij zei gelijk dat ik inderdaad niet in de menopauze zit en dat het ook geen twijfelgeval was. Dus ik was helemaal vrolij :D :D :D .

Collega belde aan met koffer en tassen, ik was helemaal door het dolle heen. Niet in de overgang, niet in de overgang. Zij weet wel van mijn borstkanker, maar niet van alles wat daaromheen zit en wat er nog meer bij komt kijken. En ze had in Wenen niet gemerkt dat ik zo in de stress zat.... En toen heb ik mijn ouders gebeld en mijn kamergenote van het werk, die mij vorige week heeft getroost toen ik het echt niet meer zag zitten.

En nu kan ik dus verder zoeken naar de vader van mijn kind 8) . Koppelpogingen hoeven niet (thnx Asmas), ik ga ZELF op zoek. Maar nu ff niet... :P

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

O wat ben ik opgelucht dat ik niet in de overgang ben :D . Te meer omdat vandaag weer een vriendin zwanger bleek. Al 13 weken, de baby komt begin augustus. En ik durf niet te zeggen hoe ik gereageerd zou hebben als ik net een andere uitslag had gekregen... Ook blij voor haar, dat wel, maar wel erger bedroefd met de gedachte dat ik het zelf zeker niet mee zou maken.

Dank voor alle mailtjes over mogelijke 'vaders-voor-mijn-kind' of juist met de opmerking dat ik 'wel mijn mannetje sta bij het zoeken van een man'. Mijn vraag is alleen 'WANNEER???' zou ik wie dan ook moeten tegenkomen. Ik ben niet eens meer druk of zo. Ik ben superdruk. Met werk, met vriendinnen-in-problemen, met collega's-die-dakloos-worden, met opleiding en met de stichting. En over een paar maanden wil ik op salsales. Kan ik Mr. Right misschien bestellen of zo? Ik krijg bijna de neiging om 'Hem-Wiens-Naam-Niet-Meer-Genoemd-Mag-Worden' te gaan bellen. Nee, ik doe het niet, maar ik denk veel aan Haroun. Ja, ik ben gek en ik weet het.

Eerder deze week had ik een interessant college over projectmanagement. Projecten werden vergeleken met de 'domino challenge'. Als de eerste steen omgevallen is, kun je niet meer 'nog even controleren' of 'nog even aanpassen'. Het loopt en het blijft lopen. Dat is wat nu met De Amazones gebeurt: het loopt, het loopt geweldig, en het is moeilijk om even af te remmen. Want we hebben zoveel ideeën. Maar ergens in mijn achterhoofd klinkt de stem van de notaris: 'Stichtingen gaan eerder kapot aan teveel ideeën dan aan te weinig...'

Nou ja, eerst die ellendige girorekening maar eens rondbreien. En als het nog langer duurt gaan we wel naar een bank :evil:

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Vandaag ben ik naar de chirurg geweest voor een 'periodieke controle'. En officieel ging ik ook om de uitslag van het mammogram te krijgen, hoewel ik al van de radioloog had gehoord dat het goed was (en de echo ook). Het was allemaal goed. Behalve de organisatie van de poli.... :evil: Ik heb tweeëneenhalf uur gewacht. Dat is zelfs voor mij een nieuw record van de afgelopen drie jaar. En na die 2,5 uur kwam ik bij een arts-assistent ('want het spreekuur loopt zo uit'). Sorry, maar ik kom maar een keer per jaar bij de chirurg, ik reis speciaal van Den Haag naar Amsterdam omdat ik onder controle wil blijven van de arts die me ook heeft geopereerd, en dan moet ik naar een assistent? Die jongen was heel aardig hoor, maar ik moest van de internist vragen of ik wel of niet follow-up met MRI moest krijgen. En dat wist de assistent niet. Dus toen kwam de chirurg alsnog. Assistent gooide ook nog even de deur naar de gang open om de chirurg te halen terwijl ik topless in het kamertje stond. Ja om arts te worden heb je een lange opleiding nodig... :twisted: En sommigen leren het nooit.

De chirurg vond MRI niet nodig, omdat mijn mammogram goed beoordeelbaar is en ik geen gendraagster ben. MRI is niet standaard in de follow-up en geeft veel valse alarmeringen (van afwijkingen die geen kanker zijn). Niet nodig dus.

En bij het naar buitenlopen zei de chirurg 'dus dan zie ik je over een half jaar weer?'. Dacht het niet he... Ik ga niet over zes maanden weer zo lang wachten. Misschien dat ik er in november weer zin in heb en anders wacht ik tot volgend jaar. En als ik onverklaarbare pijnen krijg dan bel ik wel... Mijn volgende geplande bezoek is dus waarschijnlijk in 2006 :D.

Misschien ga ik tussendoor nog een keer namens het Amazones-promotieteam. Ik heb namelijk veel 'flyer-drop-off-spots' gezien, maar had helaas geen flyers bij me. En we moeten ook bijdrukken.

Bij de poli haematologie/oncologie was het vroeger ook altijd zo'n puinhoop, maar daar is inmiddels gereorganiseerd: een extra spreekuur en verschillende artsen op verschillende dagdelen, zodat de wachtruimte nooit vol zit. En daar ben je gewoon op tijd aan de beurt. Tenzij er zich een spoedgeval voordoet, wat natuurlijk logisch is. Drie jaar geleden ging ik ook overal tussendoor. Ik weet wat het is om spoedgeval te zijn. Maar dat het normale spreekuur zo onwijs uitloopt, daar kan ik echt niet bij...

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Dit weblog heeft een tijdje stilgelegen. Ik had geen woorden meer. Zo zwaar en onrechtvaardig, dat een Amazone plotseling in de rug geschoten werd. En dan nog wel onze Asmas, die heel hard bezig was met een leven na borstkanker, met de toekomst. Ik kon het niet opbrengen om over mijn eigen dingetjes te schrijven. Al ben ik iets verder weg van de diagnose dan de meeste vrouwen hier en betrek ik ellende minder op mezelf, de klap kwam ook bij mij hard aan.

Toch wil ik blijven schrijven. Voor Amazones en meelezers is het belangrijk dat er 'goede verhalen' op internet staan. Ik schrijf het verhaal dat ik zelf had willen lezen toen ik ziek werd. Een verhaal met zorgen, maar zeker ook met veel gelach :D .

In het Café liet ik al vallen dat ik sinds kort weet dat ik een SIWWID ben. Dat zit zo: zaterdag ben ik naar de schoonheidsspecialiste geweest. Voor een uitgebreide gezichtsbehandeling :D... Oh, en ook zij wilde best Amazoneflyers in het folderrek hebben, dus het promotieteam had weer een klein succesje. Ze had onvoldoende wisselgeld, daarom ging ik even wisselen in de boekwinkel vlakbij. En daar lag een boek... "Around the World in 80 Dates" 8) van Jennifer Cox. Het boek lag op mij te wachten. "Because Mr. Right is not always Mr. Right Here". Ooooooohhhhhh, herkenbaar... En dat boek gaat over SIWWIDs. Vrouwen zoals ik. Single Income Women, Working Instead of Dating :P En er bleef nog genoeg geld over om de restauratie van mijn huid te betalen.

Met een andere SIWWID ga ik in april op vakantie. Eigenlijk wilden we gaan reizen in een Verweggistaans land (Iran). Onze plannen worden nogal gedwarsboomd door de Iraanse regering, de Amerikanen, de Israëli en nog wat anderen uit die buurt :shock: . Een van de steden die we wilden bezoeken, Isfahan, is namelijk omgeven door nucleaire installaties. Een soort doelwit dus. Toch maar niet... Dit gaat zelfs ons te ver. Nu hebben we besloten dat we naar Italië gaan. Je moet wat he, als SIWWID. Als we 40 keer per dag 'Ciao Bella' horen is de vakantie geslaagd!

Gisteren ben ik naar een TietenToko geweest. En ook daar heb ik flyers achtergelaten. En we mogen ook posters ophangen in die winkel, ze hadden veel interesse in onze site. Alleen hebben we nog geen posters... Mijn nieuwe nepopplaktiet is nog dezelfde maat als die andere van twee jaar geleden. "Grote borsten worden groter, kleine borsten worden kleiner", zei de TietenTokoMevrouw. Tja, zij heeft er verstand van. Meer dan dit zal het dus wel niet worden, vrees ik. Maat 1 is dat. Grrrrrrrrrr....

Ik vroeg aan de TietenTokoMevrouw of ze veel jonge vrouwen met borstkanker in de zaak kreeg. (Flyers in mijn tas en promotiepraatje in mijn hoofd). Het antwoord was anders dan ik verwachtte. Ja, recent nog drie jonge vrouwen. Waaronder haar dochter... Het zal je toch gebeuren. Verkoop je de hele dag neptieten, krijgt je eigen dochter borstkanker. Terwijl zij niets heeft. Zo'n zelfde gevoel had mijn moeder volgens mij ook toen ik ziek werd: ik was toen 28 en mijn moeder 60. Leeftijdgenoten van mijn moeder krijgen borstkanker, die van mij niet. Bij ons werd alles omgedraaid. En in de TietenToko dus ook. De verkoopster zei dat ze op de middag na haar dochters diagnose alweer protheses had aangemeten. "Er leven zes gezinnen van deze zaak, ik kan niet zomaar stoppen. En ik moet er toch doorheen." [color=violet]Amazone power[/color], zowel moeder als dochter.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Vanmorgen ben ik op stap geweest als [color=violet]"Amazonepromotiegirl"[/color]. Erg leuk om te doen :D . Ik heb aan mijn mammacareverpleegkundige van drie jaar geleden de site gedemonstreerd. Inclusief forum. "Kijk eens, 's morgens om half tien zijn er al vier discussies actief bij 'Vraag maar raak'". Thnx, vroege vogels, we kwamen erg actief over! De mcvpl had nog een paar goeie tips. Sommige zet ik straks op de site, over andere moet ik wat langer nadenken. Die moeten rijpen, zogezegd.

En vanmiddag heb ik mijn nieuwe tiet gehaald. Gelijk aangehouden, de ouwe heb ik in het protheseopbergbewaardoosje gedaan. Nu heb ik dus een nieuw opbergdingetje. Mijn enige... Mijn eerste opbergdoosje heb ik ooit achtergelaten op een overnachtingsadres. In een kazerne was het, $%@#^@%. Wat ze ermee gedaan hebben, heb ik nooit durven vragen. En nee, ik ben niet teruggegaan om dat ding te halen. De tweede heb ik kapotgegooid toen ik een keer heel kwaad was om al die borstkankershit. Met protheses gooi ik niet, want ja, die komen uit de AWBZ. Maar zo'n doosje... Het kan kapot! Als je maar hard genoeg gooit.

De flyers lopen erg goed in de TietenToko. Iedereen reageerde enthousiast op het idee, zei de verkoopster. En dat terwijl ze er pas vier dagen liggen... Posters wilde ze ook nog steeds wel. En die hebben we ook nog voor andere doeleinden nodig, verwacht ik. Dus misschien wordt dat het volgende project...

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

[b]Maisa goes Bridget Jones[/b]

Zondag; 71 kg; 2 koppen koffie; 0 sigaretten.
Dat laatste is simpel, want ik heb nooit gerookt.
Anyway, 71 kilo is acceptabel, maar meer moet het niet worden. En ik dij ook een beetje uit, hoewel dat in gewicht niet merkbaar is. Vanaf morgenavond ga ik weer trainen en sinds vandaag wil ik weer wat gezonder leven. Fitnessen, veel water drinken, op een normale tijd 's avonds eten. Minder koffie drinken ook. En misschien een man zoeken... 8)

Op mijn werk is de drukste periode van het jaar achter de rug en plotseling is het al maart. Ik ben al bijna jarig en heb nog NUL voorbereidingen voor een feest getroffen. Mèèèèèn... Voormalig-party-girl moet nu snel aan het organiseren... {wanhopige smiley}

Het zal mij benieuwen wat het wereldnieuws op mijn verjaardag dit jaar brengt. Op 20-03-2003 werd ik 30. Jaren had ik uitgekeken naar die datum. Zeker tijdens de chemo, van februari tot april 2002, focuste ik op die datum 20-03-2003. Daar leefde ik naar toe. Letterlijk. Op de ochtend van mijn dertigste verjaardag werd ik wakker met het radionieuws: de aanval op Irak was begonnen... De herkansing volgde een jaar later: 20-03-2004. Ik werd 31. Ook een mooie datum. En de ochtend waarop bekend werd gemaakt dat Prinses Juliana was overleden...
Wat zal op 20-03-2005 de opening van het nieuws zijn?
Wordt vervolgd :?

[b]Maisa zoekt een man[/b]

Gisteren stond ik me op te maken voordat ik naar buiten ging. Nooit zonder mascara naar de C1000 8) . Hoe gek kun je het maken... Al ben ik een SIWWID, ik hoef het zeker niet altijd te blijven. Volgens Vriendin-met-momenteel-Liefdesverdriet moet je je altijd opmaken als je naar buiten gaat. De Wereld hoeft niet te zien dat je je !#@%^$ voelt en verder voel je je beter als je weet dat je er goed uitziet.

Vroeger, lang geleden in Provinciestad, vertelde de buurvrouw aan mijn moeder dat haar dochter zo'n goed salaris had. 'Ze verdient net zoveel als een man!' Ik was klein en speelde met blokken op de vloer. Ik hoorde wat Buurvrouw zei en dacht 'Kan dat?' Inmiddels heb ik bereikt wat toen onmogelijk leek: leuk werk, een mooi huis, veel vrienden. Ooit borstkanker gehad en toch verder leven. Niet eenzaam, wel alleen.

Ik ben nu 2,5 jaar alleen en vraag me steeds vaker af of ik dat zo wil houden. En waar vind ik nou een vent? Niet bij de C1000, dat is wel duidelijk. Ondanks de mascara heb ik gisteren alleen met de Daklozenkrantverkoper een gesprek gehad. En op mijn werk houdt het aanbod van sympathieke mannen ook niet over. Veel mannen met kinderen of traditionele opvattingen. Of beide... Merkwaardig hoe mannen altijd praten over hun plannen en ideeën en nooit naar de mijne vragen.

Op een bruiloft van vrienden werd ooit voor het bruidspaar een Keltisch-aandoend lied gezongen met de volgende tekst:
[quote]One more step along the world I go
One more step along the world I go
From the old things to the new
Keep me travelling along with you
And it's from the old I travel to the new,
Keep me travelling along with you.

(...)
Give me courage when the world is rough,
Keep me loving though the world is tough.
Leap and sing in all I do
Keep me travelling along with you.[/quote]

Het lied is prachtig, al geeft het een ideaalbeeld van 'samen op stap' waar ik niet in pas. Ik hoef niet steeds iemands hand vast te houden. Ik wil reizen naar Verweggistan en kijken wat er achter de horizon gebeurt. Ik zoek een man om mijn verhalen aan te vertellen. En die ook wat terug kan zeggen, omdat hij ook een eigen ontwikkeling doormaakt. Geen man die me vastbindt, maar een die me los kan laten omdat hij weet dat ik terugkom. Wel een man die me stimuleert om door te gaan, die soep kookt als ik me niet lekker voel en die ik trots aan mijn ouders kan voorstellen. Iemand die betrokken is bij mij en deze wereld. En die begrijpt was [color=violet]Amazone Powerrrrrrr[/color] is :D

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Tijdens de modeshow van donderdagavond zat ik met Patty en Naia te filosoferen over wat je van artsen en verpleegkundigen allemaal niet meer mag na verwijdering van de okselklieren: Niet meer lang achter elkaar strijken. Niet meer de hele dag breien. Geen rozen snoeien. Niet met blote handen in een emmer heet sop. De gemiddelde borstkankerpatiënte breit, strijkt en poetst zeker veel. En ze heeft een rozentuin…

Als Amazones wilden wij weten of je nog kon diepzeeduiken na een okseloperatie. Of reizen door het oerwoud nog tot de mogelijkheden behoorde… Of je je oksels mag ontharen. In de modeshow toonde Lobstar trouwens ‘Bridget Jones’-slips. Zo groot dat ze bijna tot de (onthaarde) oksels kwamen 8).

Verder is er op het BridgetJones-vlak weinig nieuws. Geen man in gebreide elandtrui gesignaleerd deze week :P

~ - ~

Gisteren liep ik, zonder mascara, in de regen door Den Haag. Rotstad achter de duinen waar het altijd waait, waar de stoeptegels kapot zijn en de gaten in het wegdek vallen. Ik was op zoek naar een kaart voor de familie Asmas. Achterop een hele mooie kaart met vlinders stond ‘Jour de fête’. Toch maar niet dus. Vlinders worden blijkbaar ook geassocieerd met vrolijkheid. Andere kaart uitgezocht met een klein vlindertje en vandaag gepost. Wat kun je nog schrijven als je geen woorden meer hebt?

~ - ~

Deze week heb ik me meermalen afgevraagd waar we aan begonnen zijn met deze site. De keerzijde van lotgenotencontact heb ik nooit eerder zo zwaar gevoeld als nu. Het positieve gevoel overheerst toch. Samen staan we sterk. In Verweggistan zongen de demonstranten ‘Razom nas bochato. Nas ne podolaty.’ Het betekent ‘Samen zijn we met velen, we kunnen niet verslagen worden’. Zo voelt de site, vooral na gisteravond.

Irene Cara zong voor Asmas:
[quote][size=150][color=violet]FAME[/color][/size]
I'm gonna make it to heaven
Light up the sky like a flame
I'm gonna live forever
Baby remember my name[/quote]

We zullen je niet vergeten, Asmas.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Op de ochtend van 20-03-2005 belde mijn moeder. Met oma is het vannacht nog slechter gegaan en de verzorgsters hadden mijn ouders om 2.30 uur gebeld. De rest van de nacht en de ochtend hebben ze bij haar gewaakt.

Woensdag belde mijn moeder me dat oma al een paar dagen geen eetlust meer had. Toen werd ik ongerust. Sinds oma in het verzorgingshuis zit, is het eten het hoogtepunt van de dag. Bloemkool met saus, witlof, rode kool, griesmeelpap, gebak en chocola: ze eet alles met smaak op. En fikse porties ook. Ze is zeker 10 kilo aangekomen sinds ze daar woont en slank was ze nooit. Maar ach, als je 84 bent… Waarom ook niet? Vorige week ging ze minder eten en deze week stopte ze helemaal.

Toen ik haar woensdagavond belde, was ze moe. Ze had geld gegeven voor mijn verjaardag en ik belde om te bedanken. Ik ruil mijn fluitketel nu in voor een waterkoker. Oma vroeg of ik niet liever een Senseo wilde hebben. Nee hoeft niet, oma, ik drink liever filterkoffie. Donderdagavond belde ik weer en toen nam een verzorgster aan. Oma kreeg ik nog wel aan de lijn, maar ze was erg moe en zei ‘dat ze wel snel het hoekkie om zou gaan’. Het was al half acht geweest, te laat om nog naar Provinciestad te gaan. En eigenlijk dacht ik toen dat ik haar niet meer in leven zou zien.

Vrijdag ben ik eerder van het werk weggegaan. Met mijn vader fietste ik van het station naar het Verzorgingshuis in Provinciestad-Zuid, waar de ‘hangouderen’ bij de ingang zitten te roken. Ze spreken een dialect dat ik niet goed meer versta en mogen in hun kamers niet roken. Moderne regelgeving. Lange smalle gangen met linoleum, veel deuren. En bij een van de kamers stond een jeneverfles buiten.

In oma’s kamer was het donker, alleen een klein schemerlampje brandde. Het leek of ze sliep, een oud klein vogeltje in een rolstoel. Haar oedeemarm was dikker dan ooit, ook de rechterhand was nu volgelopen. Tot nu toe begon het oedeem bij de pols, alsof er een elastiekje omheen zat. Haar ringen links had ze ook afgedaan, terwijl ze die zelfs ‘s nachts om hield, net als haar horloge. Ze klemde zich vast aan de tafel en had tics in haar gezicht. Ze fronste steeds. Geestelijk was ze wel helder, ze vroeg of er veel mensen op mijn verjaardagsfeest zouden komen. Ze ademde heel zwaar en rochelde. Op het aanrecht lag de blauwe ‘verzorgmap’. Een jaar lang schreef de verzorging daar bijna niets in, de laatste tijd steeds meer. ‘Mevrouw eet weinig, rochelt’, ‘Zoon zal bed verplaatsen’, ‘arts is geweest’. De arts kon eigenlijk niks doen. Hij gaf morfine.

Oma kreeg polio in de laatste oorlogswinter, 24 jaar oud en zwanger. Ze zegt dat ze weet waar ze het heeft opgelopen: Ergens in Amsterdam waar een bordje hing ‘hier heerscht kinderverlamming’. Oma was geen kind meer, ze had er zelf al twee. Ze liep dat gebied in en is verlamd geweest tot na de Bevrijding. Van de polio is ze hersteld, maar toen ze ouder was kwam het terug. Langzaam verlamden haar spieren opnieuw. Post Polio Syndroom. Haar hart was minder en de bloeddruk was al jaren te hoog. Maar voor een hoogbejaarde gebruikte ze niet echt veel medicijnen.

Als ik naar Verweggistan & Omstreken reisde, zei oma ‘kind, is het daar niet heel erg warm?’ Bij haar in huis was het altijd minstens 25 graden. In het oude huis aan de doodlopende weg vlakbij het spoor betaalden ze 150 gulden huur en 800 gulden gas en licht. Het huis was van de gemeente en werd door de sociale werkplaats geschilderd. Wat die werklui ‘s morgens schilderden, krabden ze ‘s middags weer af. Zo waren ze de hele zomer bezig. De vensterbanken stonden vol planten, de meeste in koperen potten. Sinaasappelboompjes en Christusdoorns. Op tafel lagen gehaakte kleden met franjes. Naast het huis lag grind, waar mijn broertje en ik de mooie steentjes uitzochten. Die bewaarden we thuis in Mocconapotten. Op de erfgrens stonden rozenstruiken met aangeharkt zand ertussen. Berenklauw aan de andere kant en klimop tegen de witte achtermuur.

In de zomer zaten we op de stoep naast het huis, tegen een schutting aan. Het rook er naar seringen en sigaren. Opa rookte erg veel de hele dag door, oma rookte alleen ‘s avonds. Belinda sigaretten uit zo’n pakje met een mevrouw erop. Met opa damde ik. Hij liet me nooit winnen, al schoof hij wel eens de stenen terug als ik een domme zet deed. Dan had hij het even niet gezien en moest ik iets beters verzinnen. ‘Altijd een bruggetje opzoeken’, ‘rustig opbouwen’. Hij overleed in 1991 aan longkanker, net voor mijn eindexamen. Daarna heb ik nooit meer gedamd.

Oma breide truien en vesten voor me met ingewikkelde patronen. Op de klassenfoto van de vierde klas ben ik het langste, dunste meisje, in een wit vest met Noors motief, rode boorden en opgemaasde blauwe sterren. Mensen spraken me wel eens aan op straat om te vragen waar ze het patroon konden krijgen.

In 1993 woonde ik in een studentenflat met een lange smalle gang, linoleum op de vloer, veel deuren. Op het eind van de gang hing de gemeenschappelijke telefoon, zo’n grijze met een draaischijf. Daar hoorde ik dat oma borstkanker had. Ze was toen 73, ik was 20. Wat de dokters haar vertelden, ging het ene oor in en het andere uit. De heren zouden het vast wel weten. Lymfeklieren aangetast? Weet ze niet meer. Agressief? Vast niet, ze is 11 jaar verder zonder uitzaaiingen. Ze is geopereerd, bestraald en heeft een paar jaar tamoxifen geslikt. En daarmee was het voorbij. Dachten we.

Totdat ik ook borstkanker kreeg in 2001. Daar heeft ze heel veel om gehuild. Oma en ik hebben de afgelopen jaren intensief gebeld. Over tamoxifen gekletst, over genetisch onderzoek en over allerlei dingen van vroeger. Hoe ze kindermeisje was in een groot gezin. De moeder van die kinderen had haar kleine tenen geamputeerd had om smallere schoenen te kunnen dragen. Oma’s ouders hebben elkaar leren kennen toen haar vader als koetsier bij Hotel Suisse stond, waar haar moeder kamermeisje was. Haar ouders waren al begin veertig toen oma werd geboren. Ze was het enige kind dat in leven bleef. Toen oma 32 was, had ze al een zoon van 13. Onvoorstelbaar voor mij nu.

Die oudste zoon en zijn vrouw blijven bij oma tot 22 uur vanavond. Daarna lossen mijn ouders af, die waken in de nacht. En als er iets is, bellen ze me.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

[quote="Dylan Thomas"]Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.
[/quote]

Oma beschikt dan wel over een verklaring dat ze niet gereanimeerd wil worden, maar die dateert uit 1998. En dat is te lang geleden. Niemand heeft haar er ooit op gewezen dat je zo’n verklaring om de zoveel tijd opnieuw moet ondertekenen. En in Provinciestad zijn veel huisartsen met gewetensbezwaren over afzien van medisch handelen.

Oma’s huisarts is ook opgegroeid in de Bible Belt. Oma had zo haar twijfels toen ‘dat meisje’ de praktijk overnam. Nog niet eens om haar orthodox-christelijke achtergrond, meer omdat een meisje eigenlijk geen echte dokter kan zijn. Een van de eerste acties van deze huisarts was een nieuw medicijnbeleid. Daardoor kan oma met de helft van de medicijnen toe. Het meisje had er wel verstand van… En ze reserveerde bepaalde dagdelen voor het bezoeken van hoogbejaarde patiënten. Zonder tijdsdruk, zonder specifieke aanleiding. Goed initiatief.

De huisarts heeft gisteren de morfine stopgezet, omdat oma zelf moest aangeven dat ze niets meer wilde. Ze verstond de vragen van de arts en schudde haar hoofd. Geen eten meer, geen drinken meer en ook niets anders. Toen kreeg ze een morfinepomp.

Terwijl ik dit typ, loop ik in gedachten door haar oude huis. Het staat er nog, soms kijk ik ernaar als ik in de trein zit. Ik heb gehoord dat de nieuwe eigenaar het helemaal verbouwd heeft. Hij zal al die kleine kamertjes wel doorgebroken hebben. En er zaten twee keukens in, het was gebouwd als dubbel huis.

Bij de achterdeur stond een borstelmat om je schoenen schoon te maken. Voor als je uit het kippenhok kwam. Opa had kippen, eenden, duiven en fazanten. Voor de fazant was ik bang, dat was een fel beest en die kon gemeen pikken. Ik hield het meest van de tortelduifjes. Die mocht ik ook vasthouden en voeren.

Ze hadden ook een hondje, een Yorkshire Terriër. Zo’n suf Fifi-hondje met een rood strikje, Pukkie. Mijn broertje en ik hebben dat beest helemaal wild gemaakt door hem af te richten met een rood rubber balletje. Dat gooiden we weg en hij rende er steeds achteraan. Grommen, weigeren om het terug te geven. Er zaten kleine putjes in dat balletje. Tandafdrukjes. Yorkshire terriërs kunnen best leuke honden zijn.

Van tijd tot tijd komen de voedingsassistenten van het Verzorgingshuis nu op Oma’s kamer langs om extraatjes te brengen. Een appel of een krentenbol. Dat ze al anderhalve week niet meer eet, weten ze niet. Mijn ouders krijgen koffie en pakken sap. De verzorging is erg lief en zorgt voor mijn ouders, die voor oma zorgen.

Oma heeft zachte sokjes gekregen tegen het doorliggen. Haar huid is heel dun.

Niemand kan zeggen hoe lang dit nog duurt. Ze is niet meer aanspreekbaar en glijdt langzaam weg.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Oma is inmiddels overleden. Ze stierf op Goede Vrijdag, 25 maart, en ik was erbij, net als mijn vader en moeder.

Op het werk was het vrijdag rustig. Goede Vrijdag is tegenwoordig dan wel een werkdag, maar bijna niemand komt naar kantoor. Toen ik een infomail rondstuurde aan veertig collega’s kreeg ik meer dan twintig ‘Out of office’-meldingen. Steeds sterker kreeg ik het gevoel dat ik mijn tijd zat te verdoen. Om vier uur heb ik de trein naar Provinciestad genomen. Ik heb gegeten bij mijn vermoeide ouders, die drie nachten bij oma gewaakt hadden en daarna maar weer thuis zijn gaan slapen.

Toen ben ik met mijn vader naar het Verzorgingshuis gegaan. Oma lag in bed en zag er veel slechter uit dan de week daarvoor. Een beetje grauw ook. Ze herkende me wel en we zijn een uur blijven zitten. Ik wilde eigenlijk blijven, maar mijn vader wou weg. Hij had al zolang aan het bed gezeten en was moe. Morgen weer een dag. We zijn weggegaan en werden anderhalf uur later door de verzorging gebeld. Dat het weer slechter ging, dat haar benen koud aanvoelden en dat we beter konden komen. In de lange linoleumgang met de duizend deuren kwamen we een verzorgster tegen. ‘Goedenavond, er zijn twee zusters bij haar. Ze is niet alleen’ In oma’s kamer waren twee vaste avondverzorgsters. Ze hadden thee en koffie voor ons neergezet en gingen weg. Oma herkende ons, al kon ze niet meer praten. Het heeft toen nog iets meer dan een uur geduurd. Ze ademde zwaar en er zat steeds meer tijd tussen de ademhalingen. Tot de laatste adem geweest was. Ze stierf heel rustig en ik ben blij dat we bij haar waren. Mijn vader en ik hielden haar handen vast. En ik ben blij dat ze in haar kamer was, niet in een vaag ziekenhuis of (ergste nachtmerrie) verpleegtehuis. Waar je nul komma nul privacy hebt en alleen een nachtkastje. Zo is het goed.

Met trots draag ik oma’s gouden ring met witte en rode steentjes, die ik vorig jaar van haar kreeg. En uit de erfenis krijg ik een donkere houten kast met houtsnijwerk op de deuren. Er zit ook een la in met twee leeuwenkoppen als handvatten. Het is zo puur kitsch dat het prachtig is. Mijn nichtjes zijn meer van de glazen tafels en het hoogpolig tapijt, die gruwen van tweedehands meubels. Mijn broertje vond de kast vroeger ook mooi, totdat hij ontdekte dat het geen massief hout is maar fineer. Toen had hij geen belangstelling meer, meneer wil geen fake. Oma bewaarde vroeger chocolaatjes in de kast. Als ik aan tafel zat te lezen, zag ik de kast uit mijn ooghoeken, terwijl ik luisterde naar alle verhalen die in de woonkamer werden verteld.

Zaterdag moest er veel geregeld worden voor de crematie. Daarna ben ik bij mijn broer gaan douchen: mijn ouders zijn de badkamer aan het verbouwen en dat ligt al een paar weken stil sinds oma zo achteruitging. Het was superdruk in de stad, bij de drogist heb ik flink ingeslagen met shampoo, douchegel, mascara en spuitgel. Tja, dat krijg je als je overhaast en niet helemaal wakker je tas inpakt… Mijn broertje heeft een nieuw appartement in het centrum van Provinciestad met mozaïektegeltjes in de badkamer. Lekker gedoucht, thee gedronken. Muziek uitgezocht voor oma’s crematie. ‘Dichterbij dan ooit’ van BlOf vonden wij wel mooi. Oma hield van Nederlandstalig en Frans Bauer, sorry, daar beginnen we niet aan…

BlOf zingt: [quote]Liever kwijt zijn waar je echt van houdt
Dan iets houden wat je toch niet mist
Liever buiten ook al is het koud
Dan naar binnen als daar niets meer is
Hier is niets om voor te blijven
Hier is alleen nog wat er was
En dat neem ik mee voor altijd
Voor altijd [/quote]

Zaterdagavond ben ik ook nog ongesteld geworden. Voor het eerst in 34 maanden, na chemo en Zoladex, ondanks de tamoxifen die ik nog steeds slik. Toen de Zoladex uitgewerkt was, vorig jaar april, heb ik maandenlang met een tas vol verband en tampons gelopen. Je weet maar nooit. Het kwam niet en ik werd relaxter. Dacht ook dat ik door tamoxifen niet ongesteld werd. Tot nu dus. Stille Zaterdag in Provinciestad en alle winkels waren dicht. Met mijn vader ben ik naar de benzinepomp gereden, want in Provinciestad is een Oliebaron die de tankstations aan alle uitvalswegen bezit. Hij verkoopt Always. Is ook Always open, 24/7. De klant voor me kocht condooms, de jongen achter me rekende snoep af. Niemand kwam daar voor benzine.

De vorige keer dat ik ongesteld was, liep ik door een Japanse Tuin tussen Angers en Nantes, samen met mijn toenmalige vriend en de vriendengroep met wie we op vakantie waren. Ik was al met Zoladex begonnen en verwachtte niets. Ik heb uit dat park mobiel het ziekenhuis in Nederland gebeld, waar een oncoloog me geruststelde. Nog één menstruatie na Zoladex, daarna niet meer. Dat was op 24 mei 2002. Inderdaad, daarna niet meer. Tot gisteren.

Op de dag dat oma overleed heeft mijn vriendin haar tweede kind gekregen, een zoon. Ze heeft al een dochtertje van drie, die over een paar weken bij me komt logeren. Dan gaan we naar het zeeaquarium. En kan ik oefenen hoe het is om twee dagen een kind te hebben…

Dood en leven, zwangerschap en vruchtbaarheid. Alles in een weblog.
Laat Prins-op-Wit-Paard nu maar komen… 8)

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Op zaterdagochtend om 10 uur liep ik door Amsterdam, niet ver van het ziekenhuis, vlakbij de buurt waar ik vijf jaar heb gewoond. Als ik met de bus was gegaan, had ik kunnen uitstappen bij mijn oude straat. Ik ben met de metro gegaan, dan had ik nog een iets andere route.

Bij de kantoorboekhandel annex postagentschap wilden ze me niet meer dan vijf losse postzegels verkopen. Anders moest ik er kaarten bijkopen. ‘We zijn geen postkantoor.’ Nee, alleen een agentschap. Dan niet. Twee straten verder zat een andere kantoorboekhandel met daarboven een bord ‘Postkantoor’. Twee Hindoestanen verkochten kranten (Telegraaf), sigaretten en loten. Postzegels hadden ze ook, ‘Hoeveel wilt u?’. Bonnetje was lastig, maar kon ook. Nu kan ik dus weer flyers versturen!

Ik liep verder langs een slijterij, Mitra. Iraanse kennissen in Zuid-Holland wilden hun dochter Mitra noemen, naar de Koningin van Perzië, die later als godin vereerd werd. Tot ze ontdekten dat Mitra hier een keten van drankwinkels is. Geen geschikte naam voor een moslimkindje dus.

Webkabouter Kees woont in een huis vol computers en asbakken. Koffie was lekker [ok] en voor mij ook hard nodig. Ik ben niet zo wakker ‘s morgens… Kees is een collega van mijn vroegere buurjongen van de studentenflat, bij wie ik de telefoonrekening onder de deur doorschoof. Hij schoof geld terug. We woonden zeker een half jaar naast elkaar voor we elkaar voor het eerst zagen. Later dronk ik wel koffie met hem, grote mokken zwarte koffie, net als bij Kees.

Een meisje met donkere ogen en twee staartjes skeelerde bij Kees op de galerij toen ik twee uur later wegging. Op de muurtjes bij het plein zat veelkleurig Amsterdam in de zon. De groentenboer deed goede zaken, het was druk op straat. Ik ging met de metro naar vrienden in Zuid-Oost. Hun zoon is geboren op Goede Vrijdag, de dag dat mijn oma overleed.

De dochter van mijn vrienden, Little Lady, stond bij het tuinhekje te wachten toen ik van de metro kwam. Rood T-shirt, spijkertuinbroek, rode laarsjes en elastiekjes met dobbelsteentjes in haar bruine krullen. ‘Maisa, waarom kom je nu pas?’ Voor het huis staat een houten bank, waar Little Lady en haar grote teddybeer op me hadden gewacht. We zijn naar binnen gegaan en ik heb het snoezige schattige ieniemieniebabytje vastgehouden: Little Man, net zeven pond zwaar en pas acht dagen oud. Omdat ik altijd laat op kraamvisite ga, zie ik baby’s meestal pas als ze veel groter zijn. Little Man had honger en begon aan mijn borst te zuigen. De echte, niet de prothese. Ik heb hem aan zijn moeder overgedragen, bij wie hij twintig minuten dronk. Little Man is licht van kleur, zijn oogjes zijn nog blauw, maar zijn zwarte haar lijkt sterk te gaan krullen. Misschien zelfs kroezen. Little Lady is donkerder van huid, maar heeft zacht, Europees haar. Ze heeft me rondgeleid door hun nieuwe huis. ‘Dit is mijn kamer. En dit zijn mijn blokken. Maisa, kom je met de blokken spelen?’ En over een paar weken komt ze bij me logeren. Ik heb geen auto, dus dan kom ik haar halen met de trein. ‘Leuk! Trein! Ik ben met oma met de trein geweest.’ Oma woont in de Achterhoek, dus dat zal wel een dieseltrein geweest zijn over enkelspoor. Vast geen dubbeldeksintercity. ‘Maisa, als ik kom logeren neem ik mijn eigen koffer mee.’ Ze heeft een roze koffer op wieltjes met een vogel en een snavel erop, omdat ze zo graag uit logeren gaat. We zijn nog naar de speeltuin geweest, warm en zonnig, waar ze de schommel maar saai vond. Ze wilde liever basketballen met de pubers. Die zaten niet echt op een meisje van drie te wachten… Ze heeft ademloos langs de kant zitten kijken hoe de grote kinderen basketbalden.

Aan het eind van de middag was ik terug op Centraal Station, waar ik met Fleur had afgesproken. Halflang blond haar, Ray Ban-zonnebril, zelfstandig en stoer. Elf jaar geleden reisden we samen in Rusland. We zaten bij hetzelfde gastgezin in Joegozapadnaja, Zuid-West Moskou, waar we een taalcursus Russisch deden. Onze gastvrouw Tatjana was een gescheiden vrouw van midden dertig met een verwende puberzoon en een Lech Walesa-lookalike als minnaar. God, wat stonk die man naar zweet. En hij had altijd hetzelfde trainingspak aan. Het was de man van haar beste vriendin. Tatjana’s zoon lag de hele dag op de bank voor de tv en vroeg haar steeds om ‘tsjai s limonom’ (thee met citroen). Ze ging het nog brengen ook. Die jongen verzette geen stap. Haar dochter had ze voor de zomer naar haar moeder in Oekraïne gestuurd.

Fleur had mijn nieuwe huis nog niet gezien. Ze had cocktails meegenomen, die we dronken op mijn terras. Beetje koud, in de schaduw, jassen aan, maar de mix van Blue Curacao, Pisang Ambon, citroensap en nog wat andere dingen maakte veel goed. Geen Pink Lady, meer een gifgroen kikkerdrankje. Daarna zitten praten, over liefde, werk, geld en jeugdherinneringen. En over de Zoektocht naar de Ware. Voor haar een vrouw, voor mij een man. Maar de zoektocht is gelijk.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Voordat ik borstkanker kreeg, dacht ik dat het een ziekte was van oudere vrouwen. Ook in het ziekenhuis kwam ik weinig andere vrouwen van 28 tegen. Op mijn vragen was niemand voorbereid. ‘Rustig aan doen met je arm.’, zei de verpleging. ‘Volleybal? Liever niet.’ ‘Aerobics met gewichtjes. Doe dat nou niet, ga maar zwemmen.’ Echt, het is allemaal tegen me gezegd.

En wat moest ik nou, als actieve, sportieve, jonge vrouw zonder lymfeklieren? Ik nam geen risico en stopte met alle sporten die ik leuk vond. Eerst ging ik joggen in het Oosterpark. Supersaai, maar ik had redelijk snel eer van mijn inspanningen. Net na de chemo kon ik nog geen 30 seconden rennen, maar al snel was dat een minuut, toen twee minuten, toen meer. Twintig minuten rennen is niet leuker dan twee minuten. Eerder minder leuk, want de ellende duurt langer.

Na een tijdje maakte ik een belafspraak met de chirurg. Of ik misschien toch weer aerobics mocht doen. Met kleine dumbels, 1 kg per stuk. ‘Tuurlijk’, zei hij, ‘bewegen is veel beter dan je arm stilhouden. Beweging voert het lymfevocht juist af.’ Laat die man eens met zijn eigen verpleegsters gaan praten…

Al heel lang geleden kreeg ik van de chirurg het groene licht voor volleybal. En toch durfde ik steeds niet. Bang voor een opgezwollen arm, bang voor oedeem, bang om weer te doen wat ik altijd leuk vond.

Ik heb al met al zo’n twaalf jaar gevolleybald, van mijn 14e tot mijn 26e. Ik ben coach en scheidsrechter geweest. Ik heb volleybaltoernooien voor hangjongeren georganiseerd, buurtvolleybal gedaan en hele zomerzondagen in het Oosterpark gevolleybald.

Sinds deze winter deed ik iets aan fitness. Dat hield in dat ik mijn schuldgevoel en matige conditie afkocht door de sportschool te betalen. Als een moderne aflaat: betalen en niets doen. De enkele keer dat ik naar de gym ging, vond ik alleen de fietsjes leuk. En fietsen kan ik natuurlijk gratis doen, daar heb ik geen sportschool voor nodig!

Bij een cursus voor mijn werk kwam ik een volleybalster tegen. En meteen ging het kriebelen: dat wil ik ook weer! Geen competitie, geen verplichtingen, gewoon recreatief volleyballen.

Gisteren ben ik geweest, voor het eerst in ruim vijf jaar heb ik gevolleybald. En het was geweldig om weer in het veld te staan. Mijn conditie is inderdaad beroerd, ik heb fikse spierpijn, maar het was zo leuk! Mijn armen doen zeer van het passen, maar van oedeem is geen sprake. Morgenavond trainen de recreanten van hoger niveau. Als mijn spieren morgen hersteld zijn, ga ik met die andere groep nogmaals trainen.

Fietsen, schaatsen, verhalen schrijven en volleybal zijn dingen die je niet verleert. Ik doe weer wat ik leuk vind.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

[quote]Staring at the blank page before you
Open up the dirty window
Let the sun illuminate the words that you could not find

Reaching for something in the distance
So close you can almost taste it
Release your inner visions
Feel the rain on your skin
No one else can feel it for you
Only you can let it in
No one else, no one else
Can speak the words on your lips
Drench yourself in words unspoken
Live your life with arms wide open
Today is where your book begins[/quote]

Dit liedje van Natasha Bedingfield hoorde ik net op de radio en het geeft heel goed weer hoe ik de afgelopen drie jaar ben doorgekomen. Onuitgesproken woorden, de regen op mijn huid en het boek waaraan ik ben begonnen. Niemand anders kan het voor mij voelen en toch spreek ik me uit. Leef je leven met je armen uitgestrekt. Vandaag begint je boek.

Vandaag is het precies drie jaar geleden dat ik met tamoxifen begon. Op 1 mei 2002 schreef ik op het Vivaforum: [quote]Door smiling_maisa op Woensdag, 01 mei 2002 - 16:01:
[quote]De internist vond me assertief.... Ik had 25 vragen en hij wist een groot deel van de antwoorden niet... Een aantal dingen zoekt hij voor me op, ik moet volgende week toch terug voor de injecties, dan heeft hij antwoorden voor me. [/quote][/quote]

Ik haalde net mijn hand door mijn inmiddels dikke haar (met slag!) en herinner me dat ik nog kaal was van de chemo toen ik met Tamoxifen begon. Ook was ik ongesteld op het moment dat ik startte met de eerste tablet, die me in de overgang zou brengen. Het was de week waarin Pim Fortuyn vermoord zou worden. Nederland was in rep en roer, de verkiezingen kwamen eraan. Het lijkt een eeuwigheid geleden. Ik heb net mijn kopieën van het Vivaforum teruggelezen en zie dat ik vol trots meldde hoe ik ge-low-impact-aerobicd heb. En hoe ik vier keer een minuut kon joggen. Een minuut rennen, een minuut wandelen. Ik wisselde het af. Ik voelde me toen alsof ik op een keerpunt stond. Van vruchtbare vrouw werd ik 'menopauzaal'.

Drie jaar later zie ik dit 'keerpunt' niet als keerpunt, maar meer als een onderbreking van mijn leven vol hormonen. Drie jaar heb ik geleefd zonder menstruaties en zonder PMS. Een leven als een man :wink:, iets wat ik altijd wilde . Het is me echt niet tegengevallen.

Op 14 mei 2002 schreef ik:
[quote]Ik word geconfronteerd met kanker omdat ik een pruik draag en een prothese. Maar verder hindert het me absoluut niet. Ik denk dat ik zeker 30 word (maart 2003). Of ik 40 word is minder zeker. Of ik een kind kan krijgen is nog maar de vraag. En ook een koophuis (hypotheek...) is heel betrekkelijk voor mij, ik ben zeker de eerste jaren moeilijk verzekerbaar. Maar als ik daar iedere keer bij stilsta dan heb ik nu al geen leven meer.[/quote]

Steeds vaker denk ik dat ik niet alleen 40 word, maar misschien wel 50 of 60. Of ouder. De vrouwen in mijn familie worden minstens 80. Hoewel ik het erg vind dat mijn oma dood is, ben ik blij dat ik haar overleefd heb. Mijn dood wilde ik haar niet aandoen. En ik heb nog niet besloten wat ik met mijn geërfde geld ga doen. 'Nieuwe pannen' vind ik wel in de geest van oma :D . Misschien moet ik dat maar doen. Boeken had ze onzin gevonden, CD's kende ze niet en nieuwe schoenen vond ze zonde van het geld. Iets voor de keuken past wel bij oma. Terwijl ik dit typ, ruik ik het suddervlees en de bruinebonensoep in oma's oude huis en ik zie het bruine gehaakte kleedje op tafel, de zwarte vaas met de gele stoffen rozen en de Mocconapotten op de schoorsteenmantel. Opa zat aan tafel sigaren te roken, oma droogde af en ik vertaalde de tekst van een liedje van Sam Cooke voor ze:
[quote]Don't know much about history,
Don't know much biology.
Don't know much about a science book,
Don't know much about the french I took.
But I do know that I love you,
And I know that if you love me, too,
What a wonderful world this would be.[/quote]
En een prachtige wereld is dit.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Vandaag was een Niet-Energie Dag. Ik was moe, had nergens zin in en er zou ook nog bezoek komen. Ik heb me naar de C1000 gesleept om fruit en yoghurt te kopen, heb afgewassen, opgeruimd en koffie met melk en suiker gedronken. ‘Kinderkoffie’ noemden mijn oud-collega’s dat altijd. Ik hoopte dat ik er energie van zou krijgen. Maar niets hielp.

De moeder van Ex zou op bezoek komen nu ze in Nederland op vakantie is. Ze logeert bij familie in Almere. Ze wilde me graag zien en ik haar ook. Ik heb uitgelegd met welke tram ze hier moest komen. Tang boeng. We zien elkaar.

Ex heb ik ruim een jaar geleden voor het laatst gezien, op een bruiloft van vrienden. Met zijn moeder had ik af en toe nog contact. Voor Kerst en mijn verjaardag komt er altijd een kaart uit Paramaribo, in een beverig ouderwets handschrift, vol goede wensen van ‘Pa en Ma’. Ze zijn achterin de zeventig, wonen in een ‘flatwoning’. Dat is Surinaams Nederlands voor een bungalow, ‘flat’ is namelijk Engels voor ‘plat’! Het huis staat achter een haag van bougainville aan een onverharde weg. Vanaf de hoek is de straat wel geasfalteerd, omdat daar een vroegere minister woont. Ministers laten in Suriname de straat asfalteren tot hun huis.

De verkiezingswinst van Venetiaan had Ma me bijna twee jaar geleden al voorspeld. ‘Bouta heeft gemoord, Bosje heeft gestolen, en Vene heeft niets gedaan. Ze gaan hem opnieuw kiezen, omdat hij schone handen heeft. Hij doet niets goed en hij doet niets fout. Hij doet helemaal niets’ We zaten op de veranda, het was heet: augustus, droge tijd. Ze had me oregeadestroop ingeschonken, zelf dronk ze koffie.

Ik was in mijn eentje in Suriname en logeerde bij vrienden die ‘boiti’ (‘buiten’) wonen. Van hen had ik een auto kunnen lenen. Suriname heeft links verkeer en de auto was een automaat. Aan beide dingen moest ik wennen. Maar het gaf me zo’n geweldig gevoel van vrijheid, die eerste ochtend dat ik zelf reed. Het was zes uur ‘s ochtends toen, dat is het moment dat het licht wordt. De hitte is er dan nog niet, het is gewoon lekker weer. Ik was op weg naar de Anton Drachtenweg, waar het verzamelpunt was voor een trip naar Brownsberg aan het Brokopondomeer. Tijdens de chemo had ik, op advies van mijn broer, de Irenewaterval in gedachten gehouden. Steeds als ik het niet meer zag zitten, zag ik die waterval voor me. Daar zou ik heen gaan als ik weer beter was. Mijn broertje als amateurpsycholoog… Het hielp wel. Met de auto reed ik dwars door Paramaribo. Daarna gingen we met een minibus naar Brownsberg. Een van de reisgenoten op deze trip was een Trinidadiaanse, die in Londen woonde. Bij ieder dier dat we onderweg zagen zei ze ‘It’s delicious’… Ze had hele hippe schoentjes aan, waarmee je niet goed door het oerwoud kon lopen… En ze wilde heel graag leguaan eten, ‘boomkip’. Ondanks haar schoentjes en ondanks haar geklets kwamen we beneden aan de voet van de berg. En ik heb toen in de waterval ‘gebaad’. Mission accomplished.

Ma vond het verschrikkelijk toen ik bij Ex wegging. Ze verweet zichzelf dat ze fouten in de opvoeding had gemaakt. Met mijn vertrek waren Ma’s vijf zonen allemaal gescheiden. ‘Ze zijn niet goed voor hun vrouwen’, zei ze.

WORDT VERVOLGD

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Toen het na de chemo met mij weer beter ging, ging het tussen Ex en mij slechter. Ik kan niet zeggen dat dat aan opvoeding lag. Ma heeft haar best gedaan. Erge gebeurtenissen kunnen mensen dichterbij elkaar brengen, maar ze kunnen je ook uit elkaar drijven. Ex en ik gingen zo verschillend om met mijn ziekte, dat kon niet goed gaan. Ooit vond ik het aantrekkelijk dat hij zo rustig was, nu ergerde ik me aan zijn passiviteit.

In de herfst van 2002 ben ik bij hem weggegaan, negen maanden na mijn diagnose. Mijn haar was net weer teruggegroeid na de laatste chemo. Vijf weken heb ik bij een vriendin in Delft gelogeerd, voor wie ik vegetarisch-biologisch kookte als ze laat uit haar werk kwam. Het was een ijzig koude decembermaand, waarbij ik over de bruggetjes van Delft naar het station glibberde. Daarna had ik zelf een huis in Den Haag, een jaren-dertig-etage met glas-in-lood, marmeren schouwen en een balkon op het zuidwesten, waar ik surfinia’s en geraniums in bakken liet groeien. Mijn huidige woning is beter, nieuwer en zeker comfortabeler. Maar ook die staat in Den Haag… De ‘legal capital of the world’ is voor mij een ballingsoord, een hangplek, een tijdelijke woonplaats in afwachting van betere tijden. Het was een rationele beslissing om hier te gaan wonen, geen overweging van hart en ziel. Misschien ben ik daardoor nooit aan Den Haag gewend en erger ik me zelfs aan de wind, die altijd waait, aan ‘ff een bakkie doen’ en aan alle wegversperringen en de gaten in het wegdek.

Ma zou gisteren rond een uur of drie komen. Met de trein vanuit Almere, na een paar keer overstappen. Ze is Nederlandstalig en leerde op school in Commewijne dat de Rijn bij Lobith ‘ons land’ binnenkomt. Maar ze heeft nooit in Nederland gewoond en Almere-Den Haag is een wereldreis voor haar. Volgende week is haar ‘jaardag’, dan wordt ze 79. Vanaf drie uur gistermiddag heb ik thuis op haar gewacht, in mijn kamer met Michaels schilderijen, oma’s kast met houtsnijwerk en de eettafel die mijn vader heeft gemaakt. Om half vijf heb ik de voicemail van Ex ingesproken. Geen reactie. En om acht uur belde Ma, vanaf de mobiel van Ex, dat het niet meer ging lukken. Ik verwijt het haar nog niet eens echt, maar die zoons van haar hadden me wel wat eerder kunnen bellen.

Ik ben couscous gaan koken met veel groente en ging me langzaam beter voelen. Aan zulke mensen mis ik niks. Vanmiddag ga ik de tuin verzorgen van de buren van het vorige huis, het eerste huis in Den Haag waar ik woonde. Ze zijn op vakantie en vertrouwen mij de sleutel toe voor de post en hun tuin vol bloemen en aardbeienplanten. Ze hebben ook mijn sleutel. Ook dat is Den Haag. Mijn energie komt langzaam weer terug.

Gisteravond heb ik Michael nog gebeld, mijn shrink-op-afstand, kunstenaar en gesjeesd priesterstudent op negen vlieguren hier vandaan. Hij fietste door de Keizerstraat in Paramaribo met een mobieltje aan zijn oor. Ik vertelde hoe moeilijk ik het nog steeds vind om onder eigen naam naar buiten te treden met mijn verhaal over borstkanker. Al 3,5 jaar schrijf ik als ‘Maisa’ op internet. Onder de naam ‘Maisa’ heb ik twee keer in Viva gestaan, maar namens Stichting Amazones sta ik nu in de spotlight als ‘mezelf’. Ik ben trots op wat we hebben bereikt, honderden bezoekers en 30.000 hits per dag. We hebben iets gemaakt wat er nog niet was en waar wel behoefte aan was. Maar waarom is het dan zo moeilijk voor me om het ‘Maisa-masker’ af te zetten? ‘Maisa is een figuur uit verhalen’, zei Michael, ‘Ma Aisa is Moeder Aarde. Je verhaal blijft een spookverhaal zolang jij je achter Maisa verschuilt. Pas als je onder eigen naam publiceert, krijgt je verhaal echt een gezicht. Dan weten mensen dat ook jonge, sportieve succesvolle vrouwen borstkanker kunnen krijgen. En dat je het kunt overleven. Dat is pas kracht.’

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Zaterdag fietste ik door regen en wind naar Scheveningen, een tas met glazen aan het stuur. En niet zelf ingepakt, dus ik moest heeeeeel voorzichtig fietsen om geen scherven als cadeau te hoeven geven namens de ‘crew’. Op het feestje klaagde een single vriendin dat ze alleen maar nerds achter zich aan kreeg. Mannen die zeggen ‘Mag ik me even voorstellen?’ en zij antwoordt ‘Nee, doe maar niet!’ Dat soort gesprekken heeft ze in de kroeg. We zaten te kletsen en te lachen en plotseling draaide iedereen naar mij: ‘En wat voor types krijg jij dan achter je aan?’ …. Nou, niemand dus. ‘Niet eens nerds!’ De ultieme loser vonden ze me wel, geloof ik.

Het feestje was van een collega, wiens vriendin net uit Verweggistan is gekomen om hier bij hem te wonen. Vorige week zat ze naast hem, stil en verlegen bij mij thuis op de bank. Ze kwamen grote pannen en schalen lenen. Gingen voor het eerst voor veel mensen koken. Ze volgt een intensieve cursus Nederlands, maar zei bijna niets. Zaterdagavond zag ik hoe ze echt is: vlot en vrolijk, in haar eigen huis, haar eigen taal. Ze leek een jonger zusje van Julia Roberts met haar bruine krullen, grote ogen en brede mond. Koken voor veel mensen was gelukt. En vooral de aardappelsalade was erg lekker!

Ik raakte met Rajna in gesprek, oorspronkelijk uit Verweggistan, maar al zeven jaar hier. Zwarte broek, blauw gestreept truitje, roze puntslippertjes met hele smalle hakjes, roze gelakte nagels en grote rood-gouden ringen. ‘Wij mengen goud met koper, jullie mengen goud met zilver.’ Rajna vertelt over de crèmes en truitjes die ze meeneemt uit Verweggistan voor een collega. ‘Nederlandse vrouwen doen geen moeite voor hun uiterlijk. Je moet ze altijd helpen.’ Ik keek naar mijn gympen en spijkerbroek en zakte bijna door de grond… Voor een Verweggistaans feest zou ik zwaar underdressed zijn.

~ - ~

Zondagochtend ging ik eindelijk, eindelijk naar Massoud en Farida. Ik had ze al zolang beloofd dat ik langs zou komen. Maar Farida is zwanger (‘half zeven maand’) en is maandenlang misselijk geweest. En bang was ze ook: vorig jaar ging haar zwangerschap na achttien weken mis. De gast is koning in de Afghaanse cultuur en ze zou uitgebreid moeten koken voor me. Daarom stelde ik mijn bezoek steeds uit.

Nu had ik een smoes: ik was bij Mina uitgenodigd om te eten. En ook bij Iraniërs moet de gast veel eten, dus nee, Farida, dank je wel, alsjeblieft, ga niet veel koken, want dan denkt Mina dat ik haar eten niet lekker vind. Moderne multicultismoezen. Farida en Massoud geloofden me, Mina zat in het complot en zei ook nog dat Perzisch eten veel lekkerder is dan Afghaans…

Van het station liep ik naar hun flat, waar ik zelf ook zeven jaar heb gewoond. De weg van het perron naar mijn vroegere voordeur is precies een appel lang. Anderen rookten een sigaret onderweg, ik at altijd appels. Zo gezond als ik toen leefde... Vijf uur per week sporten, geen alcohol, geen vlees en tien kilo lichter dan nu. Vijf jaar later was ik 28 en had ik borstkanker.

De struiken rond de flat zijn gekapt, overal is gras gekomen, maar er is geen geld om het te maaien. Winkelwagentjes slingeren in het portiek. Bij de ingang stonden vroeger grote groepen Antillianen. Mijn buurmeisjes durfden daar niet langs te lopen. Ik weigerde me te laten gijzelen in mijn eigen huis en liep langs die jongens. En ik groette ze. Dat deed volgens mij niemand. Ze hielden de deur voor me open. We volleybalden vroeger op het basketbalveldje. Er kwamen heel veel mensen kijken, bara's eten en Fernandes drinken.

Nu is er niemand meer op straat, de grasvelden zijn leeg en er staan bierflesjes in de lift. De gang naar Massouds woning lijkt smaller en donkerder dan vroeger. Heb ik zeven jaar op zo’n gang gewoond?

Massoud is de enige van mijn vrienden die altijd in de studentenflat is blijven wonen. Behalve mij kent hij geen Nederlandse vrouwen. En ik wilde niet met hem trouwen, al heeft hij me meerdere keren gevraagd. ‘Je mag blijven werken’, beloofde hij. (Mina zegt ‘dat zeggen ze allemaal… Totdat je met ze trouwt’) Na mijn laatste weigering heeft toch maar zijn moeder een vrouw voor hem gezocht. Ze is niet zijn nichtje, maar komt wel uit zijn dorp. Hij heeft wel eens verteld hoe hij met zijn broer ging gluren naar mogelijke bruiden. Vrouwen in burqa’s op straat in Kaboel. Met zijn moeder had hij codes afgesproken om door te geven of het meisje wel of niet geschikt was. Zelf mocht hij de vrouwen niet zien van dichtbij, hij moest afgaan op het woord van zijn moeder.

Sinds hij getrouwd is, stuurt hij minder geld naar huis. Over de klachten van de familie zegt hij: 'Ze denken zeker dat ik in een geldfabriek werk!' Gelukkig heeft zijn broer nu werk gevonden als chauffeur voor een internationale organisatie. Driehonderd dollar per maand verdient hij en hij moet 24 uur per dag beschikbaar zijn. Van zijn inkomen leven dertig mensen.

Farida is, met Massoud, een keer bij mij thuis geweest, in leren jas en witte hoofddoek. Thuis zijn haar haren niet bedekt, ze schenkt steeds thee in nog voordat ik het lege glas weg kan zetten. Steeds krijg ik eten aangeboden en steeds weiger ik. En heb ik wel ontbeten? Ja, heel veel gegeten, o nee, meer kan ik echt niet eten. De gast moet vetgemest worden, dus neem ik nootjes en chocolaatjes. Ze draaien de video van hun bruiloft in Kaboel. Prachtige kleren, mooie make-up, het lijkt wel een Bollywoodfilm. Vrouwen en mannen hebben gescheiden feesten. De vrouwen dansen wild en sensueel, vooral de jonge meisjes. Op dit soort bruiloften kiezen moeders een bruid voor hun zoon. Massouds stiefmoeder danst veel en geniet van het feest. 'Zij houdt van feesten', zegt Massoud, 'huishouden vindt ze niet leuk. Maar ze heeft ons altijd gestimuleerd, van haar moesten we leren.' De mannen dansen traditioneler, een soort volksdansen. Een oude man met een tulband en een baard is Farida’s vader. Ondanks de onderdrukking van de fundamentalisten liet hij zes dochters leren. Farida heeft twee zussen in Duitsland, een broer in Engeland en een broer in Tsjechië. Een van haar zussen in Afghanistan heeft een extreem conservatieve echtgenoot. Ze draagt een burqa en is ook op het vrouwenfeest gesluierd. Ze valt nogal uit de toon tussen de opgestoken kapsels en avondjurken.

En dan komen de vragen of ik alweer een man heb. En waarom niet. En of ik anders niet met Remco wil trouwen, die ook daar op de gang woont. Remco woonde vroeger ook al daar, hij had toen een vriendin, een HBO-studie en een OV-jaarkaart. Nu heeft hij een uitkering. Door een gescheurde meniscus is hij afgekeurd als fietskoerier.

Na nog twee gevulde koeken en een laatste kop thee ga ik echt weg. In deze cultuur van gastvrijheid hoort de gast te weten wanneer het tijd is om op te stappen. En ik ga nog naar Mina toe.

WORDT VERVOLGD met het etentje bij Mina, dat meer rozengeur & wodka lime-achtig was…

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Met de metro ging ik naar Mina. Ze had een paar dagen eerder al gebeld: ‘Ik heb een nieuwe bank gekocht!’ Een teken van de keuzes die ze maakt. ‘Ik’ in plaats van ‘Wij’. Officieel is ze er een van een stel, in het echt maakt ze al een tijdje haar keuzes alleen.

Mina’s nieuwe bank is een soort Indonesisch bed zonder rugleuning met een roomwitte matras en gekleurde kussens. De bank is mooi en hoog, al moet je wel 2,10 m zijn om met je voeten bij de grond te kunnen. In de hoek van haar kamer staat een groot boeket witte lelies. Mina’s man heeft ze voor haar meegenomen bij zijn laatste bezoek. Ze wonen al een half jaar niet meer samen.

Tegen Mina kan ik voluit klagen over mijn totale gebrek aan aanbidders. We lachen om Massoud, die me aan Remco wilde koppelen, en maken ons kwaad om Mina’s collega. Die vindt dat vrouwen toch echt ‘voor hun 35e gesettled moeten zijn, want daarna worden ze alleen maar lelijker’. Woede, ongeloof, zorgen, blijdschap en harde grappen wisselen elkaar snel af. Grote meisjes huilen niet, maar maken grappen over hun ontevredenheid. We zijn woest-aantrekkelijke-financieel-onafhankelijke-ongelooflijk-leuke-supergrappige-ontzettend-lieve-aardige vrouwen met een universitaire titel en een rijbewijs, we doen zelf onze belastingaangifte en we kunnen nog koken ook. En toch worden we veel te weinig aanbeden!

Bij sommige stukken uit mijn eerdere weblogs gaan de rillingen door mijn lijf en voel ik alle angsten weer opnieuw. Maar gelukkig heb ik ook betere tijden gekend!

[quote]Door maisa op Woensdag, 11 juni 2003 - 21:06:
(…) Rita vroeg laatst hoe het etentje met collega was geweest. Nou niet zo... Ik geloof dat we toch beiden andere verwachtingen hadden. Als ik anderhalf jaar dagelijks met iemand lunch en het is hem nooit opgevallen dat ik geen vlees eet dan heeft die persoon niet echt op mij gelet :D.

Maar... vandaag... Ik had een afspraak bij een bedrijf. Ver weg. Met de trein... Ging goed, daarna terug, lekker eerste klas (de baas betaalt...). En toen stapte toch een leuke jongen in de coupé:D. Druk zitten kletsen tot hij eruit moest (een uur later). Man wat een vent :P. Was dit nou de warmte? Was het dat ik me geweldig voelde omdat ik alle kledingadviezen van Fashionvictim had opgevolgd? Was het gewoon dat ik toe ben aan iets nieuws? Ik weet het niet. Dit was echt een geweldige vent, volgens mij woont hij samen en ik ga er niet achteraan, maar ik was blij bij mezelf te ontdekken dat ik weer oog begin te krijgen voor een nieuwe kerel :P . [/quote]

‘Fashionvictim’ was de nickname van de modegoeroe van het Vivaforum, op wiens kledingadviezen ik volledig vertrouwde hoewel ik haar in real life nooit ontmoet heb.

Een paar dagen later schreef ik verder:
[quote]Door maisa op Zondag, 15 juni 2003 - 11:10:
Dromerig weekend. Ik kan die jongen van woensdag toch maar heel moeilijk uit mijn hoofd krijgen... Mooi weer, zonnig en warm en Maisa zit alleen thuis te dromen van een man die niet beschikbaar is .

Mijn ex zeurt dat ik pensioendingen nog met hem moet regelen en hij heeft nog gelijk ook. Onbetaalde rekeningen liggen hier opgestapeld, een bende strijkgoed op een stoel en ik loop te dromen over een vent met vrouw en kind.

Er gaat hier iets zwaar fout... [/quote]
Heel herkenbaar en ik vrees dat ik niet veel veranderd ben. Rekeningen betalen hou ik beter bij, maar ook nu ligt er een fikse stapel strijkgoed. Dat waren nog eens tijden, de zomer van 2003. Toen had ik tenminste nog sjans… Ik wil weer ‘wij’ worden.

Met bungelende benen zitten we op Mina’s nieuwe bank. We drinken rosé en snoepen nootjes, terwijl we praten over boeken, mannen en het weer in Schotland. Ze stapt over van de schilderlessen in het buurthuis naar een echte kunstenaar om zich verder te ontwikkelen. In de serre staan haar nieuwste schilderijen en vooral de laatste is erg goed. Ze heeft mijn verhalen over Rome en Verweggistan gelezen en vindt dat ik naar een boek moet toewerken. Voor mijn gevoel zijn mijn ideeën nog baby’s en zijn ze lang niet volwassen genoeg voor een heel boek.

Allebei dromen we dat we zouden kunnen leven van onze kunst.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Soms schrijf ik een ander verhaal dan ik me had voorgenomen. Zondag schreef ik over het rozengeur&wodkalime-bezoek aan Mina, rosé drinken en ik schreef over vroegah, toen het warm weer was in juni en ik nog wel eens sjans had.

De laatste dagen ben ik in mijn hoofd vooral met andere dingen bezig. In de reacties op mijn weblog werd mijn ‘coming out’ genoemd. Ik treed tegenwoordig naar buiten als jonge vrouw met borstkanker en kom in de media met foto en onder mijn eigen naam. Maisa gooit haar schild opzij. Waar ik zelf nu veel mee bezig ben is mijn ‘coming in’. Het toelaten van mijn eigen gevoelens van woede en spijt over wat er gebeurd is in de afgelopen jaren en over hoe graag ik het anders had gezien.

Vrijdagavond had ik een feest waar ik tussen hoogzwangere vrouwen heb gedanst. Het feest was met vrienden en vrienden van vrienden en het leek op een gegeven moment wel of iedereen zwanger was…Stralend stonden ze te dansen met hun dikke buiken. Zorgzame mannen haalden drinken voor ze. Dertigers onder elkaar. Dan krijg je dat. Dus ik nam nog een biertje…. Energie had ik wel die avond, ik was om vijf uur thuis. En klaarwakker natuurlijk. En de hele zaterdag was ik chagrijnig en moe.

Ik snap ook wel dat ik nu niet zwanger moet worden, ik ben blij dat ik nog leef en ik sta achter de beslissingen die ik heb genomen. Van mijn borstamputatie heb ik nooit spijt gehad, dat ik ben weggegaan bij Ex daar ben ik nog steeds gelukkig mee en ook de behandelingen ondersteun ik nog steeds. Liever wel hormoontherapie dan niet, opnieuw kanker zou voor mij altijd erger zijn dan opvliegers. Maar sinds ik mijn cyclus weer terugheb, merk ik dat mijn stemmingen veel wisselen. Ik krijg weer PMS. Dat is eigenlijk niet zo erg, want daar heb ik zelf geen last van. Hooguit hebben anderen last van mijn PMS. En ook krijg ik enorme energiebuien en ook enorme dips. Ik ben mijn stabiliteit kwijt. Deze week heb ik al twee keer een zak chips leeggegeten en gisteren ben ik niet eens gaan beachvolleyballen, hoewel het prachtig weer was. Geen fut om naar Scheveningen te fietsen.

Het ontbreekt me aan energie en ik heb nergens zin in. En ik hoor mijn moeders stem in mijn hoofd ‘Als je geen zin hebt, dan [i]maak[/i] je maar zin’. En zelfs daar heb ik geen zin in.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

In Leiden ben ik vroeger met school al eens geweest. In het Museum voor Oudheden schreven we met groepjes leerlingen elkaars antwoorden over, zodat iedereen zo snel mogelijk door de verplichte vragenlijst heen was. Vijftien waren we. Samen met een vriendin wilde ik het verslag van de excursie publiceren in de schoolkrant onder de onoriginele titel ‘Lijden in Leiden.’ En dat mocht niet… Te negatief. Censuur! Het compromis werd gevonden in ‘(?)’, toegevoegd op advies van de leraar Nederlands.

Meer dan twee keer zo oud als toen ben ik weer in Leiden. Nu voor de Amazonemeeting. ‘Leiden na lijden’. Geen vraagteken nodig. En geen leraar Nederlands die me nog adviezen geeft en niemand die me censureert.

De rit in Patty’s racemini terug naar Den Haag loopt stuk op lange files. Het laatste eindje ga ik toch nog met de trein. De lucht trilt van de hitte als ik van het station naar huis loop. Er is geen hond op straat. Summer in the city. Thuis duik ik onder de douche en smeer crème op mijn verbrande huid. ‘s Avonds heb ik nog een feestje.

Wat moet ik aan naar de cocktailparty? Mooi rood is niet lelijk, behalve als het over je huid gaat. Wat ik nu in de spiegel zie is echt niet mooi. Een week eerder gingen we kanovaren bij een bedrijfsuitje. Alles had ik ingesmeerd met factor 20, behalve mijn onderarmen. Ik dacht dat die wel tegen de zon zouden kunnen. Mijn armen werden dus knalrood en inmiddels hangen de vellen erbij. Ik besluit dat ik niet met vervellende armen naar een feest ga. Het ziet eruit alsof ik eczeem heb. En-je-weet-nooit-wie-je-tegenkomt… Mijn zwarte gothic blouse met vleermuismouwen kan ik niet vinden. Die droeg ik toen ik naar een feestje bij Mina ging, de eerste gelegenheid waar ik Ex weer zag nadat we uit elkaar waren. Zwarte blouse, rode broek, zwarte open schoentjes en veel make-up. Dressed 2 impress & smiling 2 kill. ‘Je ziet er vet uit!’, zei Mina’s man toen ik aankwam. Ik was beledigd, maar bleek niet goed op de hoogte met modern jargon. Vet = kewl. Ex heeft me de hele avond aangestaard en toen ik ging dansen voelde ik zijn ogen in mijn rug.

Gelukkig vind ik nog een V-halstop met lange, wijde mouwen. Gekocht toen ik veel op stap moest met internationale gezelschappen. De top zit nergens strak en is dus moslimproof. Niet dat dat wat uitmaakt voor vanavond, dit wordt een blank feestje. Onder de V-halstop draag ik een zwart hemdje met rode rozen. Ook al zo’n tijd niet aangehad. Ik droeg het toen Haroun voor me kookte, kip in kokosmelk, Amsterdam-West. Het lijkt wel duizend jaar geleden.

Als ik aankom bij de party place wordt net de geluidsinstallatie naar binnengesjouwd. O ja, er was nog iets met human beatbox… Beneden is een lunchroom, ergens rechts een koffiehuis. Ik loop door naar 1-hoog. Lisanne doet open, cowboyhoed, halflang zwart haar, zuidelijk accent. Southern Belle, ze houdt van dansen. Het huis is leeg, iedereen is buiten. Het dakterras staat stampvol met jonge mensen en in de hoek is een tafel met wel veertig flessen drank. De cocktailbar. ‘Wat wil je drinken?’, vraagt Lisannes vriend PJ, met wie ik ooit een kwis organiseerde voor twintig mensen die elkaar niet kenden (Get2gether & Get2Know). ‘Caipirinha, graag.’ Mmmm. Ik maak het moeilijk. Ze hebben een boek met 300 cocktails. Ze kunnen alles maken. Maar nee, geen caipirinha’s. Wil ik misschien een mojito? Ik weet niet wat het is, maar doe maar. Mintblaadjes en rum en suiker. Errug zoet. Op de tegels van het dakterras staan afwasteiltjes met vegawraps en heel veel kersen. Hier eet men geen vlees.

Ik kijk om me heen. Rondlopen kan niet, het is te vol en aansluiting vind ik ook niet een-twee-drie. PJ wordt er binnen de ‘crew’ vaak mee geplaagd dat hij het EK’88 niet bewust heeft meegemaakt. Hij is jonger dan de rest van ons. En deze feestgangers zijn van zijn leeftijd: geboren rond 1980. Ik had meer bekenden verwacht. En ik voel me oud. Dit zijn superslimme, sociaal bewogen jongeren, die stage lopen in Rwanda, Bolivia en Jamaica, beurzen voor de VS hebben gekregen en elkaar allemaal lijken te kennen. Gelukkig komt er toch nog de collega met zijn Verweggistaanse vriendin die zo op Julia Roberts lijkt. Joelka draagt een ruitjesblouse, spijkerbroek en gympen. Ze is aangepast aan Nederlandse kledingstijl op feesten. Geen hooggehakte muiltjes dus. Ze zijn die dag in Rotterdam geweest en hebben een rondvaart door de haven gemaakt. We praten verder, beetje over werk, beetje over Den Haag en Rotterdam.

Ze gaan vroeg weg en ik raak in gesprek met een van de superslimme gasten van PJ en Lisanne. Fiona draagt een zwarte cocktailjurk, zilveren ketting en slippers. Ze heeft helderblauwe ogen, donker, opgestoken haar en ze straalt ambitie uit. Ze doet wetenschappelijk onderzoek en gaat promoveren op een sociologisch onderwerp. We praten over wat ze doet, regioverschillen, generatieverschillen, multicultiRotterdam. Hé, dit is leuk. Dit gaat ergens over! Ze is van voor 1980: zomer 1979. Alles wat ik heb gedaan vindt ze fascinerend en inspirerend. Wow! Ik voel me kewl.

WORDT VERVOLGD Sorry, sorry, maar het feest was tot ‘bam’ [bis anderen Morgen] en ik schrijf een beetje langzaam…

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Tegelijk met Fiona gaan veel mensen weg. Het loopt tegen middernacht en ze gaan de laatste trein nog halen. Opeens is het veel rustiger. Er komt ruimte op het dakterras.

Buiten zit Ann-Mari met wijde, zwarte kleding en blond haar in een rommelige staart. Om haar rechterarm draagt ze zeker 25 dunne zilveren armbanden, die rinkelen als ze beweegt. Ze spreekt Engels met een Amerikaans accent. We praten over de hervormingen van de Veiligheidsraad, single zijn en internetdaten. Ze vertelt over een website voor singles in de afgelegen dorpen van Noord-Zweden, waar ze vandaan komt. Die mensen komen elkaar daar in de bossen nooit tegen, maar via internet wel. ‘Isn’t that great?! You can meet people from your own hometown through the internet!’ Ze heeft veel gereisd en in het buitenland gewerkt. Haar armbanden komen uit India. Net als ik vindt ze het moeilijk om op internet een ‘profiel’ in te vullen en zo de ideale man in een hokje te stoppen. Het is net als met dat spel ‘Wie is het?’ dat we vroeger speelden. Als je zegt ‘geen blauwe ogen’ kun je de helft van de mannetjes neerklappen. Bij iedere eis sluit je mannen buiten, die misschien wel heel leuk zijn. Ann-Mari zegt dat haar ideale man uit Noord-Zweden komt. Get back to where you once belonged.

~ - ~

Toen ik nog in Provinciestad woonde, had ik een duidelijk doel voor ogen: daar wegkomen. En wel zo snel mogelijk. Weg van de roddelende groenteboer. Weg van de mensen die zeiden ‘als je zoveel leest, vind je nooit een man.’ Weg van het idee dat maatschappelijk werk een mooie baan is voor een vrouw. Dat kon je namelijk studeren in een stad niet ver van Provinciestad. Je kon er met de bus naartoe. En in de zomer kon je dan fietsen om busgeld uit te sparen.

Ik hield van lezen. Ik las altijd. Als mensen van vroeger mij niet herkennen zeg ik ‘dat kind dat altijd las.’ Dan weten ze het meteen weer. Een VWO-diploma zou mijn paspoort zijn naar het opwindende leven aan de universiteit. Een reis naar kennis, een zoektocht naar interessante mensen en een leven ver van Provinciestad.

Mijn ouders wonen nog steeds in het huis waar ik geboren ben. Ze reizen nooit buiten Nederland. Wel hebben ze paspoorten, als mij dan wat overkomt in Verweggistan komen ze me redden. Ik ben een nomade, dochter van thuisblijvers.

Een half jaar geleden kwam ik op het werk plotseling iemand tegen met een bekende naam. Iemand uit Provinciestad, die vroeger bij me in de klas heeft gezeten. Veertien jaar heb ik hem dagelijks gezien, daarna veertien jaar niet. En het is raar hoe makkelijk je kunt praten met mensen die je als kind hebt gekend. Ik weet nog zo goed hoe graag ik weg wilde uit Provinciestad en toch vind ik het nu prettig dat er iemand is die nog weet dat de leraar aardrijkskunde door het ijs zakte, dat we op slootjesexcursie gingen en wie het hardst kon lopen. Mijn wortels zijn naar mij gekomen. Van mijn borstkanker weet hij niet, want zijn moeder komt niet bij de roddelende groenteboer. Ik ga het nog wel een keer vertellen.

~ - ~

Na de mojito heb ik geen cocktails meer gedronken. Ik ben overgegaan op bier. Het is ver na middernacht, maar de temperatuur blijft heel aangenaam. Er zijn nu veel minder mensen.

Niek is een blonde jongen in skatekleren, die biertjes drinkt in een hoek van het dakterras. Hij is onafhankelijk-ontwerper-te-Amsterdam, maakt websites en heeft de hele dag op een bootje door de grachten gevaren. En hij rookt Lucky Strike, hét merk van tegenwoordig. Hij kent veel mensen die Lucky Strike roken. Ik niet. Nu ken ik er een. Ik ken eigenlijk bijna niemand die rookt. We praten veel en vertellen verhalen. Over alles. Over internet. Over wat we die dag gedaan hebben. Ik was ‘met vriendinnen naar Leiden.’ Ik verspreek me dat ik een weblog heb. ‘Waar staat het dan?’, vraagt hij. Ehhh… Het is vijf uur ‘s ochtends, ik heb mojito en bier gedronken en ik ben nog helder genoeg om te denken ‘laat ik dat nu maar niet zeggen…’. Coming out op iemands dakterras in de vroege ochtend? Dachtutniet. ‘Misschien mail ik je dat nog wel.’

Een vriend van Niek gaat cocktails mixen met de overgebleven drank uit de bijna lege flessen. De rum was om middernacht al op. Ik krijg iets van Baileys met wodka of zo. White Russian. Smaakt als aangelengde koffiemelk, maar heeft toch wel 30% alcohol als het niet meer is.

Langzaam wordt het licht. Het is lang geleden dat ik uitging tot ‘bam’ (bis anderen Morgen)… Lisanne is de keuken ingedoken en maakt kaastosti’s. Het is al zes uur geweest. Als PJ daarna met een pak Kitkat aankomt, begrijp ik dat de voorraadkast nu echt bijna leeg is. Gastvrijheid kent grenzen. Deze gast voelt dat het tijd is om op te stappen. Ann-Mari en een vriendin gaan ook weg. Ze willen door naar het strand. En ze willen erheen lopen…

Als ik naar huis fiets, is de zon al op. Thuis speelt mijn wekkerradio: ik ben meer dan 24 uur op. Mijn hoofd zit vol verhalen. Uiteindelijk draait het om verhalen.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Leven na Zoladex. De hele week voor mijn vakantie had ik buikkrampen, was ik chagrijnig, moe en emotioneel. Nog steeds niet ongesteld en er was niemand om de PMS op af te reageren. Mijn lijf snapte mijn geest niet meer. In maart ongesteld, in april niet, in mei wel maar in juni weer niet.

Little Lady is niet meer komen logeren deze vakantie. Ze wilde wel, maar dan moest mama mee. Tja. Dat is niet echt logeren. Misschien kan het als ze wat groter is. Ze is wel heel enthousiast aan de telefoon: ‘Heeeee, Maisa!’

Inmiddels ben ik op vakantie geweest naar het Hoge Noorden. Woeste leegtes, stille meren en een leeggemaakt hoofd. Net na terugkomst in Nederland werd ik ongesteld. Het is nu juli en mijn geest snapt mijn lijf niet meer.

Gisteren heb ik Little Man weer gezien, het broertje van Little Lady. Drieëneenhalve maand oud is hij nou en al meer dan zeven kilo zwaar. In de buurt noemen ze hem ‘Bollie’. Het is een lief mannetje, alleen niet meer zo schattig als toen ik hem voor het eerst in mijn armen had. Toen was hij een week oud en woog hij zeven [i]pond.[/i] Hij zat gistermiddag in een wipstoeltje onder tafel terwijl er geBBQd werd in de achtertuin. De vrouwen bij dit BBQ-feestje zijn vooral moeder. Sommigen werken ‘erbij’, de meesten niet. De mannen hoorde ik speculeren over ‘later’, als hun vrouwen meer zouden gaan werken. Dan konden zij een dagje minder.

Hamid is een vriend van de vader van Little Man. Hij heeft een financiële functie bij een groot internationaal bedrijf, dat veel in ontwikkelingslanden investeert. Hij had een interessante visie over landen die goed functioneren (weinig corruptie) en landen waar zijn bedrijf niet investeert (teveel problemen). Dankzij de investeringen gaat het in de niet-corrupte landen snel beter, terwijl de corrupte landen steeds verder wegzakken. Communicatiemogelijkheden zijn volgens Hamid de basis voor ontwikkeling. Weer eens wat anders dan de luiergesprekken die in de rest van de achtertuin werden gevoerd. Hij begreep niet goed hoe ik uit Amsterdam heb kunnen weggaan. ‘Als ik ooit uit Amsterdam wegga, ga ik terug naar mijn land!’ Ik heb niets gezegd, we weten allebei dat hij niet terug kan. Zijn oudste dochter klepperde door de tuin op hooggehakte roze slippertjes, in een lichtroze zomerjurkje, blauw handtasje erbij, wild Afrohaar. Ze is bijna vier en houdt niet van haren kammen. De jongste dochter is eenkennig en wilde niet bij haar moeder weg.

Little Lady vertelde dat ze later bij me komt logeren. ‘Als ik zes ben’. Ze is in februari drie geworden. Ik heb haar haren uitgeborsteld en wou nog vlechten, maar dat moest niet. ‘Mama doet dat ook niet’. Even later was ze in pyjama in de zandbak aan het spelen. De logeerpartij zal nog wel even op zich laten wachten…

[Vakantieverslag volgt zsm als apart topic. Ik ben er druk mee bezig.]

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Anita knipt mijn haar al sinds het weer teruggegroeid is. Bijna drie jaar geleden heeft ze met veel precisie de randjes van mijn superkorte chemohaar bijgewerkt. Er was nauwelijks iets te knippen, maar ik wilde zo graag naar de kapper. Het was augustus 2002 en ik keek uit naar een marmotvrij bestaan en de wind door mijn haren. Daarna ben ik Anita trouw gebleven. Ze heeft mijn kroeskrullen gesnoeid. Ze maakte de overgang naar steiler haar mee toen ik met hormoontherapie begon. En sinds ik geen Zoladex meer gebruik is mijn haar bijna steil.

Iedere keer vraagt Anita ‘je bent toch nog wel onder controle?’. En eigenlijk wil ik dan zeggen dat de controle bestaat uit een arts die vraagt ‘hoe voel je je?’ en die onder tijdsdruk van een overvolle wachtkamer snel mijn bovenlichaam betast. Maar dat is geen discussie voor in een kapsalon, dus zeg ik ‘natuuuuuurlijk ben ik onder controle!’ ‘Wil je nog steeds niet kleuren?’, vroeg ze gisteren. En ik weet waarom ze het vraagt. Ik ga helemaal niet jong dood, zoals ik heel lang dacht. Ik word oud! En grijs…

Op mijn prehistorische ghettoblaster draaide ik vanmiddag een oud cassettebandje, waar je de achterkant doorheen hoort. Tussen alle geruis hoorde ik Suzanne Vega zingen:
[quote]‘Marlene watches from the wall
her mocking smile says it all
as she records the rise en fall
of every man who’s been here
But the only one here now is me
I’m fighting things I cannot see
I think it’s called my destiny
That I am changing, changing
Marlene on the wall…‘[/quote]

Ik ben veranderd en ik verander nu nog. Langzaam zakt borstkanker weg naar het niveau van tentamens, rijles, zwemles. Het is steeds meer iets van ‘vroegah’. Vaak vergeet ik mijn plakprothese los te peuteren voordat ik ga douchen of ik ga slapen met dat ding nog aan mijn lijf. Borstkanker is een deel van mij geworden toen ik mijn borst kwijtraakte. Maar het is steeds minder op de voorgrond in mijn dagelijkse denken.

Sinds ik terug ben uit Schotland, speelt het idee van internetdaten door mijn hoofd. Iemand vertelde me daar over haar ervaringen. Veel saaie types en veel co-ouders met onverwerkte scheidingssyndromen treft ze, maar je weet maar nooit. Wie weet zit Mr. Right ertussen. Ik had er al vaker over gedacht, alleen het idee van profielen invullen en hokjesgeest stootte me af. Hoe moet ik een ideaalbeeld in een paar woorden vangen? Kan ik bij benadering een functieprofiel van Prinsopwitpaard opstellen?

En nu schieten steeds de gekste omschrijvingen door mijn hoofd. Prinsopwitpaard moet geen Senseotype zijn en ook geen IKEAtype. Hij moet van mensen houden, en vooral van mij. Ik zie hem graag als ‘heldhaftig, vastberaden en barmhartig’, en o ja, hij moet natuurlijk economisch zelfstandig zijn. En over mezelf schrijven doe ik al jaren, dus zag ik eigenlijk geen problemen met mijn profiel. Totdat ik opeens bedacht ‘o ja, ik heb borstkanker gehad…’.

En toen wist ik het niet meer.
‘Jonge Amazone zoekt Prinsopwitpaard om samen het ruiterpad op te gaan????’
‘Dynamische jonge vrouw met amputatielitteken, zoekt de man van haar dromen om grijze haren mee te krijgen????’

Borstkanker meld je niet in een profiel, lijkt me, maar waar dan wel? Ik ben er nog niet uit en heb me nog niet ingeschreven. Voorlopig ben ik op zoek naar ‘iemand die niet snel verbaasd is.’ Hoofd in de wolken, voeten op de grond. Hij en ik.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Soms heb ik gewoon zo vreselijk genoeg van al die kankershit. Vandaag ben ik drie jaar, acht maanden en drie weken na de diagnose borstkanker. En alleen al de gedachte aan het nieuwe zorgstelsel van volgend jaar maakt me panisch. Kan ik me nog wel aanvullend verzekeren? Kan ik in de toekomst in het buitenland gaan werken, wat ik zo graag wil? Zit ik niet gevangen in wat ik nu doe en waar ik nu werk? Soms vliegt de angst me aan.

Vrijdag werd ik op het werk niet lekker. Ik zag sterretjes, kreeg het benauwd en afwisselend warm en koud. Het was echt vreselijk eng. En ik zat in overleg, om het nog erger en genanter te maken. Ik werd gewoon gek. En collega’s zeiden dat ik vreselijk wit zag. Een paar uur later trok mijn kleur weer bij. De angst was weer weggevlogen.

‘s Middags ben ik teruggelopen naar de collega in wiens bijzijn ik bijna flauwviel. Hij heeft me op een idee gebracht om mijn ziektekosten te regelen en toch mijn vrijheid te houden. Ik ga kijken wat ik kan regelen.

~ - ~

Dit weekend was ik in Provinciestad. Vol goede moed en in shopstemming gingen mijn moeder en ik naar ‘het dorp’: Samen met mijn moeder heb ik zaterdag een deel van oma’s erfenis uitgeven. Alles verliep prima: we hebben pannen gekocht en andere keukenspullen. Ik heb nu pannen uit dezelfde serie als mijn ouders kochten bij hun trouwen in 1967. Het tosti-ijzer, dat ik ooit van oma heb gekregen, heb ik bij de boedelverdeling aan Ex gelaten. Gisteren heb ik een nieuwe gekocht. Ook hebben mijn moeder en ik stof uitgezocht om eventueel oma’s stoel mee te stofferen. Het viel wel tegen hoe duur stofferen is… Mijn opa kon stofferen en ik heb eigenlijk geen idee wat hij daar in die tijd voor rekende. Hij had een loods achter het huis met snippers meubelstof op de vloer. Er lagen heel veel plastic zakken met witte wattenachtige vulling voor dekbedden en kussens. In die loods heeft hij me uitgelegd dat een kilo veren net zo zwaar is als een kilo lood. Alleen het volume is anders. Ik zie mezelf nog staan met een grote zak dekbedvulling op mijn hoofd. Daarna moest ik een klein stuk lood optillen. Een kilo blijft een kilo.

In de stoffenzaak kregen we naam en telefoonnummer van een stoffeerder. Het adres was in Provinciestad-Zuid. ‘Die man heeft met Pa gewerkt’, zei mijn vader zodra hij de achternaam hoorde. ‘Dan zal hij wel ver in de tachtig zijn nu’, zei ik. ‘Dan moet het zijn zoon zijn’, zei mijn vader. En onmiddellijk had ik visioenen van een man in een stofjas, die shag rookt, duiven houdt en wat bijverdient met stofferen in een schuurtje met snippers meubelstof op de vloer. In de stoffenzaak zeiden ze dat stofferen evenveel kost als een nieuwe bank bij IKEA. En mijn vader zei dat honderden euro’s aan een stoffeerder geven voor het opknappen van een oude stoel ‘niet in de geest van oma’ is. Hij gaat nu nogmaals kijken of hij het toch zelf kan.

En ‘s avonds in bed kreeg ik enorme buikkramp. Ineengekrompen van de pijn heb ik gewacht tot het overging. Het waren geen darmkrampen, het zat echt in mijn baarmoeder. Menstruatiepijn. Het is alsof ik weer 12 ben in plaats van 32. De biologielerares van de brugklas zei dat de eerste jaren het ergste zijn. ‘Dan moet alles nog op gang komen.’ Na hormoontherapie gebeurt me dat opnieuw.

Zijn het de hormonen, die me zo gek maken op het moment? Ik voel me zo labiel als een konijn, vind mezelf dik en lelijk en weet zeker dat niemand van me houdt. En ik kan het niet opbrengen om een leuk vlot verhaaltje over mezelf op een internetdatingsite te zetten. En ik heb zo naar deze periode uitgekeken. Tijdens Zoladex en daarna heb ik altijd hoop gehad dat mijn cyclus weer op gang zou komen. Nu is het zover en ik baal van de bij-effecten.

~ - ~

Ik wil terug naar vroeger, naar snippers meubelstof op de vloer van de loods, naar de overzichtelijkheid van een kilo = een kilo en naar een leven-zonder-nadenken-wat-de consequenties van borstkanker zijn.
Ik wil het onmogelijke.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

‘De boog kan niet altijd gespannen zijn.’, las ik in de reacties en is ook in real life tegen me gezegd. Dat slaat zowel op de Amazones als op mijzelf.

Maisa is alleen mijn nickname. Mijn echte naam is de naam van de Romeinse godin van de jacht, die altijd met een boog wordt afgebeeld. Het zusje van Apollo :wink: .
Die boog probeer ik te ontspannen en misschien lukt dat met mezelf dan ook. Volgende week beginnen de volleybaltrainingen weer. En dan voel ik me vast weer wat fitter.

Net na mijn diagnose las ik ergens een Amerikaanse column van een mevrouw die over borstkanker schreef:
[quote]“First they cut you.
Then they burn you.
They poison you.
And they say you were lucky.”[/quote]

Lucky, ja. Ik heb geluk gehad. Want ik ben blijven leven. En van alle enge dingen die de mammacareverpleegkundige me beschreef, heb ik niets gekregen. Geen lymfeoedeem, geen vergeetachtigheid en geen extreme vermoeidheid. Het gaat gelukkig goed met me.

Tijdens de chemo voelde mijn lijf soms zo zwaar, dat het leek alsof mijn armen van lood waren. Ik moest de lucht wegduwen als ik in beweging wilde komen. Ik moest energie verzamelen en dan als in een explosie opstaan. Als ik in beweging was, ging het beter. Het waren lichamelijke gevolgen van de chemo in mijn bloed.

‘Lucky’ is niet hetzelfde als ‘happy’. Lucky heeft te maken met ‘geluk hebben’, happy heeft te maken met ‘gelukkig zijn’.
Gelukkig ben ik pas echt op de momenten dat ik me niet afvraag of ik het wel ben.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Eerder deze week belde Massoud: de baby was maandag geboren. ‘Ja, we hebben een kind!’ Of het een jongen of een meisje was, zei hij eerst niet. Ik moest doorvragen. Het is een jongen. Nu zal de druk van de familie op Farida hopelijk wat minder worden. Het is een zoon met een puntig hoofdje, want na 40 uur weeën werd het een vacuumverlossing. Farida was thuis begonnen en in het ziekenhuis geëindigd. Hun zoon woog zeven pond en ze hebben hem Mojib genoemd. Dat betekent ‘acceptatie’. Ze heeft Massoud tijdens de bevalling toegeschreeuwd dat ze niet meer kinderen wil en dat het allemaal zijn schuld is. Hij hoopt dat ze nog bijdraait. Hij wil nog wel meer zoons. ‘Dan kunnen ze me later geld sturen als ik niet meer werk, dat pensioenfonds is niks!’ Mojib heeft net als Massoud de Nederlandse nationaliteit. ‘Mijn zoon is Amsterdammer’, zegt Massoud glunderend.

Farida’s zussen wonen in Duitsland. Ze konden niet komen omdat ze moesten werken. Haar broer woont in Engeland en ook die moest werken. Hun ouders in Afghanistan zijn erg blij met het twaalfde kleinkind, maar wonen natuurlijk ook niet om de hoek. Dus ging Tante Maisa vandaag op kraamvisite. Met een oranje knuffelNijntje die een ritselend geluid maakt.

In Haarlem stapte een Engels echtpaar in de trein, samen met een Nederlandse vriendin. De Engelsman was kalend, met bruine ogen en hele bruine armen. Zijn vrouw had haar haar deels zwart geverfd en deels wit geblondeerd. De Nederlandse vriendin had lang loshangend haar en een pony die wat in haar ogen hing. Ze droeg een lange strokenrok en slippers. Ze gingen naar Sail Amsterdam. De man vertelde dat hij net een opdracht in Manchester had afgerond. Dat is anderhalf uur rijden vanaf Sheffield, dus dat was goed te doen. In Leeds had hij ook gewerkt. Daar zat hij met zijn ‘mates’ in een woning. Ook dat was prima. Maar nu was hem werk aangeboden in Plymouth aan de Engelse zuidkust. En dat was echt te ver, dat wilde hij niet. Hij was nu op zoek naar iets anders. Wat zijn werk was, daar kwam ik niet achter.

Bij Amsterdam Centraal vond de conducteur het tijd om ook van zich te laten horen. ‘Amsterdam Centraal, eindpunt van deze trein.’ Hij dacht even na en vervolgde in zijn beste Engels ‘Amsterdam Central Station, this train will terminate here’. Het Engelse echtpaar barstte in lachen uit. ‘Gaat de trein ontploffen?’, vroeg de man aan de Nederlandse vriendin. Terminate = ten einde komen…

Van het station liep ik de bekende weg naar de flat waar ik zeven jaar heb gewoond. Er stonden meerdere nieuwe auto’s op de parkeerplaats. Dat was toen niet… En verder gaat de buurt hard achteruit. Maar dat vonden we toen ook al. Papa Massoud stond boven bij de lift op me te wachten. Mama Farida was zichtbaar moe, maar toch ook wel blij en trots.

Een wiegje hebben ze niet, Mojib lag in de box. Helemaal ingebakerd, alleen zijn hoofdje was vrij. Als een klein rupsje lag hij tussen twee opgerolde blauwe handdoeken. Smal neusje, veel zwart haar en donkerbruine oogjes. Mooi kindje, lief kindje. Alleen kan hij met die ingebakerde armpjes voorlopig niet met Nijntje spelen… Op zijn wikkeldoekenrupsenkleding zat een gouden islamitisch hangertje gespeld en een gouden ring met blauwe stenen. Voor Allah en tegen het boze oog.

‘Wil jij geen kind?’, vroeg Massoud toen Farida in de slaapkamer was gaan voeden.
‘Ik mag niet zwanger worden bij deze medicijnen’, zei ik, ‘en trouwens: ik heb geen vader voor mijn kind.’
‘Hoe lang moet je die medicijnen nog nemen?’, vroeg hij.
‘Nog anderhalf jaar’, zei ik.
‘O dan komt het goed.’. Massoud was helemaal gerustgesteld. ‘Jij hebt tijd. Eerst elkaar beetje leren kennen. Dan pas een kind.’

Komt tijd, komt raad.
Als er geen raad komt, komt er hopelijk nog tijd.
Veel tijd.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Voor mijn werk heb ik vandaag een paar keer gebeld met mijn vorige werkgever. Ik had contact met iemand, die ik een paar keer ontmoet heb, maar met wie ik niet heel intensief heb samengewerkt. Pas bij het laatste telefonische contact viel bij hem het kwartje. ‘O ja, ik ken jou wel! Donker haar en een bril.’

En even viel ik stil. Ik ben daar in dienst gekomen in november 2001. Lang golvend haar had ik toen. Ik droeg het meestal in een staart.
Vijf weken later, op vrijdag voor Kerst, kreeg ik de diagnose borstkanker. De chemo begon in februari en mijn lange haar viel uit.
Mijn pruik had een pony en leek op het kapsel van Suzanne Bosman van RTL Nieuws. Die pruik droeg ik in het voorjaar en de zomer van 2002.
In augustus kwam mijn eigen haar weer terug. Superkort, steil donker haar. Dat steile haar ging in 2003 krullen, kroezen en weer minder krullen.
In 2004 stapte ik over naar mijn huidige baan.
In bijna drie jaar bij die werkgever heb ik meerdere metamorfoses ondergaan. Hoe ik eruit zag toen ik met hem werkte… Ik heb geen idee.

‘Ik heb geen bril meer’, zei ik. ‘Ik draag nu lenzen. Maar ik was het wel!’

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Internetdaten loopt voor geen meter. Niet dat ik nou serieus dacht dat de prinsen op witte paarden voor me in de rij zouden staan, maar iets meer aandacht had ik wel verwacht. Ik ben best leuk. Behalve de drie weirdo’s van ruim een week geleden, heeft nog niemand een contactverzoek ingediend. Eerste weirdo was bijna vijftig, tweede woonde in België en schreef niks over zichzelf en de derde was zelfstandig ondernemer met ‘veel vrije tijd’. Klonk niet goed. Grrrrrr, het kost nog geld ook.

Dus ik heb gedaan wat ik altijd doe als ik het niet meer weet. Ik heb mijn pseudoshrink aan de andere kant van de oceaan gebeld, de gesjeesde priesterstudent en aan-de-weg-timmerende kunstenaar. Zijn nickname is ‘Ameksani’. Dat betekent in het Surinaams zowel ‘hij maakt dingen’ als ‘hij is een druktemaker’. Hij heeft de naam gekozen die bij hem past.

De laatste keer dat ik hem heb gezien, zaten we op de veranda van het huis van zijn ouders. Het is een houten huis langs een doorgaande weg. Het was al donker en nog steeds warm. Avond in de tropen, waar de nacht heel donker is en anders klinkt dan hier.

In het huis is het altijd druk. Ma maakt met een dochter en een schoondochter dagelijks teiltjes vol met groente schoon. Er is altijd eten, genoeg voor iedereen. Een nichtje kwam me brood brengen, hoewel ik had gezegd dat ik geen honger had.

‘Er zal een man voor je komen’, zei Ameksani toen, ‘een man met een litteken, die je volledig begrijpt’. Het is ruim twee jaar geleden dat hij dit zei. Er is een man met een litteken geweest, die ook weer gegaan is. ‘Hij was je laatste chemo’, zei Ameksani, ‘het medicijn dat je nog nodig had om weer te gaan leven.’ Het heeft me lang gekost om over deze man heen te komen. Het heeft lang geduurd voordat ik me waagde aan internetdaten.

‘Je moet het spannender maken’, zegt Ameksani over mijn internetadvertentie, ‘mysterieuzer! Dieren gaan een rare dans vertonen als ze willen paren. Ze doen alles om aandacht te trekken. Het is ook de menselijke natuur. Er moet iets te raden zijn. Je moet schrijven, maar niet teveel schrijven. Ze moeten gaan beseffen dat ze een fantastisch mens kunnen krijgen.’

Het zoeksysteem van de datingsite koppelt me aan mensen die hetzelfde zijn als ik. En ik zoek juist iemand die anders is dan ik. Iemand die mij aanvult, aanmoedigt, maar ook een eigen leven heeft. Die het leuk vindt als ik een kans krijg om naar Verweggistan te reizen, om te zien wat er achter de horizon gebeurt. En die zijn eigen dromen najaagt.

Ik ga me opmaken voor een nieuwe paringsdans, een nieuwe tekst. Een nieuwe ronde, nieuwe kansen.
‘Ga terug naar start.’

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

In de schaduw van de Domtoren is een oud plein met bomen, tussen de toren en de kerk. Als je onder de toren door loopt, ben je weg van de friettenten en het winkelend zaterdagmiddagpubliek van het moderne Utrecht. Op dit Domplein begon en eindigde de Walk for Women 2005. Overal zag ik roze ballonnen en ook drie blauwe: deze dames vroegen aandacht voor mannen met borstkanker. Er was ook een zwart poedeltje met een roze sjaaltje om de nek.

Vorig jaar op 1 oktober was de site net een maand online. Swissy en ik flyerden toen op het Malieveld en het Plein in Den Haag. Nu kenden de meeste vrouwen de Amazones. Ze wilden weten of ze niet ‘te oud’ waren voor deze site. En waar ze onze T-shirts konden bestellen.

Ik zag veel bekenden en voelde me ook een beetje bekend. Veel vrouwen herkenden me uit Pink Ribbon en ik heb zelfs fans ontmoet. ‘Ik lees altijd je weblog’. Nee, ik heb geen handtekeningen uitgedeeld. Maar ik weet weer voor wie ik schrijf.

Dit verhaal had ik zelf willen lezen toen ik ziek was. Ik had willen weten dat er vrouwen zijn die verder leven, na borstkanker. Die opnieuw ongesteld worden na het stoppen met Zoladex. Die verre reizen maken en geen lymfeoedeem hebben. En die zich zorgen gaan maken om onbenulligheden omdat de borstkanker steeds verder naar de achtergrond zakt.

Tijdens de Walk liep ik naast een meelezer met zwarte krullen en een Replay-pet. Ik heb ook zulk haar gehad en ik heb me ook zo gevoeld als zij: toeleven naar de volgende behandeling, de volgende controle, het ja-woord van de volgende arts. Nu heb ik weer een opleiding gedaan, weet ik waar ik over een half jaar stage ga lopen, moet ik binnenkort mijn rijbewijs verlengen en heb ik eindelijk iemand gevonden die de Zijderoute met me wil reizen.

Ik geloof weer dat ik een toekomst heb.

~ - ~

In café Broers in Utrecht gingen we nog een broodje eten. Het personeel droeg girly T-shirts, net als wij. Alleen andere kleuren. Een babytje droeg een T-shirtje met de tekst ‘Drama Queen’. Haar moeder gaf haar de borst. Mamma cares.

Daarna liepen Swissy en ik, dwars door de Mediamarkt, terug naar Utrecht Centraal. Vanaf de roltrap zag ik mijn trein al op het perron staan. Ik moest even rennen. De treindeuren gingen vlak achter me dicht. Ik was slaperig en probeerde wakker te blijven door te sms-en. Denkend aan Holland zag ik weilanden en smalle slootjes met knotwilgen aan me voorbijgaan.

‘Mamma, ik zie koetjes’, zei een klein meisje achter me in de trein. ‘Ja’, zei haar moeder, ‘heel veel koetjes. En wat zie je nu?’ ‘Mais! Heel veel mais!’ En zo ging het verder, de hele weg lang. ‘Kijk mamma! Schaapjes! Heel veel schaapjes’ Daarna wilde ze een koekje. Ze kreeg het van haar moeder. Mamma cares.

Toen de trein het eindpunt naderde, wist ze waar we waren. ‘Den Haag!’
Ze liepen voor me de trein uit, een lange blonde vrouw met een dochtertje met lichtbruin kroeshaar in twee gevlochten staartjes. Ze leek op Little Lady en was ook een jaar of drie.

Ik heb net Little Lady gebeld of ze misschien toch wil komen logeren voordat ze zes is…
Ze was helemaal vol van vanavond. ‘Dan gaan we pannenkoeken eten!’ Verder dan vanavond kijkt ze niet. Ze is ook pas drie.

~ - ~

Op de internetdatingsite met het dramatische aanbod heeft zich een interessante nieuwe kandidaat gemeld. Ik ga vanmiddag een contactverzoekje schrijven.
Nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Maisa cares en denkt weer over nu en later.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Dat ik borstkanker kreeg, vindt mijn ex nog altijd het ergste dat [i]hem[/i] ooit is overkomen. Zeven jaar waren we samen toen ik bij hem wegging. Ik ben nu bijna drie jaar alleen.

Leuke mannen blijken schaars. De meeste mannen die ik ontmoet zijn voorzien. Of ze zijn niet interessant. En ik hoefde tot nu toe niet zo nodig. Ik heb een leuk en druk leven, ik werk en reis, ik sport en internet. Ik leef graag mijn leven van nu.

Maar steeds vaker bekroop me de gedachte dat het nog leuker kan zijn om met iemand dit leven te delen. Om samen vrolijk en verdrietig te zijn. Samen te zijn. En ik schreef me in op een datingsite.

~ - ~

Het begin op de datingsite beloofde weinig goeds: alle weirdo’s vlogen op me af. Het eerste contactverzoek kwam van een man van bijna vijftig. Die vond ik te oud en heb ik een beleefd mailtje gestuurd. Liever heb ik een vriendje van mijn eigen leeftijd. De tweede was een Belg, die alleen mailde ‘je profiel spreekt me aan’. Oh? Afgewezen, net zo kortaf als hij was. De derde was een ondernemer met erg veel vrije tijd. Klonk niet goed. Daarna was het een tijd stil.

Inmiddels vroeg ik me ernstig af of ik niet heel erg mijn geld aan het verkwisten was op deze site. Totdat LeukeMan zich registreerde. Hij omschreef zichzelf als ondernemend, houdt van lezen en salsa. Hij kwam over als een man die denkt. En ik vond dat een moderne jonge vrouw best zelf een contactverzoek kan sturen. Een man die daar niet tegen kan, kan ook niet tegen mij. Met LeukeMan mail ik sinds een paar dagen. En het klinkt goed.

~ - ~

Hij heeft net weer gemaild. Een aardige, vriendelijke, intelligente mail, informatief over hemzelf, belangstellend naar mij. Mensen kunnen zich op internet anders voordoen dan in het echte leven. Kan altijd. Maar dit klinkt goed.

Ik hou me in. Misschien mailt hij met nog twintig vrouwen. Misschien is hij al jaren getrouwd.

Ik mail nog niet terug. Ik mail morgen. En ik geniet van de aandacht.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

[color=violet]MAISA HEEFT BEET[/color]

Ik kom net terug van een intensieve volleybaltraining en open mijn mailbox. Leukeman schrijft
[quote]Is het naast mailen wat om een keer af te spreken (ik vind mailen toch wat onpersoonlijk) of vind je dat nog te vroeg ?[/quote]

Het is nooit te vroeg om met een leuke man af te spreken... Maar aangezien hij nog steeds geen foto heeft gestuurd, vind ik eigenlijk wel dat hij een tulp tussen zijn tanden moet dragen ter herkenning :wink:

Ik hou jullie op de hoogte, heb net gemaild dat ik zaterdagmiddag nog wel wat kan drinken in zijn woonplaats, voordat ik vegetarisch/biologisch ga dineren met Fleur in Amsterdam.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Leukeman mailde vanavond zijn telefoonnummer en met trillende vingers heb ik gebeld. Hij klinkt leuk :D . 'Jij leest je mail snel!', zei hij. Ja duh! Ik zat natuurlijk al de hele avond ingelogd op MSN onder mijn date-identiteit 8), blij en opgelucht toen er een pop-upschermpje verscheen.

Van Fleur had ik nog steeds geen plaats en tijd, dus eerst heb ik met Leukeman afgesproken. Toen smste Fleur alsnog, 'kom maar als je uitgedate bent' en heb ik Leukeman per sms een uurtje vervroegd.

Leukeman nam de telefoon aan met voor- en achternaam. Ik niet. Mijn achternaam hou ik nog even voor mezelf. Wie mijn naam zoekt op Google vindt namelijk het artikel uit Spits van deze week: 'Je bent nooit te jong om borstkanker te krijgen!' Dat vertel ik liever zelf, op een moment dat ik zelf kan kiezen.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Leukeman mailde vrijdag zijn mobiele nummer. Met Cesaria Evoria’s muziek op de achtergrond heb ik hem gebeld. Hij klonk heel aardig en noemde tot mijn verbazing zijn volledige naam toen hij de telefoon aannam. Ik niet. Mijn achternaam komt weinig voor en als je mij Googlet, krijg je allerlei artikelen over borstkanker…

Op het station heb ik zaterdagmiddag op hem gewacht. Ik had een zwart rokje aangetrokken met zwarte laarzen.Rood topje en rode oorbellen erbij en zwarte trui met capuchon. De zon ging steeds feller schijnen, het was een warme nazomerdag. Ik had mijn winterjas over de arm.

Opeens stond hij voor me. Blauwe ogen en bruin haar. Niet zoveel haar meer [bigsmile] LeukeMan heet Martijn. We zijn de stad ingelopen, langs volle terrassen, tot we ergens konden zitten. Buiten in de zon, bijna half oktober. Martijn heeft drie studies met succes afgerond en heeft een interessante en internationale baan. Hij is voor zijn werk op plekken als Ecuador en Dubai geweest en was erg geïnteresseerd in mijn reizen naar Verweggistan. Hij denkt veel en hij doet veel en hij reist veel. Hij heeft veel gezien en is niet snel verbaasd. In twee uur heb ik me geen seconde verveeld. Hij heeft veel te melden, maar praat soms zo zacht dat ik hem bijna niet kan verstaan. Hij houdt deuren voor me open en stond erop om voor me te betalen. Het was gezellig en leuk. Op papier was het een perfecte match. Toen we terugliepen naar het station zwaaide een mooie donkere vrouw naar Martijn vanaf een terras. Hij groette terug.

Op het station heb ik gezegd dat ik het een leuke middag had gevonden en dat dit de eerste keer was dat ik met iemand had afgesproken. Voor hem ook. ‘Sommigen mailen na een paar keer niet meer terug’, zei Martijn, die nog geen week ingeschreven staat op de site.

Vanuit de sneltrein naar Amsterdam-Lelylaan stuur ik een smsje dat ik het gezellig had gevonden. Hij smste terug met ‘we bellen of mailen nog wel’.

Met een fles Tadjiekse wodka kwam ik in Fleurs appartement op de zolder van een villa bij het Vondelpark. ‘O internetdaten!’, zei ze, en mixte cocktails. Zelf zit ze op een lesbosite. Die markt is nog kleiner. ‘Dus hij is wel slim?’, vroeg ze na mijn verhaal. ‘Dat is wel goed, jij moet een intelligente man hebben.’

We zijn uit eten geweest in Amsterdam-Zuid, in een hip restaurant waar de tafeltjes heeeeeel dichtbij elkaar staan. We kregen vijf hockeymeisjes met lang blond haar aan de tafel naast ons. Uitgebreid spraken ze over zwangerschappen en bevallingen. En wat er allemaal mis kan gaan. Aan de andere kant van ons zat een man van in de vijftig met donker haar en een baard. Hij rookte veel. Zijn tafelgenote was nog geen veertig. Ze kenden elkaar niet heel erg goed. Internetdate?

Fleur en ik gingen in Calypso naar de film. Vroeger was het een bioscoop, nu is het arthouse. Absurde films, slechte stoelen en een interieur waaraan sinds de jaren ’70 niets meer is veranderd. De film was bizar, maar redelijk onderhoudend. ‘Exils’ is een Belgische film en speelt zich af in de troosteloze omgeving van Luik.

Eigenlijk heb ik best een leuk leven 8)

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Op een mini-reunie van mijn Schotlandvakantie gingen we zondagavond klaverjassen. Eline was er ook. ‘Ik las je weblog’, zei ze, ‘en tot mijn schrik zag ik dat je bent gaan internetdaten. Heb je mijn appelflapmail niet gekregen?’ Wat volgde was een verhaal over een weirdo van de datingsite, met wie ze aanvankelijk heel serieus mailde. Totdat hij zichzelf omschreef als een appelflap: ‘Krokant van buiten, zacht van binnen.’ Toen kapte ze het af. Er zijn meer gekken buiten dan binnen… De mail heb ik nooit gehad. En inderdaad, op Elines eerdere advies, heb ik me op dezelfde datingsite ingeschreven als waar zij stond… Maar de appelflap valt gelukkig buiten mijn regionale grenzen.

Na het klaverjassen hebben we Italiaans eten afgehaald. Het was lekker, goed warm en er zat een salade met garnalen bij. Ik kreeg een lift naar huis en hoefde niet meer met OV.

Die nacht werd ik misselijk wakker. ‘Het is over’, dacht ik, ‘ik heb uitzaaiingen in de lever’. Zeven keer heb ik overgegeven tussen drie uur ‘s nachts en half zeven. Toen was mijn maag leeg. Om zeven uur nam ik een slokje water. Dat kwam er direct weer uit. Zo beroerd heb ik me zelfs tijdens de chemo’s niet gevoeld. En ik was kwaad. Ik reis de hele wereld over, eet halfgaar schapenvlees, krijg ongevraagd ijsblokjes in mijn drinken en word er niet ziek van. En van een verrotte Italiaanse afhaal tussen Rotterdam en Dordt ben ik een hele dag van de kaart!

Toen ik ‘s morgens naar het werk belde om me ziek te melden, dacht ik dat ik misschien ‘s middags nog wel kon werken. Dat viel tegen. Om twaalf uur wilde ik opstaan, maar ik viel direct terug in bed. Pas om half vier lag ik beneden op de bank. Te moe om op te staan. Het leek wel chemo. Alleen de Kytril ontbrak.

Martijn mailde die avond dat hij best nog eens wilde afspreken, maar dat hij ‘niet dacht dat het wat zou worden.’ Oh. Op basis van een halve middag op een zonnig Zuidhollands terras was ik nu al afgekeurd als relatiemateriaal? Ik mailde terug dat ik het liever hierbij wilde laten. En wenste hem succes met daten.

Geen handvol maar een land vol. There is other fish in the sea. En inmiddels MSNde ik met Bram. Gewoon. Gezellig. Beetje ontspanning. En ik kickte ook wel op de aandacht, na door Martijn afgewezen te zijn.

Voor een ontspannende schoonheidsbehandeling op mijn vrije vrijdag belde ik Hortance. ‘Gaat het weer beter met je?’, vroeg ze. ‘Ik hoor het aan je stem.’ Vorige maand heb ik haar last-minute afgebeld omdat het veel te druk was op mijn werk. Ik kon toen geen vrij krijgen om naar Amsterdam te gaan. ‘Vrijdag om vijf uur kan nog wel’, zei ze, ‘daarvoor heb ik een jong meisje. Dat is een jonge huid, daar heb ik niet zoveel werk aan. Maar je moet er echt om vijf uur zijn, want mijn tante is jarig. Ik ga naar het feest.’ Het ging om ‘bigi jari’, een kroonjaar.

Donderdag ging ik heel vroeg de deur uit om naar het congres voor mammacareverpleegkundigen te gaan. Ik had een van de eerste ochtendtreinen. Misschien was het ook wel de laatste nachttrein. Een deel van de reizigers kwam van het werk, een ander deel moest nog gaan werken. Vanaf Duivendrecht reed ik met Goudblok mee naar Papendal. Met al ons geklets hebben we nog een afslag gemist, zijn we via het Spijkerkwartier teruggereden, maar de Amazonestand was op tijd klaar. En de stand was druk. Superdruk, de hele dag door. Niet alle verpleegkundigen konden zich evenveel voorstellen bij ‘digitaal lotgenotencontact’. Soms moesten we het even uitleggen. Of showen op de laptop. Maar ze namen allemaal flyers mee. De posters waren ‘s middags al op. Nadat we genoemd waren in de workshop over hormoontherapie kwamen er nog meer mensen langs. Kluun was zo lief om onze flyer voor een volle zaal te tonen. Kluun vond de foto op de flyer erg mooi. Esthetisch en cosmetisch en zo. Kluun zei: ‘Bij een ernstige ziekte gebeuren op jonge leeftijd dingen die gepland waren voor later.’ Zijn moeder had gezegd dat je op de leeftijd van zeventig meer naar begrafenissen dan naar feestjes gaat. Je bent al mentaal aan het afscheid nemen. Succesvolle dertigers denken daar niet aan. Kluun heeft gelijk en zijn moeder ook.

Onderweg vanaf het station naar huis belde een vriendin. Ze is 4,5 maand zwanger van de tweede, nadat ze jaren heeft gedacht dat er geen kinderen zouden komen. Ik heb haar gefeliciteerd maar was te moe om verder te praten. Ze belt volgende week weer.

Thuis zette ik de computer aan en logde in als mijn date-identiteit. Bram was online. We raakten in gesprek op MSN. Ik was moe en kon eigenlijk alleen maar over het congres praten. Wat ik niet wilde. Want op die site ben ik de leuke vlotte mooie jonge vrouw, die wel wil daten. Ik ben daar geen borstkankerpatiënt. Ik heet daar ook geen Maisa.

Met Bram had ik eerder die week al op MSN gebrainstormd over ‘alternatieve dateplekken’. Alternatief aan een zonnig Zuidhollands terras, waar je elkaar boven een cappuccino zit te beoordelen als relatiemateriaal. Hij stelde IKEA voor. Het leek me wel de ultieme relatietest om samen een IKEA-kast in elkaar te zetten.

Bram en ik raakten verzeild in een heel persoonlijk gesprek. Ik was zo vol van het congres. Ik moest wel over borstkanker praten. Alle regels heb ik overtreden over ‘hoe vertel ik op een handige manier dat ik borstkanker heb gehad’. Ik begon over de site. En toen over mezelf. Hij reageerde goed, vertelde zelf ook veel persoonlijke dingen. We zaten in totaal vijf uur op MSN. Hij weet nu dat ik een weblog heb, ik weet niet of hij hier meeleest. Hij zei: ‘Ik wil geen lezer of lotgenoot zijn. Ik wil kijken of we vrienden kunnen zijn, maar dan wel IRL.’ En daarna zei hij: ‘Ik ben zelf in ieder geval opener, vrijer en minder onzeker op MSN dan IRL. Ik denk dat je IRL veel gereserveerder bent, maar dat dat een beschermende schil is om hoe je echt bent. En hoe je je op MSN ook veel meer durft te laten zien.’ Ik was moe en ik had wijn gedronken. De volgende ochtend vroeg ik me af waar ik mee bezig was geweest. Maar die avond voelde het goed. IRL daten heb ik even op afstand gehouden. Ik wilde dit gesprek laten bezinken.

Vrijdagavond ging ik naar Amsterdam. Op CS twijfelde ik of ik met de bus of met de trein naar Oost zou gaan. Op de trein moest ik een kwartier wachten. Bij de bushalte stonden veel mensen. Maar de bus kwam laat. Ik smste Hortance dat ik vertraging had. ‘Geeft niet, alles loopt uit’ was het antwoord. Dat jonge huidje viel blijkbaar tegen. Toen zat ik iets relaxter in de bus. Opeens ging de bus rechtdoor bij de molen in plaats van rechtsaf naar het Tropenmuseum. ‘Is er iets veranderd?’, vroeg ik aan het Marokkaanse meisje naast me. Ze droeg een lange camelkleurige rok, een zwarte jas en een bijpassende camel hoofddoek. ‘Ze werken aan de Linnaeusstraat’, zei ze, ‘de hele stad ligt open!’ De bus reed door naar Muiderpoortstation. Dat had ik sneller met de trein kunnen doen… En nu moest ik ook nog verder lopen.

Tegenover het stadsdeelkantoor werd een mevrouw met een grote zwarte hoofddoek op straat geïnterviewd voor tv. Voor Albert Heijn aaiden twee Surinaamse jongetjes een hond, die aan een paal was gebonden. De Vrolikstraat lag helemaal open, het zand stoof alle kanten op. Het Camelmeisje had gelijk, ze halen alles los wat vastzit in Amsterdam.

In de straat van Hortance zaten drie Hollandse veertigers in de vensterbank van een Thais restaurant. Ze keken naar het nieuwbouwpand aan de overkant. Op een van de ramen hing een bord met de tekst ‘Nog enkele appartementen te koop, vanaf 179.000 euro’. ‘Ik wil zo graag in deze buurt blijven!’, verzuchtte een van hen. Op het pleintje renden kinderen rondjes om het klimrek. De nieuwe schoonheidssalon van Hortance zit op een hoek van het plein. Ze is nu samen met een pedicure.

‘Wat zie je er [i]vrouwelijk[/i] uit’, zei Hortance, en keek goedkeurend naar mijn donkere rok en hoge zwarte laarzen. ‘Ik vind ze mooi, zulke laarzen, maar ik ben er te kort voor. Als je lang bent, kun je dat dragen. Ik voel me dan net de Gelaarsde Kat!’ ‘Met een kortere rok kan het toch wel?’, vroeg ik. ‘Dan lijken je benen langer.’

Hortance begon. Schoonmaken, stomen, crèmes, maskers, peelings en weet ik wat nog meer. Ik ga veel te weinig naar haar toe. Het is echt superontspannend. Zelfs massage van mijn hals en schouders vind ik niet meer eng. Vroeger was ik altijd bang dat ze knobbels te voelen.

Toen ik na de behandeling in de spiegel keek, zag ik het verschil. Alsof ik een metamorfose had ondergaan… Alsof er een laag eelt van mijn gezicht was afgebikt... Een nieuwe, frisse Maisa keek me aan. Huid schoon, wenkbrauwen geëpileerd, heksenharen uit mijn kin getrokken. Een paar witte korrels van het masker zaten nog tussen mijn wimpers. Ik peuterde ze weg.

Ik heb flyers van de Amazones achtergelaten. ‘Mooie foto’, zei Hortance. ‘Je zit hier goed op deze lokatie’, zei ik. Hortance hoort in Oost. Ze is gespecialiseerd in de donkere huid. ‘Veel van mijn klanten voelden zich niet prettig bij mijn salon in Amsterdam-Zuid’, zei ze. ‘Ze waren vaak de enige donkere persoon op straat. Hier voelen ze zich thuis.’

Het liep tegen achten toen ik bij haar wegging. Ze was laat voor ‘bigi jari’ maar had me niet afgeraffeld. Deze klant voelde zich koningin. Met de bus terug naar CS zag ik niet zitten. Vanaf de zaak liep ik daarom naar de metro. Het was donker en tamelijk druk op straat. In de Ramadan eten families ‘s avonds samen. Een Surinaamse junk zei ‘sooo dame, jij ziet er mooi uit. Heb je een feestje?!’ ‘Ja en ik heb haast’, zei ik, en wenste hem een fijne avond.

In deze buurt kreeg ik ooit een huis aangeboden via Eigen Haard. Ik stond midden op de dag vijf minuten te wachten op de vertrekkende bewoonster en was toen al door twee kerels binnengevraagd. ‘Ik ben zo blij dat ik weg kan uit deze buurt’, zei de bewoonster, ‘ik woon hier al mijn hele leven en heb eindelijk genoeg punten om een huis in de Watergraafsmeer te krijgen.’ Het huis heb ik niet genomen.

Het Krugerplein stond vol met junks. En eigenlijk wist ik ook niet goed meer waar de metro precies was. Blijven staan op het plein was ook geen optie. Op richtinggevoel liep ik schuin naar links. Groepjes vrouwen met hoofddoeken zwermden over de straten, de meesten met dochtertjes aan de hand. De moskee was uit. Jonge meisjes maakten hun hoofddoeken los, de moeders hielden ze op. Ik liep verder en verder, maar ging steeds meer twijfelen of dit wel de goede richting was. Ik vroeg een jonge Marokkaanse vrouw of ik goed liep naar de metro. Ze droeg een witte hoofddoek strak om haar gezicht gebonden, haar hals was ook bedekt. ‘Ja’, zei ze, ‘die kant op’ en ze wees in de verte. ‘Steeds rechtdoor en dan een beetje links.’ Ze hield haar peuterdochtertje aan de hand en een ander, groter meisje liep om ze heen te springen. ‘Ik loop ook die kant op’, zei ze. ‘Loop maar mee.’

‘Dit is een hele gevaarlijke buurt’, zei het springerige meisje. ‘Vooral daar, bij die bosjes!’ ‘Vind je het eng hier?’, vroeg ik. ‘Ja’, zei het meisje, ‘ik loop hier nooit alleen.’ Ze was een jaar of acht. ‘Gadisja, ik ga rennen!’, riep ze even later. De ‘G’ kwam diep uit haar keel. En ze rende meters voor ons uit. ‘Ben je nou niet bang meer?’, lachte Gadisja. Het meisje rende terug naar ons. ‘We zijn voorbij het huis!’, zei ze tegen Gadisja en ze wees naar boven, naar een flat waar licht brandde. ‘We lopen zo terug’, zei Gadisja, ‘eerst brengen we haar naar de metro.’ Vijftig meter verder was het tunneltje onder het spoor. Er brandden felle lantaarns en ik zag de lichten van de metro-ingang. ‘Nu weet ik weer waar ik ben’, zei ik, ‘heel aardig dat je met me bent meegelopen.’ ‘Ik was hier ook lang niet geweest’, zei Gadisja, ‘ik ga nooit met de metro.’ Nogmaals heb ik haar bedankt. ‘Fijne Ramadan’ klonk zo raar, dus dat zei ik niet. ‘Prettige avond en smakelijk eten!’ Met de twee meisjes liep ze terug naar het huis van haar familie.

Met de metro was ik snel op Amsterdam CS. Ik kocht een Esta en liep naar de trein. In Haarlem stapten drie hippe Turkse meiden in. Zilveren gympen, spijkerbroeken met gevlochten witte riemen en een Puma-pet. De jongste zat tegenover me en droeg een artistiekerige bril met zwart montuur. Ze had heel lang zwart haar met geelblonde strepen, samengebonden in een losse staart. De pony hing bijna in haar ogen. Het meisje naast me zei iets in het Turks tegen haar en het jongere meisje haalde meteen het elastiekje uit haar haar. Ze drapeerde haar losse haar over haar schouders en zocht goedkeuring bij de ander. Zouden het zusjes zijn? Tussen de drie meiden kwam een druk gesprek in snel Turks op gang. Ze gooiden er veel Nederlandse woorden tussendoor: ‘trouwens’, ‘weet je wel’, ‘ja dat gaan we doen!’

Vanmiddag heb ik drie nieuwe bh’s gekocht in de winkel van Suusjes moeder. Een sportieve om mee te volleyballen. Een lichte, voor onder lichtroze Amazonekleding. En een Marlies Dekkers Undressed superbh. Voor je-weet-maar-nooit.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Gistermiddag om half drie liep ik naar het treinstation niet ver van mijn huis. Bram wachtte al op me. ‘Vastberaden liep je de hoek om’, zei hij later. Lang en een beetje slungelig is hij. Tja, een beetje een nerd. Maar ik hou wel van nerds :wink: . Ik vind het altijd leuk als een man kan denken.

Toen we wegreden bij het station belde mijn systeembeheerder. Hij zou nog wat aan mijn computer veranderen. En of dat NU kon, want hij was toch in Den Haag. ‘Ehhhh, nee, ik ben niet thuis. En ik weet nog niet wat ik morgen ga doen.’ Ik heb maar niets gezegd over internetdaten. Systeembeheerder is nogal bezorgd, namelijk.

Tussen de kassen van het Westland door zijn Bram en ik naar Hoek van Holland gereden. We hebben langs de Nieuwe Waterweg gelopen, waar de veerboten van StenaLine naar Engeland varen. Ik kijk graag naar boten. De wind blies door mijn haren, het was geweldig om in de wind te lopen en wat samen te praten.

Langs een friettent liepen we even later terug naar de auto. Een paar kinderen zaten ijsjes te eten op het terras, met hun jassen aan. Ik had geen zin in ijs en ook niet in friet. En al helemaal niet om in een of ander vaag café cappuccino te drinken en beoordeeld te worden als relatiemateriaal. En ik vertrouwde Bram wel. Ik heb hem mee naar huis genomen. In mijn huis voel ik me prettig.

Hij zat in mijn woonkamer op mijn bank naar mijn muziek te luisteren. Ameksani’s schilderijen hangen daar aan de muur. Hij vond ze mooi. Mijn wandtapijt uit Tajikistan vond hij ook mooi, net als oma’s kast met het houtsnijwerk en de leeuwenkoppen. Mij vindt hij ook mooi.

We hebben gepraat tot middernacht en zijn steeds dichterbij elkaar gekomen. Hij zei dat het goed was geweest dat ik hem al eerder over mijn borstkanker had verteld. Al was het via MSN. Hij zei dat hij het op zich had kunnen laten inwerken nu. Hij heeft ook veel over hemzelf verteld. Meer dan ik hier wil plaatsen.

De lampen waren uit en alleen de kaarsen brandden nog toen hij mijn litteken masseerde. Ik heb daar meer gevoel dan ik de afgelopen jaren heb gedacht. Ik voelde me mooi en geliefd. Ik voelde me volledig geaccepteerd. En het was waanzin dat hij nog naar huis zou gaan. Al waren we beiden sterk en verstandig genoeg om niet gelijk alles weg te geven.

Brams adem streek over mijn gezicht toen hij naast me lag te slapen. Ik heb bijna niet geslapen. Wel veel naar hem gekeken. Ik ben niet meer gewend om te slapen als er iemand bij me is.

Het was al twaalf uur geweest vanmorgen toen we croissantjes zaten te eten. Naia’s SMS kwam binnen: ‘hoop dat je date geslaagd was en dat je weer veilig thuis bent’. Bram en ik moesten er wel om lachen. ‘Controledienst van bezorgde Amazones’, zei ik, en SMSte Naia terug dat we net aan het ontbijten waren.

Daarna is hij weggegaan. Ik weet niet of hij een Mr. Maisa kan en wil worden. Ik weet het even allemaal niet. Maar ik voel me wel gelukkig nu. Erg gelukkig.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

‘Hallo schoonheid’, zei een bekende stem vanavond aan de telefoon. Haar Surinaamse accent riep herinneringen op aan moksi alesi-maaltijden op vrijdagavond in Amsterdam-Zuidoost. Vrijdag is bij haar familie-avond. Dan komen haar zoon en dochters met hun kinderen. Ze drinken groene Fernandeslimonade, praten veel en lachen veel.

Mij beschouwt Ma Julie ook als een van haar dochters. ‘Florence belde vanmorgen’, vervolgde ze, ‘Ma, kijk snel, RTL4, Maisa is op tv!’

‘Kind, hoe is het met je? Ach, ik hoef je niet te vragen. Ik heb het zelf gezien vanmorgen! Je straaaaaalt! Wat zie je er mooi uit! Je gezicht! Je haren! Was het interessant wat je vertelde? Ik heb niet kunnen luisteren, ik heb alleen naar je gekeken.’

~ - ~

Ma Julie is de moeder van een studievriend van Ex. Toen ik voor mijn amputatie in het ziekenhuis lag, was ‘mag je alles eten?’ het eerste wat ze me vroeg . Een dieet had ik niet, dus kookte Ma Julie voor me en stapte in de metro met een bakje Surinaams eten, gewikkeld in aluminiumfolie om het goed warm te houden. ‘Je moet goed eten’, zei ze, ‘dat is nodig om beter te worden.’

Toen ik bij Ex wegging, zei ze:’Als het niet meer gaat met een man, moet je weggaan. Bij mij moet je blijven komen. Ik zal voor je koken. Je blijft mijn dochter.’

Voorzichtig tastte ik vanavond af of ze Ex nog geregeld ziet. ‘Twee maanden geleden op de markt kwam ik hem toevallig tegen.’
‘Ma, er is iemand die ik zie…’, begon ik voorzichtig.
Ze liet me niet uitpraten en riep: ‘Ik wist het, ik wist het! Gelijk toen ik je zo zag stralen op tv, dacht ik, Maisa is niet meer alleen. Kind, ik vind het zoooo leuk voor je!’
Voorzichtig vertelde ik dat het wel een bakra is. Een Hollander. Of eigenlijk een Limburger.
‘Dat is goed’, zei ze. ‘Limburgers zijn eigenlijk Surinamers!’

~ - ~

In ‘Het Verboden Dakterras’ beschrijft Fatima Mernissi haar herinneringen aan haar jeugd in een van de laatste harems van Marokko. De ikfiguur, een klein meisje, spreekt met Jasmina, een van de vrouwen van haar grootvader. Het gesprek gaat over [i]‘qaida’ [/i](ongeschreven regel) en [i]‘hoerriyya’ [/i](vrijheid). En over grenzen, zichtbare en onzichtbare grenzen:
[quote][Jasmina] zei dat ik maar moest gaan spelen zoals de andere kinderen, en me geen zorgen meer moest maken over muren, regels, beperkingen en de betekenis van hoerriya. ‘Het geluk gaat aan je voorbij als je te veel nadenkt over muren en regels, lief kind’, zei ze. ‘In het leven van een vrouw gaat het uiteindelijk om geluk. Dus verspil je tijd niet met het zoeken naar muren waar je met je hoofd tegenop kunt lopen.[/quote]

Mijn ergste grenzen waren de grenzen in mijn eigen hoofd.
De gedachte dat ik nooit meer een man zou vinden, was een grens.
De gedachte dat mijn litteken een nieuwe liefde in de weg zou staan, was een grens.
Ik heb de hele wereld over gereisd en ga altijd graag grenzen over.
Behalve de grenzen in mijn hoofd.
Tot Bram. Tot vorige week. Tot nu.
Ik ben samen met iemand en toch voel ik me vrij.
Dat kan wél tegelijkertijd.
Ik loop niet meer tegen muren op.

~ - ~

Gisteravond heb ik voor Bram een CD van Van Dik Hout gedraaid:
[quote]En als deze liefde je teveel wordt,
dan moet ik gaan dan houd ik jou niet langer op.
Want ik kan niet leven zonder alles of niets.
Dus gooi die munt maar op en we gaan voor alles of niets.[/quote]

Het gaat snel. En toch gaat het goed.
Alles of niets.

Doe mij maar alles.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

‘Je kijkt nooit naar je litteken als je je borst afdoet’, zei mijn lief. ‘Je kijkt altijd weg.’ Hij heeft gelijk. Ik ben me bewust van mijn litteken, maar ik kijk er nooit naar. Kijken doet de dokter. Kijken doet mijn lief. Kijken doen anderen. Ik kijk niet naar mezelf. Ik kijk naar mijn lief die naar mij kijkt. Ik zie mezelf in zijn ogen.

~ - ~

Onze eerste ruzie hebben we al gehad, over broodkruimels in de jampot. Ik was laaiend. En ik gooide er alles uit wat me eerder had geïrriteerd aan hem. Het was zaterdagochtend, we zaten aan het ontbijt. Een half uur later moesten we Naia ophalen om naar Zeist te rijden voor de prijsuitreiking van de ‘Pen als Lotgenoot’. Hij is lief, mijn lief. Hij liet me uitrazen. Hij heeft ons helemaal naar Zeist gebracht. Ik had denk ik gezegd ‘je gaat maar lopen’.

Na de prijsuitreiking namen Naia en ik de bus van Zeist naar Utrecht. De cheque voor de eerste prijs had Naia in handen. Vanaf het station kon ik naar huis of naar mijn lief. Ik koos voor hem. Met een roos in mijn hand en het schaamrood op mijn kaken liep ik de trappen af bij Rotterdam-Alexander. We hebben de beste lotgenotensite van Nederland en ik kan me vreselijk aanstellen…

Lief stond beneden bij de trap. ‘Ik heb niet zo’n expressief gezicht als jij’, zei hij later, ‘maar ik was heel blij om je te zien. En de roos is mooi.’ Bij lief thuis hebben we gegeten. Zijn kat heeft zich eindelijk in mijn buurt vertoond en ik moest vreselijk niesen. We hebben gebladerd in wandelboekjes van de omgeving. Daarna zijn we naar mijn huis gegaan.

De volgende ochtend zijn we gaan wandelen langs het strand. Het waaide hard en de zon scheen fel. Kitesurfers maakten salto’s in de branding. Lief en ik sloegen onze armen om elkaar heen. Alles was mooi.

‘s Middags had ik met Leon afgesproken, mijn contactpersoon uit Verweggistan. Hij was in Nederland voor het werk en wilde heel graag Amsterdam zien. Vooral ‘rajon krasnyx fonarjej’. De buurt met de rode lichtjes. De grachten vond Leon wel OK. Grolsch bier vond hij lekkerder dan Heineken. De Westerkerk vond hij erg mooi. Maar de Rosse Buurt overtrof zijn verwachtingen. Al die ramen, al die lichtjes… De prostituees rondom de Oude Kerk maakten de meeste indruk.

Toen we langs een seksshop liepen, zei Leon ‘die winkel is nog open he…’. ‘Ja inderdaad,’ zei ik, ‘die is zeker nog open’. ‘Laten we even kijken’, zei hij. Als een klein jongetje in de snoepwinkel stond hij tussen DVD’s, metershoge dildo’s en ander speelgoed. Hij keek zijn ogen uit. Het was een Kodakmoment… Hij kocht niks en ik denk dat het vanwege mij was.

~ - ~

‘s Avonds thuis begon de buikpijn en die hield dagen aan. Krampen, chagrijnig en moe. Hormonen. Ik wilde zo graag weer ongesteld worden na Zoladex. Ik wilde weten of ik nog een cyclus had. Maar dit wilde ik niet…

Lief was lief. Hij heeft thee gezet. Hij heeft mijn buik gemasseerd. Hij heeft me in zijn armen genomen. Misschien is hij wel de ware.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Voor mijn werk mocht ik op reis naar een ver en warm land. Ik heb veel vergaderd in airconditioned kantoren. Maar ook een koel drankje gedronken op een paradijselijk terras in de schaduw. Er waaide een frisse wind, het terrasmeubilair was van donker hout gemaakt en in de stoelen lagen roomwitte kussens. Beneden in de zon sloegen de golven van de oceaan tegen de rotsen. Verder naar rechts groeiden palmbomen rondom een strandje. ‘Hier moet ik met mijn vriend naartoe’, zei ik en mijn collega grinnikte. Zij dacht hetzelfde. ‘Laten we doubledaten’, zei ze. ‘En als onze vrienden niet meewillen moeten wij hier zeker zelf terug.’

~

Op 13 december 2001 voelde ik de knobbel in mijn borst. Morgen is dat vier jaar geleden.

Ik had ruzie met Ex die avond en ik weet niet eens meer waarover. Ik ging douchen en was van plan om vroeg te gaan slapen. Tijdens het afdrogen stootte ik tegen de knobbel aan. Aan de binnenkant van mijn rechterborst zat een soort steen. Ik werd bang, duizelig en leunde voorovergebogen op de wasmachine. De hele badkamer draaide. Ik heb Ex geroepen. Hij voelde de knobbel ook.

Nu ik dit typ draai ik de film weer af. En het lijkt alsof het over iemand anders gaat, in een ander huis, een andere stad, een andere wereld. Toen was toen en nu is nu.

De volgende ochtend ben ik naar de huisarts gegaan. Een arts die ik nauwelijks kende, recepten voor de pil verlengde ik telefonisch en verder was ik er bijna niet geweest in de drie jaar dat ik daar woonde. Hij heeft me snel doorverwezen naar het ziekenhuis aan het park. Ik kon diezelfde middag nog terecht voor een foto en een echo. En hij gaf zijn privénummer, zodat ik hem ‘s middags nog kon bellen als de praktijk al dicht zou zijn.

De foto was verdacht, de echo was verdacht en volgens mij wisten ze het toen al. Suspect maligne. Suspect vanwege mijn leeftijd, 28 toen. En vooral maligne.

Het lijkt een eeuwigheid geleden. Overmorgen is die eeuwigheid vier jaar.

~

Vorige week liepen Lief en ik door de duinen. Los lopen, samen lopen, los lopen en toch weer vasthouden. De lucht werd donkerder en donkerder, we besloten om de lange lus niet meer te lopen. Nog even langs het strand om de golven tot onze voeten te laten komen. Toen liepen we terug naar de parkeerplaats. De eerste regendruppels vielen toen we bijna bij de auto waren.

~

De tijden zijn net zo verwarrend als de twee internisten, bij wie ik na de diagnose kwam. De eerste arts ging me uitgebreid beschrijven wat opvliegers zijn en dat ik overgangsklachten zou krijgen. Van de tweede moest ik een spiraaltje laten plaatsen voordat ik aan de chemo begon. Ik kon nog steeds zwanger raken en zou door chemo niet in de overgang komen. De tweede had gelijk.

~

Na het stoppen met Zoladex kwam mijn cyclus weer terug. Ik heb er veel meer last van dan vroeger: onregelmatig, buikpijn, veel meer bloedverlies… Het doet denken aan de eerste jaren op de middelbare school, toen ik krom van de buikpijn naar de fietsenstalling liep, om thuis op de bank te gaan liggen. Mijn huidige PMS duurt bijna een week… En als de menstruatie dan nog wat langer uitblijft denk ik ‘zou ik zwanger zijn?’

Angst om zwanger te worden en angst om nooit meer zwanger te kunnen worden wisselen elkaar momenteel af. Het zijn verwarrende tijden.

Met Zoladex was ik stabieler. Toen leefde ik als een man: geen hormoonwisselingen, geen menstruatie en nooit hoeven nadenken of ik voldoende tampons bij me had. Nu sleep ik me wezenloos aan maandverband, omdat ik niet weet wanneer ik ongesteld word.

~

Lief heeft vanavond kerstkaarten mede-ondertekend. Morgen verstuur ik ze aan vrienden in Suriname. De mofokorantie (=tamtam) zal aanslaan op de kaarten. Maisa heeft een man.

We worden serieus. We praten over later. Steeds meer ga ik ervan uit dat er een ‘later’ zal zijn. Een eeuwigheid, waar hij bij zal zijn en ik ook. Samen.

~

Heel lang waren er twee werelden. Twee kennissenkringen. De mensen die wisten van mijn borstkanker en degenen aan wie ik het nooit zou vertellen. En steeds meer valt het samen. Borstkanker is iets van vroeger en wie het wil weten, die wil ik het wel vertellen. Twee werelden zijn samen.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Om van een oude vriendin een nieuwe taal te leren, neem ik de trein naar Amsterdam. Aan de overkant van het gangpad zitten twee tienermeisjes. Ze zijn felroze opgemaakt, hebben lange blonde paardestaarten en zien eruit zoals ik in de jaren tachtig. Ze lachen om het Haagse accent van de conducteur en doen hem na. Even later vraagt hij onze kaartjes. De Hagenees is Turks.

Als ik bij het station in de bus stap, denk ik eerst dat er een bedrijfsuitje van Connexxion is. Er staan acht controleurs in de bus. Geen van hen vraagt naar mijn kaartje. Ze zijn druk met elkaar in gesprek. Na mij komen er nog twee passagiers bij. Dan gaan we rijden.

In het winkelcentrum vlakbij Mina’s huis hoop ik nog een schrift te kunnen kopen. Een mooi nieuw schrift voor een nieuwe taal. Het is razend druk en ik wurm me door de menigte. Schoenenzaak, kledingzaak, kledingzaak, parfumerie. Geen schriftenwinkel. In een van de winkels zie ik een zwart feestrokje hangen. Het kost maar 9,90 euro en het past nog ook. Als ik afreken, geeft de kassa 4,90 euro aan. Ook de verkoopster kijkt ervan op. ’t Is geen geld.

Mina’s man gaat net de deur uit als ik kom. Hij moet die avond werken.
‘Het is vijf minuten lopen naar de bus. En hij komt over drie minuten. Zou ik het halen?’
Zo wordt iedere dag spannend…

Mina gaat me Perzisch leren. In Nederland is ze Iraans. In Iran is ze Turks. Aan haar eettafel leer ik het alfabet. Ze gebruikt een kinderboek voor me, waarmee Iraanse kindertjes leren schrijven. Perzisch wordt geschreven met Arabisch alfabet en is voor veel Iraniërs een tweede taal, na Koerdisch, Armeens of Azeri.

De eerste letter is de ‘alef’: de ‘A’. Een streep van boven naar beneden met een golvend dakje erop. Dan de ‘bé’ (B). Nu kan ik al woorden maken. Mijn eerste woord is ‘ab’ (water). Ik kan ook al een zinnetje maken: ‘Baba, ab!’ (Pappa, water!).
Dit is leuk!

Via de ‘noen’ (N) gaan we verder. ‘Nan’ betekent ‘brood’. Als ik ook de ‘D’ heb geleerd, worden de zinnetjes iets ingewikkelder. ‘Baba ab dad’ (Pappa gaf het water). Of ‘baba nan dad’ (Pappa gaf het brood). En ik leer nieuwe woorden: ‘dana’ is ‘iemand die veel weet’. ‘Nadan’ is het tegenovergestelde, ‘iemand die niet veel weet’.

Het wordt steeds leuker, ik kriebel de Arabische letters, van rechts naar links. Wie kan tekenen, kan ook schrijven. Mina zegt dat mijn handschrift vooruit gaat. Soms wissel ik de ‘b’ en de ‘n’ om. Bij de ene staat de punt onder, bij de ander de punt boven. ‘Dat doen Iraanse kinderen ook’, zegt Mina en dit stelt me gerust.

Als ik de ‘R’ heb geleerd, wordt mijn woordenschat flink uitgebreid. ‘Baran’ is ‘regen’, ‘ard’ is ‘meel’, ‘anar’ is ‘granaatappel’.

~ - ~

‘Anar’ is ook de naam van een jongen die ik in Verweggistan heb ontmoet. ‘Granaatappel’ heet hij dus. Een granaatappel is een symbool van de liefde, ook in de Oriënt.

Anar is een lange jongen met een lichte huid, zwarte ogen met lange wimpers en een groot gevoel voor humor. Hij komt uit de Kaukasus. Als we de bus uitstappen bots ik bijna tegen hem op. ‘Bij ons laat een man een vrouw voorgaan’, zeg ik. ‘Wat een rare gewoonte’, zegt Anar. ‘Hoe kan een man een vrouw nou helpen als hij haar voor laat gaan?’ En hij stapt uit en geeft me een hand om mij te helpen uitstappen.

In het museum voor Verweggistaanse Geschiedenis zegt hij bij drie stenen ballen: ‘Kijk, Maisa, bowling van vroeger!’

Terwijl we ’s avonds wandelen door de hoofdstad van Verweggistan, praten we drie uur aan een stuk. Over onze studies, vliegtuigen, islam en vrede. ‘Geloof zit van binnen’, zegt Anar, ‘veel mensen zijn alleen moslim van buiten.’

Voor zijn studie is Anar een half jaar in Garmisch-Partenkirchen geweest. ‘Ken je het?’, vraagt hij, ‘het is daar saai! Er gebeurt nooit iets. En er wonen alleen maar oude mensen. Met mijn vrienden ben ik met een auto naar Parijs, Brussel en Praag gereden. Dat zijn tenminste steden’ Net nadat hij terug was in de Kaukasus, kwam op Nieuwjaarsdag het schansspringen op tv. ‘Mijn vader kwam me roepen’, vertelde Anar, ‘en een keer per jaar gebeurt er dus iets in Garmisch-Partenkirchen. Net nadat ik weg was. Tijdens iedere sprong zag ik mijn school liggen in een hoekje van het beeld.’

Morgen ga ik even schansspringen kijken. Om Anars school te zien.

~- ~

Mina’s les gaat verder. Ik leer een andere ‘a’, een soort ‘aè’. Ik hoor bijna het verschil niet. Voor Mina is het heel duidelijk. Ze herhaalt de letters keer op keer, na elkaar. Voor mij zegt ze twee keer hetzelfde. De ‘a’ is makkelijk, die heeft het Nederlands ook. Maar met die andere letter heb ik veel moeite.

‘In het Nederlands had ik dat ook met sommige letters’, zegt ze, ‘ik hoorde geen verschil tussen ‘vis’ en ‘vies’ of tussen ‘beer’ en ‘bier’’.

Inmiddels kan ik Perzische zinnetjes maken van het type ‘ik geef een granaatappel aan mijn broer’ en ‘mijn zus geeft mij een amandel’. Ik krijg er honger van.

Mina kookt in haar nieuwe keuken. Ze heeft een Jamie Oliverachtig recept van een soort risottoachtige lasagne. Ze kookt alleen van recept. Lief doet dat ook. ‘Wij zijn beta’s’, zegt Mina, ‘die doen dat zo.’ Lief komt later en eet mee. Hij wordt goedgekeurd.

~ - ~

Als we thuis komen, neem ik de post mee naar boven. Nog in de lift open ik de envelop met het vaag bekende handschrift. Lief lacht me toe en ik zie dat de kaart van hem komt:
“Liefde is… met Kerst vertellen dat ik trots op je ben, je bewonder en van je hou.
Liefde is… het hele jaar door simpelweg gelukkig zijn met jou.”

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Toen ik vier was, mocht ik eindelijk naar school. Samen met mijn moeder liep ik de straat uit, langs de tuin van meneer Smit, waar metershoge rozen bloeiden. Bij de kapper zette mijn moeder me de drukke straat over en daarna liep ik zelf verder. Langs de kastanjeboom, langs het veldje en tussen de hekjes door. Eindelijk naar school. Ik was al vier!

~ - ~

Afgelopen maandag was ik weer ‘vier’. Al vier jaar leef ik zonder kanker, met één borst en met de hoop op een lang leven. Vier jaar geleden werd de tumor verwijderd, op 15 januari. Het voelt als een verjaardag.

~ - ~

In de aanloop naar mijn vierde ‘verjaardag’ zijn Lief en ik naar de Eifel geweest. We hebben gewandeld in de buurt van Monschau. Het was koud en winters, maar het vroor niet, toen we over de oude keien heuvelafwaarts liepen naar de burcht. Daar begon de ‘Jahrhundertweg’, de tocht van 18 kilometer voor mensen die een eeuw oud willen worden. Het eerste stuk ging bergop. Mijn kuitspieren protesteerden. Boven keken we uit over Monschau in het dal. Lief sloeg zijn arm om me heen.

Via een dorpje kwamen we op een veldweg. Daar lag sneeuw, veel sneeuw. En soms ijs. Glibberend liepen we tussen de velden door. Soms door bos, meestal heuvels. We liepen samen en het voelde goed. Het was te koud om te pauzeren en we via een ijzig bospad kwamen we bij een restaurant. Hete soep warmde ons weer wat op.

~ - ~

Vier jaar geleden kon ik mijn rechterarm bijna niet optillen. Uit mijn oksel drupte een wit plastic drainflesje langzaam vol. En op mijn zaal lag een Indiase man, die herstelde van een slokdarmoperatie. Een mevrouw van de kamer tegenover ons was borstsparend geopereerd. Ze ging met de drain naar huis, omdat ze de hondjes zo miste. Ik ging pas weg toen mijn drainfles leeg bleef.

~ - ~

Na de operatie en tijdens de chemo wandelde ik iedere dag in het Oosterpark. Een rondje om de vijvers vond ik toen al knap van mezelf. Bij twee rondjes op een dag was ik echt trots. Een rondje was nog niet eens een kilometer.

~ - ~

Gelukkig houdt Lief ook van lopen. Hij heeft langere benen dan ik en ook beter grip op de gladde bodem, waar het ijs het zand helemaal bedekt. Ik ben soms bang om van het pad te glijden, het ijskoude water van de beek in. Hij reikt me de hand. We lopen langs de grens tussen Duitsland en België. Bij de kapel van de Heilige Norbertus steken we kaarsjes aan. De kapel staat vol met verse bloemen en veel planten. En er branden heel veel kaarsjes.

~ - ~

Als we Monschau weer inlopen, zijn we trots. Het was koud, maar we hebben het gered. Met de wandeling en met elkaar. Het is goed zo!

~ - ~

Onderweg terug naar Nederland bezoeken we de vader van Lief. Hij staat altijd pas na de middag op. Per auto laat Lief me eerst zijn geboortestreek zien. De school, het sportveld, de kerk waar zijn oom pastoor was en het enorme woeste wilde bos, waar hij vroeger speelde. De eikenbladeren komen tot onze enkels als we door het bos lopen. In de dorpskerk lopen we langs de kerststal. ‘Jezus, ik vint jouw lief’ staat op een van de kindertekeningen.

In de kerk ruikt het naar wierook, de Mis is net voorbij. Het graf van Liefs moeder is helemaal achterop het kerkhof. Even staan we bij haar. Het voelt alsof ik ben voorgesteld.

~ - ~

Vier jaar geleden had ik niet gedacht dat ik hier zou zijn en dat het zo zou zijn. Eigenlijk dacht ik helemaal niet dat ik er nog zou zijn.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Deze week werd ik gewoon ongesteld. Zonder buikkrampen, zonder extreem zwaar bloedverlies, zonder hoofdpijn en de hele dag doorlekken. De wraak van Zoladex is na bijna een jaar voorbij. Mijn oudevrouwenlichaam verjongt zich langzaam weer. En ik word weer zo jong als ik ben: bijna 33.

Ik voel ook in mijn lijf dat ik weer hormonen heb. Ik ben emotioneler. En ik denk steeds vaker over later, na mei 2007, na de hormoontherapie. Als misschien een zwangerschap nog mogelijk is…

Toen ik hoorde dat ik borstkanker had, dacht ik dat ik dood zou gaan. Doordat ik voor mijn gevoel zo dichtbij de dood ben geweest, hecht ik meer aan het leven. Lief heeft zware tijden gehad rondom zijn scheiding. Hij heeft zelfs een tijd overwogen om een eind aan zijn leven te maken. Voor hem was de dood toen een aantrekkelijk vooruitzicht, terwijl ik er alles voor over had om te blijven leven.

Ik zocht een man ‘met een litteken’, die zou begrijpen wat ik heb meegemaakt. Liefs litteken, en zeker de voortetterende strijd rondom zijn dochter, is eerder een open wond. Hij begrijpt mij wel, maar kan zichzelf niet veranderen. Over ‘het kind’ zijn we gebotst. Over ons kind dat er niet is en er ook nooit komt.

‘Misschien nog een kind’ betekent voor mij dat ik na afloop van de hormoontherapie graag nog een kind zou willen, tenzij het om allerlei medische of andere redenen niet lukt. ‘Misschien nog een kind’ betekent voor Lief, dat hij eigenlijk niet meer wil. Lief heeft een dochter, met wie zijn ex omgang onmogelijk maakt. Lief is bang dat dat nog een keer gebeurt. Hij wil geen kind meer. En hij wil mij ook niet aan het lijntje houden.

Vanmiddag had ik in Liefs huis mijn spullen gepakt. Ik was stoer. Wil je geen kind, dan krijg je geen Maisa. Tandenborstel mee en reservestrip Tamoxifen in de tas. Ik was cool. En toen zag ik hem zo staan, lang en mager, bij de balkondeur. Zijn schouders waren een beetje gebogen, hij keek naar zijn noodlijdende plantje, de philodendron met het hartvormige blad.
Al wist ik dat we zo niet verder kunnen, ik kon en wou nog niet naar huis. Lief is de man die me weer liet stralen. De man die mijn litteken masseerde en die begrijpt wat Amazone Power is.

Hij zegt ‘dat stralen zit in jou’. Maar hij was de vlam die de fakkel liet branden.
Uiteindelijk gaat het niet om littekens en kruimels in de jampot. Het gaat om liefde en om het geloof in een gezamenlijke toekomst. Over wel of niet een kind is geen compromis mogelijk.

Morgen moet ik mijn ouders bellen, die erg op Lief gesteld zijn. En mijn broertje, bij wie we over twee weken de catering zouden doen op zijn 30e verjaardag. Dat red ik ook wel alleen.

Alles kan ik alleen. Maar leuk is het niet en ik mis hem nu al.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Vannacht hoorde ik Brams kat nog door de flat rennen. Vanmorgen heb ik mijn lenzenspullen uit de badkamer meegenomen en die extra tandenborstel ook maar ingepakt. Anders moest hij die later zelf opruimen en dat vind ik ook vervelend.
Als egeltjes scharrelden we om elkaar heen door het huis.
‘Zal ik nog koffie voor je halen?’
‘Heb ik echt niets meer laten liggen?’
‘Wil je niet wat eten? Ik heb yoghurt.’
Ik kreeg geen hap door mijn keel en Bram at de yoghurt op. Hij liet de kat het kartonnetje uitlikken. Witte yoghurtdruppels bleven achter op zijn zwarte kattensnoet. Vanmorgen heb ik hem geaaid. Dag kat, misschien tot ooit. Nooit gedacht dat ik me aan een kat zou hechten.

Met de auto bracht Bram me terug naar Den Haag. Dat autorijden was een van de eerste dingen die me aan hem opviel. Hij rijdt heel rustig, zelfverzekerd. Hij kijkt veel vooruit.

In mijn huis zou hij draadloos internet installeren, maar het liep steeds vast. De helpdesk van Wanadoo was vrijwel onbereikbaar en de brief met de installatiegegevens kon ik nergens vinden. En ik moest bijna weg, want de werkster had me voor de lunch uitgenodigd.

Terwijl Bram aan het proberen was, belde ik vanuit de woonkamer mijn moeder. Ze schrok van het nieuws en was ook erg verdrietig. ‘Wij vonden hem ook zo aardig’, zei ze. Ze kan het zich wel voorstellen dat we hierom uit elkaar gaan. ‘Het is wel eerlijk van hem’, zei ze, ‘om het nu te zeggen en je niet aan het lijntje te houden.’ Mijn ouders waren al ruim vijf jaar getrouwd toen ik geboren werd. ‘Natuurlijk heb ik vaak gedacht dat we misschien geen kinderen meer zouden krijgen’, zei ze, ‘en daar had ik vrede mee kunnen hebben als we alles geprobeerd hadden. Uit alle onderzoeken kwam dat er niets mis was. De huisarts zei toen nog “vaak komt er daarna snel een kind”. Ik vond dat een rare opmerking, maar kort daarna was ik zwanger van jou. Ik snap wel dat Bram erg zit met hoe het mis is gegaan in het contact met zijn dochter. Maar als hij helemaal geen kind meer wil, is het inderdaad beter dat jullie nu uit elkaar gaan. Beter nu dan later. Hoe erg het ook is.’

Bram brengt me naar het huis, waar Zlatka met haar dochter Vika woont. Hij brengt me ook omdat ik gezegd heb dat het een slechte buurt is. Dat valt gelukkig mee. Het zijn kleine woningen, vooral flats uit de jaren vijftig met daartussen rijtjes duplexwoningen met voortuintjes. Op de kruispunten zitten nog kuilen in het asfalt: Restanten van de vreugdevuren van Oudjaarsnacht. De straat is rustig en groen.

Daarna rijdt hij terug naar mijn flat om het draadloos internet verder aan te sluiten. Zit ik daar bij de werkster te eten, terwijl mijn ex in zijn eentje in mijn huis aan het knutselen is. En zijn spullen inpakt, dat ook.

In Zlatka’s huis zitten vier landgenoten zware shag te roken uit een pakje van Van Nelle. ‘Roken is dodelijk’ staat er groot op. Twee vrouwen drinken rode wijn en cola, hun mannen gieten uit een champagnefles iets wat op witte wijn lijkt in kleine glaasjes. ‘Slavische borrel’, grinnikt de ene, de dikste van het stel. Kort en gespierd is hij, hij draagt een zwart Lonsdale T-shirt. Het is het type Oosteuropese bouwvakker dat al die jaren dertigwoningen in Den Haag moderniseert. Hij vertelt in zijn eigen taal over een huis dat hij aan het verbouwen is. Zijn taal lijkt op Russisch, maar de woorden zijn gedrongener en hij praat ook nog snel. Een huis met twee etages, daarboven het dak. Werken, werken en toen… Eternit. Asbest dus.
Een van de echtparen deelt deze woning met Zlatka en haar dochter. In de vitrinekast staan foto’s van hun eigen dochtertje, een meisje van een jaar of acht met lange paardestaarten. Zij woont bij oma in de stad waar ze vandaan komen. Iedere maand sturen ze geld.

Ik verontschuldig me bij Vika dat ik niet zo vrolijk ben. Het is net uit met Bram en zo. ‘Maar waarom is het uit dan?’, vraagt ze. En even later zegt ze: ‘Ik kan me dat niet voorstellen, dat er mensen zijn die geen kinderen willen. Ik hoor het wel eens van vrouwen voor wie ik werk. Ik snap het niet.’ Ze vertelt over een nicht van 39, die net nog een baby heeft gekregen.

Zlatka en Vika serveren komkommeryoghurtsoep met uien. Het is koude soep, lekker en fris. Erg vrolijk ben ik nog niet, maar ik doe mijn best. De afgelopen 24 uur heb ik weinig meer naar binnen gekregen dan een glas jus en twee koppen koffie.

‘Mij is het ook gebeurd’, zegt Zlatka als ze hoort hoe het tussen mij en Bram is gegaan. Ze kreeg Vika toen ze pas 19 was en wilde met haar nieuwe man later graag nog een kind. ‘Elf jaar ben ik met hem samengeweest. Steeds zei hij, “nu nog niet, later misschien”. Ik heb gewacht en gewacht. Toen hij eindelijk wel wilde, was ik 40. Toen was het te laat.’ Daarna praat ze een tijdje fel tegen Vika. ‘Misschien komt hij nog terug’, zegt Zlatka tegen mij. ‘Maar ben jij dan nog vrij?’

‘Ik wist dat je een vriend had’, zegt Zlatka, ‘ik zag het aan de spullen in de badkamer. En aan de afwas: twee kopjes, twee bordjes. Ik vond het zo leuk voor je! Ik heb het Vika ook verteld. En ik dacht nog “misschien krijgen ze wel een baby”. Dan had ik graag willen oppassen.’

Het hoofdgerecht is een soort aardappelpastei. Het lukt me om het bord leeg te eten. ‘Er is nog meer in de keuken!’ Ik bedank, het is heel lekker, maar veel teveel. Nee, ik hoef ook niet mee naar huis. Ik wil nog wel graag thee.

Dan bel ik Bram, of het gelukt is met het internet. Hij is net klaar. ‘Zal ik je komen halen?’, vraagt hij, ‘En weet je waar dat donkerblauwe fleece vest is?’ Dat hangt in de badkamer. Ik heb het zelf van de week nog aangehad, omdat het naar hem rook…

Hij is niet meer mijn man, maar vanmiddag nog wel mijn chauffeur. We rijden terug naar huis en hij stopt op straat voor mijn huis. Hij parkeert niet meer in, hoewel er plaats genoeg is. Hij geeft me mijn sleutels terug. En dan loop ik alleen naar boven. In de badkamer is een schapje leeg. In de wasmand zit nog een T-shirt van hem, dat is hij zeker vergeten. En in de koelkast staat nog bijna een hele fles 7-Up. Die had hij ook wel mee kunnen nemen. Het draadloos internet werkt goed. Handig is hij wel.

‘Wat voor man moet ik zoeken, denk je?’, vroeg ik hem vanmorgen.
‘Een techneut’, zei hij, ‘een man die rationeel is, maar ook sociaal en betrokken. Iemand die niet voor het grote geld gaat.’
Zo’n man had ik tot gisteren…
‘Wat voor vrouw ga je zoeken?’, vroeg ik hem daarna.
‘Een vrouw van jouw kaliber’.

Na de laatste Zoladexinjectie heb ik maanden in spanning gezeten of ik ooit weer ongesteld zou worden. Er was een risico dat ik toch definitief in de overgang zou zijn door alle behandelingen. Mijn eierstokken heb ik na de diagnose bewust laten zitten, in de hoop ze ooit nog te kunnen gebruiken. Bij de echocontrole voor eierstokkanker heb ik de gynaecoloog expliciet gevraagd of het er verder goed uit zag. Ik had volgens haar geen cystes, geen verklevingen en geen vleesbomen. Mijn cyclus is nu zo om de vijf weken. Heel netjes voor iemand die nog tamoxifen gebruikt.

Tegen de klinisch geneticus zei ik ooit dat ik heel veel genen heb, die ik wel door wil geven. Dat ik mijn leven erg de moeite waard vind, zelfs als ik een van de borstkankergenen zou hebben. Dat eventueel gendragerschap voor mij geen reden zou zijn om geen kinderen meer te krijgen. Ik testte negatief. Geen gendraagster.

Bram steunde me in mijn werk, mijn reizen, in wat ik doe voor de Amazones. Mijn verhalen over mijn belevenissen in het Wilde Oosten vond hij super. Hij heeft me tips gegeven om het verhaal over Rome tot een boek uit te werken. En hij had graag met me naar Suriname gewild.

We zouden in april samen naar Polen gaan, eerst met de auto naar Bratislava (Slowakije) en dan door de bergen naar Krakow en omgeving. Je kunt daar heel mooi wandelen. En dan dwars door Polen naar de kust, naar Gdansk. En via Berlijn terug naar Nederland.

Maar mijn ultieme droom, de ontastbare wens om ooit samen een kind op de wereld te zetten, om het leven door te geven, delen we niet. Die kat van hem, daar ben ik aan gewend. En 7-Up wilde ik best voor hem kopen. Maar wel of niet een kind, dat is niet iets waar ik me overheen kan zetten. Ik zou het kunnen (en moeten) accepteren als ik door de chemo definitief in de overgang was gekomen. Of als Bram geen kinderen meer had kunnen krijgen. Of als ik te oud was of het niet meer zou lukken.

Toen ik me in oktober inschreef op de datingsite, had ik bij kinderwens ‘misschien’ aangevinkt. Ik wist het toen ook nog niet zo goed. Maar bij iedere menstruatie wordt het gevoel sterker. De hormonen gaan harder door mijn lichaam. Simpelweg geen kind ‘willen’ na alle spanningen, na de blijdschap toen ik weer begon te vloeien… Daar kan ik me niet overheen zetten.

En daarom ben ik nu alleen.
KUT :evil:

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Op de dag dat Suusje stierf, kon ik mijn aandacht moeilijk bij mijn werk houden. Steeds dwaalde ik af. Als ik geen deadlines had gehad, was ik thuisgebleven. Maar ik moest door.

Het ziekenhuis heeft me een afspraak voor een MRI-scan gestuurd in plaats van een mammo. En eigenlijk wil ik dat niet. Op een MRI is veel te zien. Misschien wel meer dan ik wil weten. Want ik wil door. En niet teveel aan kanker denken.

Gedachten dwarrelden de hele tijd door mijn hoofd. Suusje, Bram, MRI, kanker, kleine Kim, stuk afmaken, lunch halen, Amazones lezen. De dag was versnipperd.

Op de vrijdagmiddagborrel sloeg ik binnen een half uur vier glazen witte wijn naar binnen. Alsof het limonade was. Waanzinnig hoe ik bezig was.

‘Je haalt die trein makkelijk’, zei mijn collega, die dagelijks naar Amsterdam forenst. Toen haperde de kaartjesautomaat. Pas bij de derde poging kreeg ik een kaartje naar Arnhem eruit. Net op tijd sprong ik met Naia en Vriendvannaia in de trein. We moesten door om Rode Tranen nog een keer te kunnen zien.

~ - ~

Marieta’s toneelstuk ‘Rode Tranen’ werd nog beter gespeeld dan in Nijmegen in november. De actrices waren in hun rollen gegroeid.

In de mooiste scène beelden de actrices Amazones uit, boogschutters:
[quote]Ik ben een sterke vrouw
Ik kijk goed uit
Ik heb de kanker in mijn lijf
Maar ga hem verslaan
Elke verkeerde cel uit mijn bloedbaan

Ik ben een lieve vrouw
Ik kijk wel uit
Ik heb de kanker in mijn lijf
Ik blijf geliefde moeder en kind
Het is de navelstreng die me nog bindt

Ik ben een vermoeide vrouw
Ik zie niet goed
Ik heb de kanker in mijn lijf
Ik verlies mijn hoop
De psycholoog is te koop

Ik ben een depressieve vrouw
Ik zie een waas
Ik heb de kanker in mijn lijf
Een hele dikke bult
Misschien wel mijn eigen schuld

Ik ben een opgeluchte vrouw
Ik kijk vooruit
De kanker is uit mijn lijf
Er wordt weer nieuw leven geblazen
Als een kind mag ik me weer gaan verbazen[/quote]

~ - ~

Zaterdagmiddag had ik een feestje in Vinex City, niet ver van Utrecht. In rok en slangenleren laarzen ging ik erheen. Safitri en haar vriend Hans wonen in een een zandbak, zonder straatnaambordjes. Twee keer heb ik opgebeld voordat ik het huis had gevonden. ‘Dat zand loopt erg in’, zei Safitri en ze keek naar haar nieuwe vloer. Tja. Laarzen uit, ze leende me slofjes en ik was blij dat ik een panty zonder ladders aan had. In de open keuken stonden haar zussen te koken, saotosoep en nasi. ‘Een open keuken?’, vroeg ik. Hindostanen houden daar niet van… ‘Er zit goede afzuiging in’, zei ze.

De muren langs de trap waren oranje geschilderd, de slaapkamer was warm rood met donker hout. De badkamer was standaard. ‘Dat komt later’, zei ze. Boven op zolder vertelde ik waarom Bram niet was meegekomen. ‘Het zijn moeilijke dingen’, zei Safitri. ‘Je kunt luisteren, maar je kunt het niet voor hem oplossen. Hij moet het zelf doen.’ Ik vertelde hoe we in de Eifel 20 kilometer door een besneeuwd bos hadden gelopen. ‘Hihi, dat had je met Ex nooit gekund’, zei ze. ‘Die was altijd zo snel moe.’ Net voor we de trap weer afliepen zei ze ‘luister naar je buik. Wat er ook gebeurt, luister naar je buik. Daar zit je gevoel.’
Beneden zaten de andere gasten, allemaal op kousenvoeten. Ex was niet gekomen, Farida bleek in de Dominicaanse Republiek te zitten en ik was blij toen ik wat bekenden zag.

~ - ~

Tijdens een gesprek met Bram op MSN zaterdagavond pakte ik een oud dagboek uit de kast.
Uit het dagboek viel tot mijn verbazing een foto van mij in 1994/1995. Begin twintig was ik. Lang golvend donker haar, een wijde zwarte winterjas en een kleurige sjaal. De manchetten van een witte roesjesblouse staken uit mijn mouw. Wat had ik slanke benen toen, in een nauwe zwarte broek. Met twee handen klemde ik de riem van mijn tas vast. Mooi, lang, slank, en toch gespannen.

Op dinsdag 21 juli 1992 opende ik het dagboek. Beetje hoogdravend, beetje plechtig schreef ik: “Nadat ik jarenlang geen dagboek heb bijgehouden, begin ik vandaag toch weer met een nieuw dagboek. Dit doe ik omdat ik wil proberen inzicht te krijgen in mijn sterk wisselende stemmingen. Na dit inzicht te hebben verworven hoop ik mijn psychische toestand te stabiliseren en te verbeteren. Bovendien wil ik in dit dagboek beschrijven wat ik zoal doe op een dag, zodat ik later kan teruglezen wat ik zoal deed toen ik 19 was.”
Mijn god, wat was ik serieus en analytisch.

Een paar maanden later, in september ’92, schreef ik over mijn verliefdheden op de middelbare school. “Dat ik de roosters van die jongens uit mijn hoofd leerde en dan een bepaalde route ging lopen, zodat ik ze tegenkwam. In 5 VWO, toen mijn liefdes nogal wisselden, kende ik drie of vier roosters uit mijn hoofd, plus mijn eigen rooster. Misschien is het inderdaad niet normaal, het zal wel niet, maar mij gebeuren gewoon dingen die niet normaal zijn. Waarschijnlijk ben ik dat zelf ook niet helemaal, dus dan klopt het wel.”

Het was allemaal voordat ik borstkanker kreeg, het was zelfs voordat oma borstkanker kreeg.
Als ik alles teruglees, ben ik helemaal niet zoveel veranderd. Ik herken een jongere, onzekerder versie van mezelf. Maar ik was wel mezelf.

En dan te bedenken dat er nog twee oudere dagboeken (van lagere en middelbare school) bij mijn ouders thuis liggen… Ze leren me veel over mezelf. Dat er veel verandert, maar dat ik niet zo erg ben veranderd.

Hier moet ik mee doorgaan.

~ - ~

Ik heb fors opgeruimd in huis vandaag. Het is toch te gek dat ik, anderhalf jaar na mijn verhuizing, nog zes onuitgepakte dozen heb staan.
Orde in de chaos.

En terwijl ik bezig ben, klinkt de stem van Suzanne Vega als een echo in mijn hoofd:
[quote]Marlene watches from the wall
Her mocking smile says it all
As she records the rise and fall
Of every man who’s been here
But the only one here now is me
I’m fighting things I cannot see
I think it’s called my destiny
That I am changing
Marlene on the wall[/quote]

~ - ~

De zwaarste gevechten voer je met jezelf.
De liefde voor Bram zit heel diep bij me en tegelijkertijd begrijp ik zijn pijn en zijn angsten. En ik weet dat ik moet doorgaan.
Ik kan ook niet anders, ik ben altijd doorgegaan.

Het kind was niet het probleem. Het zat veel dieper.
Maar ik moet door.
Altijd.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Druk op het werk. Uit met Bram. Suusje overleden. MRI-scan. Aankomende controles.

Maisa was stoer. Maisa kon de wereld aan. Maisa zat gisterochtend een beetje emotioneel aan haar afdelingshoofd te vertellen wat er allemaal misgaat op het moment. Maar daarna zei ze stoer ‘mijn werk krijg ik wel af hoor.’

~ - ~

Mijn coördinator zag me lopen op de gang en zei ‘wat heb jij een zorgelijk gezicht’.
Een uurtje later kwam ik er bij hem op terug. En toen brak ik.
Maisa is niet meer stoer.

In overleg met hem besloot ik om morgen de hele dag vrij te nemen, niet alleen de middag. ‘Ga ’s morgens lekker wandelen’, adviseerde hij. ‘En dan kijken we donderdag wel weer verder.’

‘Wandelen, dat wil ik’, dacht ik. En ik belde de enige van wie ik dacht dat hij mee zou willen lopen op een woensdagochtend in de duinen. ‘Morgen is een werkdag voor me’, zei Bram, maar hij keek in zijn agenda en kon nog wel wat schuiven. Bram is hier morgen om half tien. En ik schaam me een beetje. Ik vraag veel van hem.

Met Bram voer ik lange gesprekken op MSN. En die gaan diep, voor hem maar zeker ook voor mij. Ik weet niet goed wie wie analyseert. Ook bij mij komt er heel veel boven.

~ - ~

LeeAnn Womack zong:
[quote]I hope you never fear those mountains in the distance
Never settle for the path of least resistance
Living might mean taking chances
But they’re worth taking
Lovin’ might be a mistake
But it’s worth making[/quote]

~ - ~

Bij thuiskomst vond ik een Valentijnskaart in de bus… Een grote rode envelop zonder adressering, zonder afzender, zonder postzegel, die ik niet open durfde te maken met de buurman in de lift. Snel had ik de krant erom heengevouwen. Het is een grote kaart met een rijstmetkrentenhond voorop en de tekst ‘Jij bent absoluut de knapste van ons’ en binnenin ‘En gezien mijn talent, mijn knappe uiterlijk en charmante voorkomen wil dat heel wat zeggen. Fijne Valentijn!’

Wie???

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

De wachtruimte voor de MRI-scan was nog leeg toen ik aankwam. Ik kon kiezen uit tien stoelen. Het personeel was lunchen. Twee oude Viva’s, een Margriet en een Privé lagen voor me klaar. Ik bladerde ze door. Kerstmode en horoscopen en zo.

De laborante was lang en fors, ze heette Sandra. Vriendelijk legde ze uit dat er een MRI zou worden gemaakt van allebei mijn borsten.
‘Dat zal niet gaan’, zei ik, ‘mijn rechterborst is vier jaar geleden geamputeerd. Daarom kom ik voor dit soort onderzoeken’
Arme Sandra schrok. Die had zeker alleen naar mijn geboortedatum gekeken.
‘Dus doe maar alleen de linker’, vervolgde ik en vroeg me intussen af waar dat dikke dossier is gebleven dat ze bij radiologie van me moeten hebben.

‘Tijdens de MRI kun je naar de radio luisteren’, zei Sandra.
‘Ik hoor liever mijn eigen muziek’, zei ik, ‘ik heb een CD meegenomen.’ En ik haalde de Kaapverdische fadoliedjes van Cesaria Evora uit mijn tas.

In de MRI-ruimte liet Sandra me het ‘bakje’ zien waar ik met mijn borsten in moest hangen als ik op mijn buik de MRI-tunnel in zou gaan.
‘Er mag geen lucht bij’, zei ze, ‘dat vertekent het beeld’, en ze was bezig het borstenbakje met watten op te vullen. Ik keek in een diep gat.
‘Neem maar wat extra watten’, adviseerde ik. ‘Rechts ben ik plat en links heb ik ook niet zoveel.’
Sandra maakte een nieuw pak watten open.

‘Je kunt zo naar de radio luisteren’, zei ze, ‘tijdens de scan.’
‘Ik luister liever naar de CD die ik je net gegeven heb’, zei ik.
Arm kind, helemaal van slag.

Een zeer jonge dokter kwam mijn infuus met contrastvloeistof aanprikken.
‘Een paar jaar geleden heb ik chemo gehad’, zei ik. ‘Mijn elleboog is niet meer aan te prikken, maar op mijn onderarm is nog een goede ader.’
Begerig bleef ze naar mijn elleboog kijken. Prikkers zien het altijd als een uitdaging als je zegt dat een bepaalde plek niet meer kan… Het infuus kwam toch in mijn onderarm, ze prikte in een keer goed.

Cesaria’s liedjes kwamen niet altijd goed door het getimmer heen. Alsof ze bij de buren aan het verbouwen zijn, zo klinkt een MRI. De scans zijn gelukt en nu maar hopen dat ze goed zijn.

In de spiegel keek ik naar mijn ogen. En of ik er uitgezaaide kanker in zag. Ik zag niks.
‘Mag ik mijn CD terug?’, vroeg ik aan Sandra, sloeg mijn sjaal om en liep naar de metro.

Bij de bloemist op de hoek kocht ik twee potjes met tulpjes.
Tulpen uit Amsterdam, voor als het lente wordt.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Onderweg naar het ziekenhuis zag ik het sneeuwtapijt steeds dikker worden.
Bij Hoofddorp stond een groepje mannen sneeuwballen te gooien.
Bij Schiphol waarschuwde de conducteur voor zakkenrollers.
Ik pakte mijn tas vast en las verder in het dagboek van Bridget Jones.
Bij Sloterdijk legde ik het boek weg. Ik was te gespannen.
Zou op de MRI een nieuwe tumor zijn gevonden?

Tien minuten te vroeg was ik bij de poli chirurgie. De wachtruimte was bijna leeg. De dossierbak was ook leeg.
‘Hoeveel patiënten zijn er voor me?’, vroeg ik uit gewoonte.
‘Niemand’, zei de poli-mevrouw, ‘je bent de volgende.’
Ze hebben vast het spreekuur leeggeruimd om mij slecht nieuws te brengen, dacht ik, en puzzelde over de vraag hoe ik dit aan mijn ouders moest vertellen.

Als ik thuis ben moest ik Bianka mailen, die eind april wil komen.
‘Attending The Queen’s Birthday sounds like a wonderful idea!’, mailde ze.
Hoe zou ik eraan toe zijn eind april?

Snel was ik aan de beurt en werd een kamertje ingeloodst.
Wachten op de chirurg.
Kijken naar het kale bed met de instrumenten erboven.
Geen doos tissues op tafel. Zouden ze die nog zijn gaan halen?
Aan de muur concentrische cirkels van Kandinsky. Reproductie, neem ik aan.
Lichtbruin marmoleum op de vloer.
In mijn hoofd ging ik na of ik sneller via Centraal of via Duivendrecht reisde als ik slecht nieuws zou moeten brengen aan mijn ouders in Provinciestad.
Mijn gedachten gingen naar alle glazen wijn, chocolaatjes, koekjes en ander vergif dat ik in het afgelopen jaar tot me had genomen.

Wachten.

Chirurg kwam en was in slecht humeur.
‘Wie heeft gezegd dat je een MRI moest?’, vroeg hij kortaf.
‘De dame van de poli’, zei ik, ‘want ik belde om een afspraak voor een mammografie te maken.’
‘Heeft de internist je dat aangepraat?’, vroeg hij.
‘Ik belde voor een mammo’, herhaalde ik, ‘en ik kreeg een brief thuis dat ik voor een MRI moest komen. Dus ik nam aan dat dat van u af kwam.’
‘MRI liet geen afwijkingen zien’, zei hij.

Ik vertelde over de MRI-laborante, die een MRI van allebei mijn borsten wilde maken.
Hij grinnikte. Deze man blijft niet lang boos.
‘Wat raar’, zei hij, ‘op de verwijsbrief staat “MRI na mastectomie”’. Daarna hield hij een lang technisch verhaal over wie wel en geen toegang heeft tot bepaalde patiënteninformatie. Mijn indruk dat niemand toegang heeft tot enige informatie hield ik voor me. En ik droomde een beetje weg met een idee over Maisa BV, die tegen een commercieel tarief best eens consultant wil spelen in dit ziekenhuis.

Hij voelde snel en niet erg diep in de oksel. ‘Is wel goed’, zei hij.
‘Over een jaar terugkomen’.

Hij stelde voor dat ik vanaf nu de controles op een andere locatie ga doen. Daar kan alles op een dag, mammografie, consult chirurg en uitslag mammo. Zelfde artsen, zelfde apparatuur. ‘En het loopt er minder uit.’ Lijkt me een goed plan. Ik ben van plan om heel oud te worden. En ik denk dat de polidames van deze locatie mij net zo zat zijn als ik hen.

Ik krijg een briefje mee van de jongste, kleinste polimevrouw, een vriendelijk meisje met een lange donkere paardenstaart. Zij is iets minder snauwerig-Amsterdams dan de rest. Bellen voor een afspraak in februari/maart 2007. Strak plan.

Het is nog geen twaalf uur als ik op straat sta en ik hoef pas om twee uur bij de internist te zijn. Ik loop het Oosterpark in. Dit was mijn chemopark. Hier liep ik rondjes om de vijver toen ik vier jaar geleden met kuren bezig was.

Ik bel mijn moeder dat de MRI-scan goed was. Dan realiseer ik me dat ik haar helemaal niet heb verteld dat ik die scan zou krijgen. Daar ligt ze toch alleen maar wakker van.
‘Fijn dat de scan goed was’, zegt ze.

Door het park loop ik naar de markt, naar de buurt waar ik vroeger heb gewoond. In een van de zijstraten van de markt zit een croissanterie met verse broodjes. Een Marokkaanse jongen stopt mijn broodje gezond in een papieren zakje. Twee euro kost het. Na de MRI-scan van vorige week kocht ik voor twee euro bij een andere bakker voor twee euro een uitgedroogd wit puntje met doorgezwete kaas. Nu smul ik van een broodje met kaas, ei, tomaat, augurk, peper, zout, wortelsalade… Voortaan koop ik hier.

Om een uur ben ik terug in het ziekenhuis. Ik meld me bij de poli oncologie, waar al jaren dezelfde vriendelijke polidames werken, en ga verder lezen in Bridget Jones. De internist opent zijn spreekuur met mij. ‘Er is iets vervelends gebeurd’, zegt hij, en onwillekeurig schrik ik. ‘Je dossier is kwijt. Maar het komt wel weer terug hoor! En ik weet zo ook wel wat erin staat.’
Ik voel me Speciaal Geval… :wink:

We praten over hormoontherapie. Dat ik me beter voel sinds ik met Zoladex ben gestopt. Minder buikpijn, minder verstopte darmen.
Hij vertelt over onenigheid over Zoladex binnen de medische wereld. Sommige Nederlandse artsen willen Zoladex vijf jaar voorschrijven, anderen vinden twee jaar genoeg. En in de VS zijn artsen die Zoladex helemaal niet nodig vinden.
‘Puur rationeel kun je zeggen dat Zoladex de prognose niet slechter maakt’, zegt de internist, ‘want je schakelt de oestrogeenproductie uit bij een oestrogeengevoelige tumor. De vraag is alleen wel hoelang je dat moet blijven doen.’

We praten over stoppen met hormoontherapie of eventueel doorgaan na vijf jaar. Ik kijk er eerlijk gezegd naar uit om volgend jaar te stoppen: de laatste tamoxifentablet wil ik graag nemen op Koninginnedag 2007. Ik ben begonnen op 1 mei 2002, dus het zou dan precies vijf jaar zijn. Hij praat over aromataseremmers om eventueel mee door te gaan.
Ik denk na. Ik graaf in mijn geheugen. Met aromataseremmers was toch iets…?
‘Dan moet ik zeker weer opnieuw aan de Zoladex?’, vraag ik. En ja, inderdaad…
‘Ik weet niet of ik dat wil’, zeg ik. ‘Mijn menstruatie is weer terug. Ik word om de vijf weken ongesteld. En als ik aan de toekomst denk, denk ik eerder aan een zwangerschap dan aan een hernieuwde Zoladex-menopauze.’
Hij snapt het wel. Hij vertelt over computerprogramma’s waarmee je prognoses en het effect van behandelingen kunt meten. We spreken af dat ik nog een jaar doorga met tamoxifen en dat we volgend jaar april bekijken wat op dat moment het verstandigste is. En hoe de consensus onder artsen dan is.
‘Kom je over een half jaar weer?’, vraagt hij. Dachtutnie…
‘Ik kom in april 2007’, zeg ik.

Bij de bloemenwinkel naast het ziekenhuis koop ik tulpjes. Het zijn iets andere dan vorige week. Deze heten Plaisir, ze zijn een beetje gerafeld aan de bovenkant. Ze worden vast heel mooi.

Met de metro en de trein ga ik naar huis. Weer wordt in de trein gewaarschuwd voor zakkenrollers. Het kan me niets schelen.

Ik denk dat ik oud word.
Dat gevoel pakt niemand me af.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Sommige boeken lees ik een paar keer per jaar. Het zijn net oude vrienden, die je af en toe belt om te vragen hoe het met ze is. Een lied, een zin een woord brengt de herinnering weer terug. En dan pak ik het boek uit de kast om het contact aan te halen.

‘Die unendliche Geschichte’ staat al vijftien jaar in mijn kast. Het stond op mijn boekenlijst voor Duits. Van de leraar mocht het op de lijst, omdat hij trots was dat het boek van Michael Ende oorspronkelijk Duits was en niet Amerikaans (‘NeverEnding Story’). En ik mocht sowieso alles van die leraar. Ik was goed in Duits en ik hield van lezen.

Het oneindige verhaal gaat over Fantasië, het land van de fantasie waar Bastiaan Balthasar Boeckx verzeild raakt. Bastiaans verhaal staat in rode letters en wat hij leest staat in het groen. Bastiaan leeft mee met de held Atréjoe en langzaam lopen de rode en groene stukken in elkaar over. Bastiaan en Atréjoe ontmoeten elkaar en beleven allerlei avonturen.

~ - ~

In december 2001 plaatste ik een bericht over borstkanker bij jonge vrouwen op het Vivaforum. Ik koos ervoor om dat niet onder mijn eigen naam te doen.
Ik koos de naam ‘Maisa’.

Als Maisa schreef ik verder, over wat er gebeurde toen ik borstkanker had, wat ik voelde en hoe ik verder leefde. Maisa was mijn internet-ik.

Er kwamen steeds meer jonge vrouwen met borstkanker op de site. We werden groter, we wilden weg bij Viva. We begonnen voor onszelf en we werden zelfs een stichting. Sinds de oprichting van Stichting Amazones treed ik naar buiten onder mijn eigen naam. Ik sta ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ik heb interviews gegeven als ‘mezelf’, met foto en al. Ik liep zelfs mee in een modeshow. En na de show nam ik de bloemen in ontvangst voor De Amazones.

~ - ~

In het Oneindige Verhaal komt Bastiaan in gesprek met de oude leeuw Graógramán over de Tempel met de Duizend Deuren.

‘Elke deur,’ ging de leeuw verder, ‘elke deur in heel Fantásië, zelfs een heel gewone stal- of keukendeur, ja zelfs een kastdeur, kan op een bepaald moment de toegangspoort worden van de Tempel met de Duizend Deuren. Is dat moment voorbij, dan is hij weer wat hij daarvoor was. Daarom kan niemand voor de tweede keer door dezelfde deur gaan. En geen van de duizend deuren leidt weer terug naar waar men vandaan kwam. Er is geen terugkeer mogelijk.’
(…)
‘En hoe kan iemand de toegangspoort vinden?’
‘Die moet men zich wensen.’

~ - ~

Bastiaan draagt een amulet met de inscriptie ‘DOE WAT JE WILT’.
‘Wat zou dit betekenen?’ vroeg hij, ‘DOE WAT JE WILT betekent toch dat ik alles mag doen waar ik zin in heb, denk je ook niet?’
Graógramán keek opeens verschrikkelijk ernstig en zijn ogen begonnen te gloeien.
‘Nee’, zei hij met dat diepe brullende stemgeluid, ‘het betekent dat u moet doen wat u wezenlijk wilt. En niets is moeilijker.’
‘Wat ik wezenlijk wil?’ herhaalde Bastiaan onder de indruk. ‘Wat is dat dan?’
‘Het is uw eigen diepste geheim, dat u zelf niet kent.’
‘Hoe kan ik daar dan achter komen?’
‘Door de weg van de wensen te gaan, van de een naar de andere, tot aan de laatste. Die zal u brengen naar wat u wezenlijk wilt.’
‘Dat lijkt me toch eigenlijk niet zo moeilijk,’ meende Bastiaan.
‘Toch is het de gevaarlijkste van alle wegen,’ zei de leeuw.
‘Waarom?’ vroeg Bastiaan. ‘Ik ben niet bang.’
‘Daar gaat het niet om,’ bromde Graógramán. ‘Die weg vereist de grootste oprechtheid en aandacht, want op geen andere weg is het zo gemakkelijk om zich grondig te vergissen.’

~ - ~

Borstkanker heeft me niet echt veranderd. Hooguit heeft het me laten merken hoe ik echt ben. Ik geloof er niet zo in dat tegenslag je sterker maakt. Ik denk wel dat moeilijke situaties je de kans geven om te tonen hoe sterk je eigenlijk bent.

Na borstkanker wil ik geen andere dingen. Hooguit ben ik me bewuster van wat ik echt wil. Ik zit nog in de Tempel van de Duizend Deuren. Veel deuren ben ik doorgegaan, maar er zullen er nog veel komen. Ik weet nog niet wat mijn diepste wens is.

~ - ~

Ik schrijf verder aan mijn eigen, oneindige verhaal. De groene en de rode letters lopen in elkaar over. Maisa en ik vallen steeds meer samen.
Zij is een deel van mij.

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Al dagen voel ik me niet lekker. Moe en emotioneel. En miskend.
Eigenlijk ben ik niet geschikt voor het werk dat ik nu doe.
Eigenlijk zou ik boeken moeten schrijven in een huisje in het bos, met klimop op de muren en lathyrus in de tuin. Die boeken zouden een wereldsucces moeten worden met vertalingen tot in Brazilië en Japan.

Eventueel zou ik ook rustig willen schrijven in Suriname, in de hangmat onder de amandelbomen, zoals bij Kenneth achter op het erf, waar sarapacca’s door de tuin lopen. Alles beter dan wat ik nu doe.

~ - ~

In ‘Alice in Wonderland’ zit een dikke Cheshire-kat boven in de boom.

‘Welke kant moet ik op vanaf hier?’, vroeg Alice.
‘Dat hangt ervan af waar je naar toe wilt’, zei de kat.
‘Dat maakt me niet zoveel uit’, zei Alice.
‘Dan maakt het niet uit welke kant je op gaat’, zei de kat.
‘… zolang ik maar ergens kom’, verduidelijkte Alice.
‘Oh, dat zal je zeker lukken’, zei de kat, ‘als je maar lang genoeg loopt.’

~ - ~

Gistermiddag besloot ik om vandaag vrij te nemen. Om bij te komen, uit te rusten en de badkamer een metamorfose te geven. Want een dag moet wel nuttig besteed worden.

Vanavond kwam mijn eigen Cheshire-kat op MSN.
Ik vertelde dat ik moe, onzeker en emo was.
‘Ongesteld zeker’, zei mijn Cheshire-kat.

De laatste keer dat ik ongesteld was, was in het weekend dat het uitging met Bram. Zes weken geleden.

‘Ik heb vrijgenomen van mijn werk en verwijt mezelf nu vluchtgedrag’, zei ik.
‘Klinkt als ongesteldheid’, hield hij vol, ‘volgende week weet je niet meer waar je je druk over maakte. En vluchten is gezond, mits op het juiste moment. Boek gewoon een weekend in een hutje op de hei. Jij hoeft geen kattenoppas te regelen of zo’
‘Nou ik zal je zeggen’, antwoordde ik, ‘dat ik net langs de dierenwinkel liep en al die mandjes zag staan. En dat ik toen dacht “misschien best leuk om een kat te hebben”. Word ik nou gek, denk je?’
‘Nee’, zei de Cheshire-kat, ‘je begint in te zien dat ook jij gek kunt zijn. Gek zijn (af en toe!) is echt gezond! Sommige crises moet je niet omzeilen, vooral crises die vanzelf overgaan (en terugkomen).’
‘Ongesteldheden?’
‘Ongesteldheden zijn voor jou triggers waarop die gevoelens de vrijheid krijgen. Maar de gevoelens zijn deel van je, niet van je ongesteldheid.’

En ik voelde me redelijk doorzien…
‘Je [i]bent[/i] soms onzeker’, vervolgde de meedogenloze Cheshire-kat. ‘Maar meestal sta je niet toe om dat te voelen.’
‘Ik liep zoveel te twijfelen op mijn werk deze week’, zei ik. ‘Zo was ik vroeger niet.’
‘Vroeger, in je vorige leven, was je niet wie je nu bent,’zei de Cheshire-kat, ‘je bent “beter” geworden in heel veel opzichten, niet alleen medisch.’
‘Waarom voel ik me dan vaak slechter?’, vroeg ik.
‘Omdat je jezelf meer toestaat.’
‘Het was nooit echt vervelend om mezelf onkwetsbaar te voelen… ‘, zei ik.
‘Dat was niet vervelend, maar op termijn ook niet vol te houden. Het was namelijk niet waar. Je bent nooit onkwetsbaar geweest.’

In tranen zat ik achter mijn computer, de letters golfden over het scherm.
‘Je hebt wel bewezen, ook al ben je kwetsbaar, dat je meer aan kunt dan je ooit had gedacht’, ging hij door. ‘Sterk zijn en je onkwetsbaar voelen is ook heel gezond, maar als je je altijd zo voelt, is het een illusie.’

Nadat ik MSN had afgesloten, merkte ik dat ik inderdaad ongesteld was geworden. Ik ben daadwerkelijk de overgang voorbij. Ik smste de Cheshire-kat, dat hij gelijk had.
‘Ik ben goed :D ’, was Brams antwoord.

Ik ben de overgang voorbij en ik weet niet waar ik heen ga.
Het wordt vast beter als ik beter ben :wink:

afbeelding van Maisa
Berichten: 3835

Gisteren was het precies een jaar sinds oma’s dood. Iedere dag denk ik wel even aan haar. ’s Morgens altijd, als ik haar ring om doe, de gouden ring met rode en witte steentjes. Vaak zomaar overdag, als ik ergens mee bezig ben. Ik denk over dingen die ik haar zou willen vertellen. En ik vind het zo jammer dat ze Bram niet heeft gekend.

Soms loop ik in gedachten door het oude huis, waar ze met opa woonde. De kleine huurwoning bij het spoor met de grote loods erachter. Het terrein naast het huis lag braak,. Daar was een huis afgebroken en op dat veld groeide veel lupine In die schuur was opa meestal bezig. Opa was een lange, kale, magere man in een stofjas, die altijd en eeuwig sigaren rookte. Vaak was hij meubels aan het stofferen, of anders was hij bezig met de duiven en de eenden. Hij was altijd ergens druk mee. Van oud hout timmerde hij konijnenhokken, waarvoor hij adverteerde in het lokale sufferdje. Hij verkocht goed. Hij liep al tegen de zeventig toen hij nog een bloeiende konijnenhokkenbusiness heeft opgezet.

Ik weet nog goed hoe koud het op de zolder van dat huis was en hoe fris de dekbedden roken. Als mijn broertje en ik daar logeerden, konden we ons nauwelijks bewegen in bed. We lagen onder stapels dekens en dekbedden. We werden bijna geplet. Voor als we het koud zouden krijgen.

Oma en opa hebben altijd in die buurt gewoond. De families van mijn opa en oma zijn tientallen keren verhuisd binnen een straal van nog geen kilometer. Buren waren vaak familie, of aangetrouwd, en iedereen kende iedereen. Mijn broertje woont nu ook binnen die vierkante kilometer, maar dan in een nieuw appartement. Mijn ouders wonen er ook. Zij wonen in het huis waar ik geboren ben.

Ik woon er niet. Ik wilde studeren aan een universiteit. Dat kon niet in Provinciestad.
Ik ben naar Amsterdam gegaan.

~ ~

Gisteren was het ook precies een jaar sinds ik weer opnieuw ongesteld werd. Sinds ik uit de overgang kwam. Sinds ik weer een vrouw van mijn eigen leeftijd werd.

En ik zou willen schrijven over het geweldige Rozengeur & Wodka Lime idee, een eeuwigdurende Always OB-ervaring. Jonge vrouw wordt weer jonge vrouw. Dat is niet zo. De hormonen brengen me in de war.

Rationeel ben ik blij dat er menstruatie is na Zoladex en dat er leven is na borstkanker. Maar mijn God, eigenlijk had het ook wel voordelen om een stabiele hormoonspiegel te hebben. Ik lag toen minder met mezelf in de clinch. Ik had minder twijfels, minder emoties. En dat gaf me zelfvertrouwen.

~ ~

Mijn ouders zijn vanmiddag op bezoek geweest. Ik had walnotenappeltaart van de banketbakker voor mijn verjaardag en die viel zeker in de smaak. Ze hebben de Russische Bibliotheek bij het Kruidvat voor me gekocht: acht mooie literaire boeken in ingebonden versie.

Ze vertelden dat de weduwe van een achterneef van mijn vader het huis naast hen heeft gekocht. Haar dochter woont met haar gezin tegenover mijn ouders. Daar weer de nicht van, dus de dochter van een andere achterneef van mijn vader, die had borstkanker op haar 31e. Die nicht heb ik nooit ontmoet, maar wel telefonisch gesproken, voor het erfelijkheidsonderzoek. We kregen beiden borstkanker in december 2001. Onze diagnose hebben we in dezelfde week gehad, zonder het van elkaar te weten. Zij was toen 31 en woonde in Provinciestad, en ik was 28 en zat in Amsterdam. Onze opa’s waren volle neven en beiden hebben we weinig vrouwen in de familie. Bij geen van ons is een genafwijking gevonden.

Mijn ouders hebben een doos vol schoolschriftjes en werkstukken voor me meegenomen. Een heimweedoos, die me terugbrengt naar Provinciestad. In gedachten ga ik terug naar de lagere school waar ik zo’n hekel aan had omdat ik vond dat ik er niks leerde. Met rekenen mocht ik vooruit werken. Toen het kerstvakantie was in de vijfde klas, had ik het rekenprogramma voor de hele school af. En wat ik daarna moest doen, daar hadden ze nooit over nagedacht. De leraren lieten me dus planten water geven en ik zette koffie voor ze. In de pauze oefenden we met klasgenoten toneelstukjes, die ik verzon. Iedere week verzon ik wat nieuws.

Wij woonden in de oudbouw, een huis uit de jaren ’20. De rest van de klas woonde in een nieuwbouwwijk aan de andere kant van de school. Iedere dag stak ik de drukke straat over en liep langs de kastanjebomen naar school. De leerkrachten waren in mijn ogen toen ongelooflijk oud, maar de meesten waren jonger dan ik nu ben.

In de doos vind ik een werkstuk over Argentinië uit de vijfde klas. De tekst is best goed voor een tienjarige, met zowel geschiedenis als actualiteit (krantenknipsels). Maar het grappigst zijn de stripverhaaltjes die ik er blijkbaar bij getekend heb. Die stonden tussen de tekst, dat was ik helemaal vergeten. Bij Vuurland staat een tekening van vuur, bij Patagonië staan cactussen. En over ‘censuur’ schreef ik [quote]“En als je niet luisterde, als je toch zei “Wat een snertregering heben wij toch”, dan liep je kans om opgepakt te worden.”[/quote] En daarbij tekende ik een ‘doofpot’, een soort zwarte heksenketel, waar alle zaken (kaartjes met nummers) in gestopt werden.

~ ~

In mijn leven zijn veel dingen gebeurd die ik het liefst in een doofpot zou stoppen. Ver weg stoppen en nooit meer over denken, nooit meer over praten. En als ik me uitkleed, weet ik dat het niet kan. Er bestaat geen doofpot voor een geamputeerde borst.
Ik ben net 33, ik kan en moet en wil me niet langer verstoppen.

Wat zou ik graag weer met de autootjes spelen, samen met mijn broertje, onder de tafel in de voorkamer, bij oma en opa. Met onze auto’s volgden we de lijnen van het kleed. We speelden dat we botsten, maar het was niet echt. Het was alleen maar zogenaamd. Daarna liepen we naar buiten om de duiven te voeren. De tortelduiven aten uit mijn hand.

De volwassenen zaten dan te praten over van alles, we luisterden vaak mee, maar namen geen deel aan het gesprek. Tegen de zijmuur stond de donkere eiken kast met houtsnijwerk, die nu hier in mijn huis staat. Op de lage tafel stond een donkere houten kom met ribbelchips, we kregen altijd cola, en in de hoek van de kamer mochten we niet springen. Daar stond opa’s broedmachine met de kippeëieren.

~ ~

Mijn vader kreeg gisteren een brief van zorgverzekeraar Agis, geadresseerd aan oma. Er stond in dat oma voor 2005 geen recht had op no-claim korting. De doktersdienst was vaak geweest, vooral in het weekend. Agis kan rustig slapen. Oma is al een jaar dood. Oma claimt nooit meer.

~ ~

Ik wil geen borstreconstructie, ik wil geen handen van nieuwe artsen, die aan mijn lichaam knutselen. Ik ben geen tortelduifje en ik eet uit niemands hand.
Maar soms wil ik terug naar vroeger.

Pagina's

Onderwerp gesloten

Artikelen van Maisa

Voor altijd
Hooiberg
Herinnering
Goede voornemens
Even weg
Gedachten
Vrijheid
Dichtbij
Samen

Pagina's

Webloggers